De man van ‘Ladies and gentlemen, we got him!

De Amerikaanse oud-bewindvoerder in Irak, Paul Bremer III, kijkt terug op zijn tijd in het land // Irak was niet klaar voor vrede, zegt hij nu // Nog steeds is er geen vrede

correspondent verenigde staten

Drie jaar nadat hij uit Irak was vertrokken, ergens in 2007, begon Lewis Paul Bremer III (72) te schilderen. Landschappen. Soms thuis, vlak buiten Washington, meestal in zijn vakantiehuis in de noordelijke staat Vermont. Daar zijn de kleuren het helderst, vindt hij, vooral in de winter. De huizen zijn van rode baksteen, de sneeuw is oogverblindend wit. Het liefst gebruikt hij olieverf, omdat je daarmee foutjes kunt wegpoetsen. Irak schildert hij niet. Te weinig kleuren in het landschap.

Is het toeval dat uw voormalige baas, George W. Bush, ook is gaan schilderen?

„We hebben nog steeds contact. Hij weet dat ik schilder, hij begon een paar jaar later dan ik, misschien heb ik hem geïnspireerd. Wat ik van Bush heb gezien is trouwens niet slecht. Hij heeft meer talent dan ik.”

Paul Bremer werd in 2003 door president Bush uitgekozen om de Amerikaanse bewindvoerder in Irak te worden. Hij werd er belast met het opbouwen van een bureaucratie, maar het land gleed weg in een burgeroorlog die tot vandaag voortduurt. Bremer zou er later tegen oud- minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice over opmerken: „We zijn een incompetente bezettingsmacht geworden.”

Hij kreeg nog een andere opdracht mee: vind Saddam Hussein. Na de val van Bagdad, in april 2003, was de dictator spoorloos. Als Saddam gepakt was, redeneerde Bush, zou het sunnitische verzet stoppen. Saddam werd uiteindelijk gevonden, in een ondergrondse schuilplaats bij de stad Tikrit. Hij kreeg later de doodstraf.

Tien jaar geleden, op 14 december 2003, maakte Bremer op een persconferentie in Bagdad de arrestatie van Saddam bekend. Bremers woorden kregen eeuwigheidswaarde: „Ladies and gentlemen, we got him.

Bremer had uren met twee tekstschrijvers zitten schaven aan een tekst, zegt hij nu. „De aankondiging van Saddams arrestatie mocht niet fout gaan. We mochten geen ruimte voor twijfel openlaten, en het Iraakse verzet moest erdoor gedemotiveerd worden. Eindeloos probeerden we overrompelende soundbites. Een tekstschrijver bedacht: ‘We got him.’ Ik vond het wel wat, omdat er iets definitiefs in zit. Ik zei erbij dat het de aanzet moest zijn tot nationale verzoening.”

Uw uitspraak had iets triomfantelijks.

„Ik ging zelf door een lastige periode. Ik zat acht maanden in Irak. Ik sliep nauwelijks, en ik had het weekend ervoor mijn eerste moordaanslag overleefd. Vlak nadat ik Donald Rumsfeld [toenmalig minister van Defensie] naar het vliegveld had gebracht, ontplofte een bom bij mijn auto. Hij ging een seconde te laat af. Alleen de achterruit was weggeblazen. We waren in een hinderlaag gelopen, want kort daarna werden we met AK47’s beschoten. Ik bleef ongedeerd, maar het maakte diepe indruk op me. Onder die spanning stond ik toen ik van Saddams arrestatie hoorde.”

Waarom duurde het zo lang voordat Saddam gevonden werd?

„We investeerden te veel energie in het ondervragen van de top dogs van het oude bewind, maar dat leverde niets op. Ik zei: we moeten juist zoeken naar de laagst geplaatsten: de tuinmannen, de chauffeurs, de koks. Hij had vijftig paleizen, dus er moesten mensen meer weten. Eén van deze mensen ging praten. Hij wees ons op een boerderij net buiten Tikrit, waar Saddams clan vandaan kwam. Toen ging het snel.”

U was desondanks niet meteen overtuigd dat hij het was.

