Het klimaat voor de rechter

Morgen staat bij de Hoge Raad in Den Haag het klimaat terecht. Althans, het beleid dat Nederland voert om te voorkomen dat de opwarming van de aarde gevaarlijke proporties aanneemt. Op initiatief van Urgenda, een stichting die zich inzet voor een duurzame samenleving, wordt de staat ter verantwoording geroepen omdat die zijn beloftes niet nakomt. Dat vindt in ieder geval Urgenda.

Marjan Minnesma, directeur van de stichting, schreef vorig jaar een brief aan de nieuwe regering waarin werd gevraagd om verdergaande klimaatmaatregelen. De brief eindigde met een dreigement. Als niet binnen vier weken een positieve reactie zou volgen, zou dat worden gezien als een bewijs dat de regering ‘kennelijk wil volharden in het huidige ontoereikende beleid’.

In dat geval ziet Stichting Urgenda geen andere mogelijkheid meer dan zich tot de rechter te wenden en aan de rechter te vragen de Staat te bevelen al die maatregelen te treffen die nodig zijn om te zorgen dat per 2020 de Nederlandse (binnenlandse) emissie van broeikasgassen daadwerkelijk met 40% zal zijn verminderd ten opzichte van de Nederlandse (binnenlandse) emissies in 1990.

In haar reactie schreef de verantwoordelijke staatssecretaris, Wilma Mansveld, een maand later Minnesma’s zorgen te delen over de omvang van het probleem en ook over het uitblijven van voldoende actie. Maar ze vond dat Nederland wel zijn best deed. Bovendien, redeneerde Mansveld, zullen uiteindelijk ‘de meters moeten worden gemaakt op Europees niveau’ en via ‘collectieve, mondiale actie’. Mansvelds brief eindigde met een oproep om samen de schouders eronder te zetten en ‘te werken tegen de opwarming van de aarde in plaats van de juridische strijd te zoeken’.

Dat was niet het antwoord waarop Minnesma had gehoopt. En dus werd de staat vorige maand in een lijvige dagvaarding gesommeerd om zich bij de rechter te verantwoorden voor het uitblijven van een degelijk klimaatbeleid.

Achter de schermen is de Limburgse advocaat Roger Cox degene die de juridische weg heeft geplaveid. ,,Kennelijk is de politiek niet in staat om het probleem adequaat te adresseren”, legde hij gisteren uit in een telefoongesprek. Dan moet de rechter het maar doen.

In de redenering van Cox, die hierover het boek Revolutie met recht heeft gepubliceerd, heeft de staat de plicht om zorg te dragen voor de leefbaarheid, om de gezondheid van burgers en het milieu ‘in hoge mate te beschermen’, om zijn burgers ‘een ongestoord gezinsleven’ te bieden en om de buurlanden niet (significant) te vervuilen.

Klimaatverandering dreigt die zaken in gevaar brengen en dus is de staat volgens Cox verplicht om preventieve maatregelen te nemen. Het nalaten van maatregelen om de opwarming van de aarde binnen veilige grenzen te houden, is daarom in juridische zin een ‘onrechtmatige daad’, aldus Cox.

Cox hoopt uiteindelijk dat een uitspraak van de rechter de politieke angel uit het debat kan halen, waardoor het voor een regering gemakkelijker wordt om (dure en moeilijk uit te leggen) maatregelen te nemen, waarvan het rendement pas in de toekomst zichtbaar zal worden – niet het soort beleid waarmee politici stemmen trekken.

Er zit wel een lastig element in de dagvaarding. Het kabinet doet immers wel degelijk iets op het gebied van klimaatbeleid. Het komt daarmee binnen de bandbreedte die ook wetenschappelijk wordt aangewezen om een redelijke kans (50 procent) te maken om aan de gestelde normen (maximaal 2 graden temperatuurstijging) te voldoen. Maar Urgenda vindt dat niet voldoende. De kans dat een rechter daarin meegaat, lijkt niet groot.