Geen bewijs dat Demmink Turkije bezocht voor misbruik minderjarigen

Joris Demmink wordt al jaren in verband gebracht met kindermisbruik. Archieffoto NRC / Maarten Hartman

Turkije heeft geen informatie waaruit zou blijken dat de toenmalig secretaris-generaal van het ministerie van Justitie Joris Demmink, in 1996 in Turkije was. Eerder is die suggestie wel gewekt. Er is volgens het OM dan ook geen reden voor een strafrechtelijk onderzoek tegen Demmink na aangiftes van pedofilie.

Dit heeft advocaat-generaal Gerard Sta volgens justitiële bronnen gisteren gezegd tijdens een besloten zitting van het gerechtshof in Arnhem. De raadsheren bogen zich over een verzoek tot vervolging van Demmink wegens verkrachting van twee minderjarige Turkse jongens in 1996.

De topambtenaar heeft steeds gezegd dat beschuldigingen over strafbare gedragingen in Turkije in 1996 niet kunnen kloppen omdat hij daar sinds 1986 niet meer is geweest. Het OM heeft na een rechtshulpverzoek aan Turkije vorige week meer informatie gekregen over een document van de Turkse officier van justitie Selim Altay, dat deze zomer opdook. Daaruit zou blijken dat Demmink op 20 juli 1996 wel in Turkije was.

Datum is gebaseerd op een aangifte

Turkije heeft het OM deze maand laten weten dat de genoemde datum in 1996 niet voortkomt uit eigen onderzoek maar slechts is gebaseerd op een aangifte die onder meer is gedaan door de in Nederland tot levenslang veroordeelde drugshandelaar Hüseyin Baybasin.

Vorig jaar besloot het OM na een oriënterend feitenonderzoek nog dat er onvoldoende bewijs was om Demmink te vervolgen. De rechtszaken waarbij oud-topambtenaar van Justitie Joris Demmink betrokken is, hebben de staat inmiddels al bijna veertigduizend euro gekost, zo bleek vorige maand. Het gerechtshof in Arnhem zal binnen zes weken bepalen of er een strafrechtelijk onderzoek moet komen tegen de oud-topambtenaar.