„Om half twee in de nacht werd ik wakker gebeld met de mededeling: ‘Volgens mij hebben we Saddam’. Ik aarzelde. Hij was vervuild, had een lange baard, maar zijn littekens en een tatoeage kwamen overeen. Snel DNA-onderzoek was niet mogelijk, dat moest in Duitsland gebeuren. Sommige leden van het Pentagon wilden hem het land uit brengen, maar dat vond ik onacceptabel. We hebben hem in één kamer gezet met Tariq Aziz [oud-minister van Buitenlandse Zaken]. Toen die hem herkende, was ik zeker van mijn zaak.”

Saddams arrestatie zou voor verzoening zorgen, zei u toen. Die is nooit gekomen.

„Ja, maar wacht. De eerste maanden na de arrestatie daalde het geweld met 25 tot 30 procent.”

Kort daarop nam het geweld alweer toe.

„Eerlijk antwoord: de Irakezen waren toen gewoon niet klaar voor vrede. De sunnieten waren meer dan duizend jaar dominant in het gebied, onder de Britse bezetting, onder de Turken, in het Hashemitische koninkrijk, onder Saddam. Het was onvermijdelijk dat het een chaos zou worden. Toen Bush het besluit nam ten oorlog te gaan, én toen hij zei dat hij de Irakezen wilde helpen een westerse democratie te stichten, zagen de shi’ieten dat als een verschuiving van de machtsbalans in hun voordeel. Ze wilden rekeningen vereffenen. Ik heb duizend keer tegen de shi’ieten gezegd: de wil van de meerderheid is niet altijd wet. Maar dat werd niet begrepen. Dat is ook onze inschattingsfout geweest.”

De regering-Bush onderschatte de complexiteit van Irak?

„Het was hopeloos ingewikkeld. Er speelden ook etnische spanningen tussen de Arabieren en de Koerden, die al twaalf jaar bezig waren zich los te maken. Het had nooit gekund. Ik weet niet wat ik in die 14 maanden had kunnen doen. Het geweld begon in de zomer van 2003. Toen zeiden de shi’ieten tegen mij: ‘Laat ons dit oplossen. Wij hebben onze milities, wij kunnen de sunnitische opstandelingen aan.’ Het instinct aan beide kanten was: kiezen voor geweld.”

Maar het kwam ook door uw beleid. U besloot het Iraakse leger te ontbinden. Een grote fout, is nu het algemene oordeel. Ziet u dat ook zo?

„Nee, absoluut niet. We creëerden een nieuw leger dat tot vandaag het meest vertrouwde instituut in Irak is.”

Er ontstond anarchie. Eenheden werden onbetaald naar huis gestuurd en duizenden sloten zich bij de opstand aan.

„Nee, nee. Kijk goed naar wat we deden. Er wás na de Irak-oorlog niet eens een leger om te ontbinden, alle eenheden waren al verkruimeld. We bespraken de optie om het leger weer bijeen te roepen. Dat leek me geen goed idee. Het leger onder Saddam was een verschrikkelijke organisatie, waar dienstplichtigen onderdrukt werden. Lees de boeken van Aleksandr Solzjenitsyn over de Sovjet-Unie en je hebt een idee hoe militairen in Irak werden behandeld. Daarom besloot ik een nieuw leger op te bouwen. Iedereen, tot aan de rang van kolonel toe, mocht meedoen in het nieuwe leger. Mijn fout is dat ik het eerst een ontbinding van het leger noemde.”

Of je het nu ontbinding noemt of demobilisatie, het Iraakse verzet kreeg er toch gemotiveerde strijdkrachten bij?

„Ik bestrijd niet dat sommige leden van Saddams leger in het verzet terecht zijn gekomen, dat komt door de politieke omwenteling. Maar een deel van de onrust onder de militairen namen we weg toen we pensioenen en salarissen zijn gaan betalen.”

U begon tegelijk aan de de-baathificatie van Irak. Wie ideologische banden had met de Baath-partij van Saddam werd naar huis gestuurd. Ook dat wordt nu algemeen gezien als bron van veel ellende.

„Ja. Dat zeggen ze hier, in Amerika. In Irak was iedereen er blij mee. Ik heb het laten peilen, om de drie weken: 95 procent van de Iraakse bevolking was steeds voor.”

U wilde meer Amerikaanse troepen, maar kreeg die niet.

