En je krijgt een kerstboom mee naar huis

Kerst is meer dan een reclame van Coca- Cola Theatermakers geven hun draai aan het kerstgevoel Ze creëren saamhorigheid door het publiek samen te laten koukleumen in een verlaten kerk

Illustratie Thinkstock

medewerker theater

Een lege kerk gevuld met een bos kerstbomen: dat beeld had theatermaakster Suzanne Grotenhuis (28) in haar hoofd. Voor deze achtergrond wilde ze haar eerste voorstelling spelen, een monoloog over Kerst en het einde der tijden. Het lijkt een megalomane fantasie voor een beginnende theatermaakster zonder subsidies. Totdat Grotenhuis met haar dramaturg Selm Wenselaers bedacht om aan het einde van de voorstelling haar decor te verkopen. Zwarte Woud Forever, de eerste theatervoorstelling gefinancierd met kerstbomen (voor 11 euro te koop na de voorstelling), was vorig jaar een hit in België. Deze winter staat het pop-upbos in Amsterdam.

In Zwarte Woud Forever huppelt en tapdanst Grotenhuis vrolijk rond terwijl ze erop los associeert. De documentaire An inconvenient Truth over de opwarming van de aarde brengt haar op mijmeringen over een ondergelopen Amsterdam – „zwemmen in het Rijksmuseum!” – om te eindigen bij vragen als: „Met wie zou je Kerst vieren als de wereld zou vergaan?”

Grotenhuis onderzoekt al associërend wat Kerst vandaag de dag is. „Ik ben niet gelovig opgevoed, dus het feest betekende niet veel voor mij. Het was een reclame van Coca-Cola: kitscherige kerstmannen en kinderen die door de sneeuw rennen”, vertelt de Amsterdamse. „Door de voorstelling ben ik erover gaan nadenken. Het is een gelegenheid om samen te zijn, om momenten te delen.”

Groepsgevoel met truien aan

De verlaten kerken waarin ze speelt, verbeelden volgens haar hoe we minder ervaringen delen. „Kerken zouden een plek kunnen zijn waar mensen samenkomen, samen nadenken. Een ongebruikt kerkgebouw staat voor exact het omgekeerde.”

Dit weekend speelt Grotenhuis in de Van Gendthallen, niet in een kerk, want „lege kerken worden in Amsterdam gebruikt voor kerstborrels”. Maar je voelt volgens haar hoe in de hallen ooit mensen levens deelden. En dus kan ze er aan de slag, want tijdens de voorstelling probeert Grotenhuis het verdwenen kerst-/groepsgevoel opnieuw leven in te blazen. Zo wordt het publiek verplicht fleurige Noorse truien aan te trekken en aangespoord „één grote Noorse dakloze familie te worden”.

Grotenhuis denkt dat de hoop en naïviteit die eruit spreekt een reden is dat de voorstelling goed wordt ontvangen: „Ik houd van scherpe humor en kritiek, maar ik hoef ook niet heel de tijd te horen hoe slecht we het allemaal doen. Liever een onrealistische poging om problemen op te lossen, dan ze alleen te benoemen.”

‘Subsidie’ door kerstbomen

Het onverwachte succes van Zwarte Woud Forever had één nadeel. Grotenhuis moest het plots ook buiten de wintermaanden spelen. En dat terwijl gedeelde kou in de kerken nuttig is voor het groepsgevoel. „Op één locatie kregen we de verwarming niet uit, toen hebben we een hele middag de deuren laten openstaan.”

Hoewel het soms zo overkomt, is de voorstelling geen pleidooi voor cultureel ondernemerschap of een businessvoorbeeld voor theatergezelschappen zonder subsidies. Grotenhuis: „Wij raakten uit de kosten door de kerstbomenverkoop en de bar waar na afloop stevig werd gedronken, maar meer dan quitte draaiden we niet.”

    • Sabeth Snijders