opinie

    • Marcel van Roosmalen

Marcel Hulpouders

Zondagavond nuttigde ik de maaltijd noodgedwongen bij een AC-restaurant bij Veenendaal, geen aanrader. Er waren daar maar twee personeelsleden die er in onderlinge verdeeldheid een puinhoop van maakten. Alleen de daghap (‘Andijviestamppot met Hollandse gehaktbal’) was nog verkrijgbaar. De wachttijd daarvoor bedroeg bijna een half uur.

Het werd zo nu en dan, totaal onverwacht, met veel gezucht en gesteun uitgeserveerd door een mevrouw in een bevlekt AC-uniform die alle klachten pareerde met opmerkingen als: „Daarvoor moet u bij de directie zijn.” „Ja, het is crisis.” En, mijn favoriet: „U krijgt straks een kopje koffie van het huis.”

Ik zat achterin, naast me hadden ze de tafels tegen elkaar geschoven voor iets wat op een crisisvergadering leek. ‘Ouders helpen ouders’ stond er op een dubbelgevouwen A-viertje. Het zal wel aan mij liggen, maar ik dacht in eerste instantie dat het hier ging om een bijeenkomst van ouders van wie een van de kinderen – of allemaal, dat komt ook voor – wat mankeerde, maar al snel bleek dat de ouders zelf een probleem hadden. Ze hadden op deze plek afgesproken om een complot te smeden tegen de directie van een basisschool. Vooral juf Carla moest het ontgelden.

Een vrouw van eind twintig met een zorgelijk gezicht die zich aan de anderen voorstelde als „de moeder van Daisy” zei dat ze allemaal „gepassioneerde hulpouders” waren en dat ze „zoals de dingen nu gingen” als een blok opzag tegen de naderende feestweek. De complete directie, juf Carla voorop, liet de hulpouders „zwemmen”. Ze sloot af met de zin: „Zonder hulpouders geen school!”

Het klonk als een dreigement en zo was het ook bedoeld.

Een ‘knutselvader’ – „de vader van Nick” – wist zeker te weten dat er nog geen materialen waren ingekocht, hetgeen het knutselen met hout en papier onmogelijk maakte. „En ik ga die verantwoordelijkheid niet pakken.”

Er leken me makkelijker tegenstanders dan een groep gepassioneerde hulpouders. Die juf Carla en haar team kregen een kut-Kerst, zoveel was duidelijk.

Even verderop liet de mevrouw van het AC-restaurant twee borden met andijviestamppot uit haar handen vallen. Een van de Hollandse gehaktballen glibberde over de vloer tot onder de tafel naast me.

De vader van Nick schopte hem ongevraagd met de punt van de schoen terug richting afzender.

„Dank u wel.”

„Graag gedaan.”

Je bent hulpouder, of je bent het niet.

    • Marcel van Roosmalen