‘Gelovige kan beter omgaan met stress dan niet-gelovige’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Dat zei psychiater Herman M. van Praag afgelopen zaterdag in Trouw.

De aanleiding

In intellectuele kringen worden mensen die in God geloven, dom gevonden. En dat vindt psychiater Herman M. van Praag jammer, zei hij zaterdag in dagblad Trouw. Het hebben van een religie heeft juist veel voordelen, vindt hij. Zo zouden gelovigen beter kunnen omgaan met stress. Religieuze mensen zijn volgens Van Praag „stressbestendiger” dan niet-religieuze.

Zou het?

En, klopt het?

Wetenschappers doen al lange tijd onderzoek naar het verband tussen godsdienst en stress. De bekendste studie dateert uit 1997 en is uitgevoerd door de Amerikaanse psycholoog Kenneth Pargament. Hij concludeerde dat God steun kan bieden in het omgaan met stress. Het idee dat een hogere macht kan ingrijpen om vervelende dingen op te lossen, werkt volgens Pargament geruststellend. Daarnaast biedt een religie een sociaal netwerk: gelovigen vormen een groep en bidden voor elkaar in moeilijke tijden. Het onderzoek is honderden keren geciteerd in wetenschappelijke bladen.

En meer studies bewijzen dat religie goed is voor de psyche. Zo toonde de Amerikaanse psychiater Harold G. Koenig herhaaldelijk aan dat gelovigen mentaal gezonder zijn en minder last hebben van stress.

Een andere studie werd in 2009 uitgevoerd aan de Universiteit van Toronto. Daarbij kregen deelnemers woorden in verschillende kleuren te lezen en moesten zij de kleur van ieder woord benoemen. De activiteit in het deel van de hersenen dat zich bezighoudt met angst en stress, werd met behulp van elektronen bijgehouden. Deelnemers werden bij de proef op het verkeerde been gezet, want soms lazen zij het woord blue, terwijl de kleur van het woord groen was. Na het maken van zo’n fout bleken gelovige deelnemers minder activiteit in hun stresshersencellen te vertonen dan niet-gelovige deelnemers. Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Psychological Science.

Er is ook kritiek op deze studies. Volgens psycholoog Michiel van Elk, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet op het grensgebied van godsdienstpsychologie en neurowetenschap, is het onderzoek uit Toronto iets te kort door de bocht. De proef die deelnemers moesten uitvoeren, heeft weinig met stress te maken, zegt hij, maar meer met het blokkeren van impulsieve neigingen.

Andere atheïstische wetenschappers wijzen erop dat de psychologen die de baten van religie aantonen, vaak zélf ook christelijk zijn, en dus mogelijk een verborgen agenda hebben.

Toch is er wel redelijk veel bewijs dat religie goed is voor de psyche, zegt Michiel van Elk (niet-gelovig, overigens). Naast de sociale steun die het geloof biedt, zegt Van Elk dat rituelen, die vaak aan een religie zijn verbonden, mensen kunnen helpen om moeilijke situaties door te komen – en dus ook stress kunnen verminderen.

Een metastudie waarbij 49 onderzoeken naar de relatie tussen religie en stress werden geanalyseerd, bevestigt dat er een relatie is tussen het hebben van een religie en omgaan met stress.

Zelfs de bekendste atheïst, Richard Dawkins, erkent dat er „a little evidence” is dat geloven helpt tegen stress. Maar of dat door God komt? Dawkins vindt natuurlijk van niet. Placebopillen kunnen iemands gezondheid ook verbeteren, zegt hij, omdat mensen dénken dat ze echt zijn.

Conclusie

Er zijn meerdere onderzoeken die aantonen dat geloven in God een positief effect heeft op het omgaan met stress. Hoewel er kritiek is op deze onderzoeken, zijn ze nooit echt onderuitgehaald. Daarom is de bewering dat religieuzen beter kunnen omgaan met stress dan niet-religieuzen grotendeels waar.

    • Andreas Kouwenhoven