Ik kies voor een pad dat niet bestaat

Nora Fischer (26) is een eigenwijze zangeres die klassieke muziek spannender wil maken. Ze stapt het podium op zonder dat ze weet hoe het gaat worden.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

‘Klassiek, maar een beetje anders”, zo omschrijft zangeres Nora Fischer (26) zichzelf. Ze volgde een opleiding klassiek zang, werd ‘in overleg’ van het Conservatorium afgeschopt en kiest sindsdien haar eigen weg. Na filosofie en muziekwetenschappen te hebben gestudeerd volgde ze een muziekopleiding in Kopenhagen, waar ze leerde om alle facetten van haar stem te gebruiken, en naar haar eigen stijl te zoeken. Die zoektocht werpt nu zijn vruchten af. Fischer zit in de finale van het prestigieuze concours Dutch Classical Talent Tour, zingt in de mooiste concertzalen en onlangs werd een volledige uitzending van radioprogramma Vrije Geluiden aan haar gewijd. Ze schakelt van klassiek naar jazz, mengt verschillende stijlen met elkaar en probeert aan bestaande stukken een eigen draai te geven. Verwonderd zegt ze nu: „Ik moet nu nee zeggen tegen dingen waar ik een jaar geleden niet van durfde te dromen.”

Heb je altijd al je eigen weg gevolgd?

„Als kind had ik als bijnaam ‘de tank’, omdat ik over alles en iedereen heen walste tot ik kreeg wat ik wilde. Het zal wel in mijn karakter zitten. Ik ben koppig en eigenwijs, maar ik denk dat er ook moed voor nodig is om te doen wat ik doe. Het is heel eng om te kiezen voor een pad dat niet bestaat. Ik heb jarenlang niet geweten hoe ik het moest aanpakken. Ik was gestopt met het conservatorium, studeerde filosofie en muziekwetenschappen en ik zat regelmatig ’s nachts rechtop in bed, hyperventilerend, omdat ik echt niet wist wat ik moest doen en waar ik terechtkon.”

Waarom werd je eigenlijk van het Conservatorium afgeschopt?

„Ik kon niet tegen het keurslijf van de klassieke muziek. Op het Conservatorium leer je ambachtelijk zingen. Er is al bedacht hoe jij moet klinken, en hoe dichter je bij dat ideale geluid komt, des te beter je afstudeert. Zangstudenten gaan tijdens de opleiding steeds meer hetzelfde klinken. Ik hou heel erg van klassieke muziek, maar ik had een ander esthetisch ideaal. Ik dacht: dit is toch een kunstopleiding? Kan het niet anders? Maar er was geen ruimte voor eigen interpretatie, voor een eigen idee.”

Wat doe jij dan met klassieke muziek?

„Helemaal geen schokkende dingen, maar ik wil wel dingen anders doen. Ik zing bijvoorbeeld graag met microfoon, en dat is echt een taboe in de klassieke wereld. Ik heb ook een iets andere klank dan het typisch ‘grootse’ van de klassieke muziek. En ik vind dat we niet moeten vergeten dat de uitvoerder ook kunstenaar is en zelf iets te zeggen heeft.”

Wat mis je precies in de klassieke traditie?

„Spontaniteit misschien. Ik ga graag met crossed fingers het podium op. Dan weet ik niet precies hoe het gaat worden maar dan is het wel veel leuker en spannender. Anders ga je nadenken over de afzonderlijke noten die te hoog of te laag waren en dan kan klassieke muziek zó rationeel worden. Als ik op het podium sta, wil ik mensen ráken. Dan hoop ik dat ze na afloop niet tegen elkaar zeggen dat het ‘goed’ was, want dan mist er voor mij iets.”

Fischer groeide op met klassieke muziek. Haar vader is de wereldberoemde dirigent Iván Fischer, haar moeder is blokfluitiste, en er was thuis altijd muziek. „Eigenlijk is mijn héle familie bezig met klassieke muziek.” Ze begon met pianospelen toen ze vijf jaar was, viel later als een blok voor opera en stapte over op zang. Inmiddels houdt ze niet meer van „dat grote zanggedoe” maar zingt ze liever zacht. „Als ik niet in zo’n klassieke context was opgegroeid, was ik misschien niet in de klassieke muziek terechtgekomen.”

Werd er altijd al iets van jou verwacht?

„Ik werd niet gepusht om muziek te maken, maar bij ons thuis was het was wel zo: áls je het deed, moest het ook heel goed zijn. Niet gewoon een beetje leuk piano spelen, maar veel oefenen en met de beste lerares. Ik ben echt opgegroeid met perfectionisme. Mijn lerares dacht dat ik de nieuwe meesterpianiste zou worden, want ik had zulke perfecte vingers en ik was zo getalenteerd. Weet ik veel. Tegen de tijd dat ik elf was, was ik alleen nog maar op dat ding aan het slaan, en toen ben ik ermee gestopt. Ik heb heel veel bewondering voor mensen die uit een familie komen waar muziek geen rol speelde en die toch enorm toegewijde muzikanten worden. Ik heb me altijd best wel onzeker gevoeld omdat ik vond dat ik zo verwend was dat ik uit een muzikaal gezin kwam. Ik vond het heerlijk om gewoon aan de universiteit een studentnummer te zijn en in de collegebanken te zitten zonder dat iedereen de hele tijd aan me zat te plukken.”

Heb je moeite met perfectionisme?

„Op sommige vlakken wel. Voor klassieke muziek moet je alles aan de kant zetten. Mijn lerares op het Conservatorium zei: je zit niet genoeg in de kantine met de andere studenten te praten. Ik werd daar zó claustrofobisch van! Ik denk dat ik door levenservaring op te doen en plezier te hebben beter ga zingen, dan door me te concentreren op de perfecte boventonen. Ik vind dat ik interessanter geworden ben doordat ik filosofie ben gaan studeren, doordat ik ben gaan reizen. Muziek is uiting geven aan het leven, dus als je zo veel ervaringen misloopt doordat je je tijd grotendeels in een eenzaam kamertje met toonladders doorbrengt, dan mis je volgens mij iets essentieels.”

In de traditionele wereld van de klassieke muziek wekt vernieuwing vaak argwaan. Ben je bang voor negatieve reacties?

„Je verwacht wel dat je tegenstand krijgt als je iets vernieuwends doet, maar de kritiek doet heus wel pijn. Dat is een gekke combinatie: ik ben eigenwijs, ik doe wat ik wil, maar ik vind het heel erg als mensen het dan niet mooi vinden. Muziek, volksmuziek, is ontstaan als iets wat mensen delen, en ik denk dat het mis is gegaan op het moment dat we podium en publiek zijn gaan scheiden. Daardoor ontstaat afgunst, jaloezie, beoordeling, en dat heeft niks meer te maken met wat muziek eigenlijk is.”

Waar droom je van?

„Niet per se van grote podia zoals het Concertgebouw. Ik sta liever in een kleine zaal als Splendor in Amsterdam, waar alles mag. Ik wil dat mensen komen voor de sfeer, voor een ervaring, niet omdat ze hun lievelingsstuk willen horen en hopen dat het zo dicht mogelijk in de buurt komt van hun ideale uitvoering. Mensen zeggen soms tegen me dat ze niet van klassiek houden, maar wel van hoe ik zing. Zouden componisten zich dan echt omdraaien in hun graf? Ik denk het niet.’

Zangeres Nora Fischer is te beluisteren via nrch.nl/37te