Waarom ik van Duitsland hou

Angela Merkel begint vandaag aan haar derde termijn als bondskanselier Met een coalitie van christen-democraten, zoals zij, en sociaal-democraten Wordt het niet eens tijd dat wij meer van Duitsland gaan houden?

Verslaggever

Duitsland heeft een nieuwe regering en dat lijken we nogal saai te vinden. Terwijl de media ons tijdens de Amerikaanse verkiezingen met duiding om de oren sloeg, blijft het nu bijzonder stil.

Alsof Duitsland niet belangrijk voor ons is.

Alsof het niet de motor is die de Europese economie draaiende houdt.

Alsof het nog steeds salonfähig is om laatdunkend over Duitsland te praten.

Op een dag in 1998, ik was 13, kondigden mijn ouders aan dat we dat jaar niet naar midden-Frankrijk zouden gaan, maar naar het Duitse Schwarzwald. Ik rolde met mijn ogen en stampvoette naar mijn kamer. Duitsland was als onze buren, een oud stel met een grijs verleden en een muffige adem. Al hadden ze de zoetste Berlinerbollen op tafel staan, je ging er niet voor je plezier op bezoek.

Mijn klasgenoten leefden met me mee. De enige Duitsers die zij kenden, waren merkwaardige jongens en meisjes; ze hadden zwart geverfde haren en Buffalo-schoenen met spekzolen, in het weekend slenterden ze blowend door het centrum van Amsterdam. We noemden ze ‘rare moffen’, zonder te beseffen hoe fout en beladen dat is. Als we ze hoorden praten deden we ze na, met een harde ‘s’, waarbij het spuug uit onze mondenhoeken vloog.

Niet alleen bij mijn klasgenoten en mij was Duitsland impopulair. Het Britse tijdschrift The Economist noemde het land in 2001 ‘De zieke man van Europa’ – ruim tien jaar na de val van de Berlijnse Muur. De brokstukken van de Wende lagen overal, er werd geworsteld met de Duitse eenwording en toenmalig bondskanselier Gerhard Schröder had de Duitse economie nog niet met zijn toverstokje aangeraakt.

Gatver, doe even normaal!

Toen ik in 2006 voor het eerst uit eigen beweging naar Berlijn ging, zorgde dat nog steeds voor opgetrokken wenkbrauwen. „Gatver. Doe even normaal”, reageerde een vriendin vol afgrijzen „en vergeet je winterjas niet”. Berlijn was volgens haar koud en grimmig. Ik was ook sceptisch, maar van iemand anders had ik gehoord dat het „écht, serieus, the place to be” was. Nu wisten nog maar weinig mensen dat, zei ze trots. Dat jaar was in Duitsland ook het WK voetbal. Daarvoor was in Berlijn een ultramodern stadion gebouwd, de Duitse vlag wapperde fier en die Mannschaft deed het ook nog eens verrassend goed, ze werden derde.

2006 wordt aangeduid als het jaar waarin de Duitsers weer van hun land begonnen te houden, ze werden zelfverzekerder en ze schaamden zich niet continu over hun verleden. In Nederland werd er steeds meer over Duitsland en vooral Berlijn geschreven, in 2005 gaf de Volkskrant een special uit met de toen nog bijna provocerende titel: ‘Duitsland is oké’.

Berlijn was in ieder geval oké, ontdekte ik. Tijdens vakanties hield ik nooit plakboeken bij, maar voor de Duitse hoofdstad maakte ik een uitzondering. Er is een foto bij van een Becks-bierflesje (het bier komt uit Bremen, maar wekt in Nederland vreemd genoeg vaak een associatie met Berlijn op): ‘Hier drinkt iedereen gewoon op straat! En in de metro! En het kost geen reet!’ stond er met een zilveren pen bijgeschreven. Dat is het imago van Berlijn: goedkoop en alles kan en mag.

Ruim vier jaar en precies zes stedentrips naar Berlijn later, verhuisde ik naar de Duitse hoofdstad. Inmiddels was dat volgens sommigen bijna banaal. Een veelgehoorde reactie: „Jij ook al?” Maar de meeste mensen zagen en zien in Berlijn nog steeds het toppunt van plezier. Het wordt nog altijd vergeleken met het vrije en progressieve Amsterdam van de jaren tachtig.

Duitsers humorloos? Stoffig? Saai?!

Het gekke is: het imago van het land Duitsland laat nog alles te wensen over. Je hoort soms wel over de vismarkt in Hamburg en de hippe wijk St. Pauli aldaar, die door iedereen ‘die typisch Berlijnse wijk’ wordt genoemd, maar over het algemeen is Duitsland een no-go-area. Er worden steeds oeroude clichés opgelepeld: Duitsers zijn bijvoorbeeld stoffig, degelijk, saai, humorloos, bekrompen en kriegelig opgeruimd.

Humorloos? Dat Duitsers geen humor hebben, hadden we sowieso nooit mogen geloven. De sketches en stripverhalen van Loriot (1951–2011), zo ongeveer de bekendste Duitse komiek, zijn hilarisch, ontdekte ik toen ik er net woonde en de taal leerde. Loriot nam steevast het kleinburgerlijke van vaak de ouder wordende Duitser op de hak – maar die Duitser kan ook een Nederlander zijn. In de klassieker Das Ei (zie YouTube) discussieert een belegen stel minuten lang over de hardheid van een ei. Duitsers zijn grappig én vol zelfspot.

Stoffig? Saai? Het is niet zo dat ze de hele dag over de grond rollen van het lachen. Want in Duitsland maken ze zich ook vaak zorgen over de maatschappij. Er wordt naar hartelust gedemonstreerd. Ieder weekend trekt er een sliert luidruchtige demonstranten langs mijn Berlijnse huis, en ook in andere steden is het wekelijks raak. Zaterdag is de vaste demonstratiedag, je kunt een vergunning aanvragen om de straat op te gaan, begeleid door busjes van de ME. Waarom gaan we in Nederland zo weinig de straat op? Dat vroeg ik me steeds af, als ik een ‘demo’ – zoals het liefkozend wordt genoemd – voorbij zag trekken. Op een bepaald moment besloot ik ook met een lepel en een pan de straat op te gaan, bij wijze van inburgering. Komend weekend op het programma: in Hamburg gaan ze de straat op tegen racisme, kapitalisme én grenzen.

Wat ook een openbaring was: de Duitse cultuurconsument wordt bijzonder serieus genomen. Zie het succes van Die andere Heimat - Chronik einer Sehnsucht, een film van Edgar Reitz van begin dit jaar, die maar liefst vier uur duurt en over het trage negentiende eeuwse leven in een Duits dorp vertelt. Dat draait dan gewoon in de Duitse versie van een Pathé-bioscoop, en er gaan veel mensen heen. Die andere Heimat past ook in de fijne trend – want wie houdt er nu van onzekerheid – dat Duitsers steeds trotser worden op zichzelf.

Bekrompen? Sinds kort praat de Duitser open over de schuldvraag van de oorlog praten; niet iedereen die meevocht vindt men meer slecht. De populaire miniserie Unsere Mütter, unsere Väter uit 2013, gaat daarover. Het is een Hollywood-achtige productie over een vriendengroep die tijdens de oorlog ieder een andere kant op gaat. En de nazi in hart en nieren, blijkt uiteindelijk niet slechter dan de oorlogshater.

Laten we Duitsland in onze armen sluiten. De gehele cultuur en ook de politiek. Mevrouw Merkel, uw land is niet saai, mogen we erbij? Als het woord niet zo beladen was, had ik voorgesteld: mogen we ons bij u aansluiten?

    • Kim Bos