„Ik probeerde dat in Washington vergeefs onder de aandacht te brengen. Er waren gewoon te weinig soldaten. Alle 21 ministeries waren al eens in brand gestoken toen ik arriveerde. We konden het verzet niet aan, of de grenzen bewaken. Volgens een onderzoek dat ik naar [minister van Defensie] Rumsfeld stuurde, had ik een half miljoen manschappen nodig. We hadden er drie keer zo weinig. Daardoor duurde de opstand langer dan nodig was. Rumsfeld geloofde dat met een kleine troepenmacht de zaak niet zou escaleren, en dat de Irakezen snel op eigen benen konden staan.”

Dat was niet uw enige botsing met Donald Rumsfeld. Wat was uw meest fundamentele verschil van mening?

„Dat ging vooral over de haast waarmee alles moest gebeuren. In september 2003 kwamen de neoconservatieven in Washington, Rumsfeld voorop, erachter dat het geweld langer zou gaan duren dan ze verwacht hadden. Toen kregen ze het idee: laten we snel terugtrekken. Ik kreeg een memo van Paul Wolfowitz [Rumsfelds plaatsvervanger] met de strekking: we blazen de aftocht. Rumsfeld begon bij de president te pushen voor een snel vertrek, zelfs voordat er een grondwet zou zijn aangenomen. Wat daar van gekomen zou zijn als we dat hadden gedaan! Een shi’ietische coup, nog meer geweld. Ik vond dat onacceptabel. Het is gelukkig niet gebeurd.”

We zijn tien jaar jaar verder, maar het geweld houdt niet op.

„Het was een grote fout van Obama om in 2011 de troepen terug te trekken. Daarmee gaven we Al-Maliki geen andere keuze dan met Iran in zee te gaan. Het is alleen maar erger geworden.”

Is Irak het Amerikaanse buitenlandse trauma van deze tijd? Na het fiasco is de bevolking sterk tegen nieuwe militaire avonturen, bijvoorbeeld in Syrië.

„Ja. Die tendens is deel van een grotere beweging naar een sterker isolationisme. Dat zie je in beide partijen, en dat baart me zorgen. Door deze stemming wil Obama niet veel meer met Syrië en Iran.”

Maar dat isolationisme heeft ook een oorzaak, onder meer het falen in Irak.

„Deels wel, dat vind ik ook. De strategie klopte lange tijd niet. En toen er in 2007 eindelijk extra troepen kwamen, was de publieke opinie niet meer te redden. Maar Obama hoeft niet naar de stemming in het land te luisteren. Een president moet vooroplopen, niet volgzaam zijn. Leiden vanuit de achterhoede, zoals in Libië in 2011 gebeurde, was een grote fout. Amerika moet vooroplopen. We hebben daar bovendien de fout van Irak herhaald door ons terug te trekken zonder iets aan alle milities te doen.

„Obama wordt door polls gedreven. Je moet impopulair durven zijn. Ik hoor deze president niet over Amerika’s rol in de wereld. Het zijn negatieve keuzes: we doen niks aan Syrië. Dat is geen visie.”

Wat zou Amerika’s rol dan moeten zijn?

„We hebben in de twintigste eeuw een liberale wereldorde bevorderd, en dat zouden we weer moeten uitdragen. Dat houdt in dat we een actieve rol in de wereld moeten spelen, en soms ook een oorlog moeten voeren. Er zijn geen alternatieven. Rusland en China kunnen de rol van wereldleider niet spelen. Rusland is niet liberaal, en wordt steeds tsaristischer. China oogt economisch liberaal, maar is een gesloten land. Europa is machteloos. Een wereld met meer machtscentra is instabiel, en een internationale rechtsorde zie ik niet snel komen. Dus er is geen alternatief voor een dominant Amerika in de wereld, maar ik hoor Obama er nooit over. Mijn eigen partij overigens ook niet.”

Maar is Irak juist geen les in nederigheid voor Amerika?

„Nederigheid, misschien, maar vooral een les in geduld. Mijn allereerste bericht vanuit Irak aan president Bush was: de opbouw gaat nog jaren duren. Kijk naar andere landen die we hebben bevrijd, zoals Duitsland of Japan. Daar zijn onze troepen vele jaren gebleven. De geschiedenis zal later niet oordelen dat we te lang in Irak zijn gebleven, waar Rumsfeld bang voor was. De geschiedenis zal oordelen dat we niet lang genoeg zijn gebleven.”

    • Guus Valk