Ik ben made in Holland

Discriminatie tegen Chinezen was in het Nederland van voor de oorlog expliciet. Maar ook nu nog wordt de bevolkingsgroep uitgesloten, betoogt Carla Tjon.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Er zijn van die momenten dat ik me een Nederlander waan. Het was tijdens een van die bezoeken aan mijn IJslandse zwager in Denemarken toen hij net een motorfiets per internet had besteld. „It’s from your home country”, flapte zijn Deense vrouw er ineens uit. In gedachten lepelde ik mijn holle kennis uit van de Nederlandse motorrijtuigenindustrie. Achter het computerscherm verraadde de internetpagina al gauw de herkomst van de motorfiets: Made in China. ‘Mijn thuisland’ volgens mijn Scandinavische schoonfamilieleden. Terwijl zij toch al jaren weten dat niet ik, maar mijn ouders uit China komen. Op de vlucht voor het Mao-bewind verhuisden ze naar Suriname, waar ik werd geboren.

Nederland, waar ik opgroeide als puber, bood mij en mijn familie zijn troostrijke kanten. In afzondering las ik in mijn schooljaren Nescio, Multatuli en Louis Couperus. Voor de televisie die destijds nog twee zenders rijk was, vermaakten we ons schuddebuikend met de André van Duin Show en Te land, ter zee en in de lucht.

De tienerjaren ben ik al dertig jaar ontgroeid, en toch, in die ene instinctieve reactie van mijn schoonfamilie, wordt China, het geboorteland van mijn ouders dat ik pas op mijn achttiende leerde kennen, als mijn thuisland toegewezen. Dit sluit mij niet terplekke en niet direct buiten; wel latent. Zonder enig kwade bedoeling is met die aanduiding ‘your homecountry’ bepaald dat ik geen Nederlander, nee ook geen Europeaan kan zijn.

Zo ragfijn werkt uitsluiting.

Aziatisch ongedierte

Paranoïde hersenspinsels, hoor ik al denken. In hoogontwikkelde landen is rauw racisme immers taboe. Discriminatie en uitsluiting vinden hier subtieler, meer verborgen, plaats.

Zo’n zeventig jaar geleden konden de ambtenaren van justitieminister Jan Donner, de grootvader van de huidige vicepresident van de Raad van State, nog in hun beleidspapieren Chinezen schaamteloos „Aziatisch ongedierte” noemen.

Onder het Donnerbewind werden in Rotterdam boten fanatiek gevuld met Chinese havenarbeiders ter deportatie. Politie en de voorloper van de Sociale Dienst werden ingezet om de aanwezige Chinezen via treitercampagnes aan te sporen het land te verlaten. Tijdens de economische crisis in de jaren 30 waren de mensenrechten in Nederland allerminst ontwikkeld.

Anno 2013 vindt selectieve uitsluiting bij voorkeur niet in de publieke arena plaats, maar bijvoorbeeld via de Belastingdienst in de vorm van doelgerichte fiscale razzia’s bij Chinese ondernemingen; via het ambtelijke apparaat waar vertragingen en continue wijzigingen bij aanvraagprocedures en toelatingseisen immigranten treffen; bij potentiële werkgevers die Chinezen vaak niet eens uitnodigen voor een sollicitatiegesprek.

Dat de Chinese verontwaardiging over de Holland’s got Talent-show in november via de VS en Canada Nederland binnenkwam, is niet verrassend. Het beproefde middel om van overheidswege de Chinese immigratie te bemoeilijken voerden de Amerikanen en Canadezen reeds uit met elk een eigen versie van de Chinese Exclusion Act, vlak na de aanleg van de transcontinentale spoorwegen eind negentiende eeuw, de spoorlijnen die voor een groot deel door Chinezen werden aangelegd onder de gevaarlijkste werkomstandigheden. Nadat de spoorlijnen waren voltooid moesten Chinezen ineens twee jaarsalarissen betalen om hun verblijfsvergunningen te behouden. Officiële excuses kwamen pas in 2006 uit Canada en twee jaar geleden van de Amerikaanse overheid.

Gereduceerd tot handelswaar

De geschiedenis van slavernij, kolonisatie en arbeidsmigratie toont dat mensen telkens worden gereduceerd tot handelswaar, tot een cijfer in een economische berekening. Zo was Nederland in 1863 een van de laatste Europese landen die de slavernij afschafte, niet op humane gronden, maar uit rekenkundige calculaties. Nederland kwam tot de conclusie dat het goedkoper was Chinese contractarbeiders voor de Surinaamse plantages aan te nemen dan de slavernij te handhaven. De werkomstandigheden van die contractarbeiders verschilden weinig van die van de voormalige slaven, met het verschil dat de plantagehouders niet langer verantwoordelijk waren voor hun arbeiders. Tel uit je winst.

De nazaten van de eerste Chinese arbeiders zijn inmiddels opgegaan in de Surinaamse samenleving, en in de Canadese, de Amerikaanse en Nederlandse. Maar elke nieuwe stroom Chinese migranten die erop volgde is gepaard gegaan met achterdocht, stigmatisering en stereotypering – van opiumsnuivers tot mensensmokkelaars. Geheimzinnig volk, die Chinezen, want ze houden zich stil. Dan moeten ze wel iets te verbergen hebben. Of: ze nemen de boel hier over. In deze eeuw helpen ook de media een handje bij die tendentieuze beeldvorming.

Positieve stereotyperingen zijn er ook: die van harde werkers, meegaand, slim en bescheiden. Zo gunstig dat ze ook wel tegenwerken, want met die eigenschappen bereiken Chinezen zelden topfuncties in westerse organisaties. Zelfgenoegzame branieschoppers redden zich beter in een competitieve bankenwereld om die vervolgens in de afgrond te storten. Of bij een brutale televisiezender om spraakmakende programma’s te maken.

Mandela werd de afgelopen dagen geroemd om zijn bescheidenheid en moreel leiderschap. Maar als de dagelijkse routine ons weer inhaalt, dan gaat instinctief de voorkeur uit naar ruige, platvloerse confrontaties. Ons medeleven is beperkt houdbaar.