Column

De Gouden Rugzak

De coach van de rijken had een half uur als ik naar Wolfheze kwam. Daar gaf Ad Kil, hoogleraar didactiek en research voor professionals aan Nyenrode, een cursus aan advocaten in zo’n vergeten Bilderberg-hotel in de bossen. Binnen rook het naar Chinese tomatensoep.

Ad Kil stond juist te telefoneren met „allerlei media”. Het tijdschrift Quote bleek net een drone op Wassenaar te hebben afgestuurd om de verscholen huizen van de rijkste Nederlanders op de foto te zetten: zo groot is hier de behoefte aan een glimp van welgestelden. En toevallig verschijnt donderdag bij Boom Fiscale Uitgevers De Gouden Rugzak. Handboek voor vermogende families van Ad Kil. Hij schreef het met Raimund Kamp en Marijke Kuijpers, op basis van interviews met achttien erfgenamen. Het werd een soort managementboek voor heel rijke mensen, met veel paragraafjes met titels als: ‘Vertel me eens over het kostenplaatje!’ en ‘Zingeving – het vangnet van het vermogen’.

De auteurs adviseren vermogende families bij de opvoeding van hun kinderen, zeggen ze zelf. Of beter gezegd: bij de voorbereiding van het moment dat vermogens van pakweg 25 miljoen of meer aan de volgende generatie worden doorgegeven – in Nederland in zo’n 1.000 families, schat Ad Kil.

Ik vroeg hoeveel vermogende families hij zelf begeleidde. „Twee”, zei hij. „Of drie.”

En sinds wanneer? „Anderhalf jaar.”

Hoe kwamen de auteurs aan zoveel openhartige erfgenamen? „Laat ik daar maar niks over zeggen”, zei Kil. „Ze bestaan echt. Ze komen zelfs naar de boekpresentatie. Maar ze zullen zich daar niet bekendmaken.”

Allen zijn anoniem. Ook is een man in zijn boek nog weleens in werkelijkheid een vrouw, of omgekeerd, en zijn familiebedrijven onherkenbaar gemaakt. Hij kon ons dus evengoed van alles op de mouw spelden, zei ik.

Ad Kil: „Als wetenschapper zeg ik: Dat is altijd zo.”

Veel succesvolle familiebedrijven zijn kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht en worden nu doorgegeven aan een volgende generatie. Daarbij kan zoveel misgaan, beschrijft De Gouden Rugzak, dat het niet vaak lukt een vermogen heelhuids door meer dan drie generaties te loodsen.

Rijke erfgenamen klagen vooral over schaamte en ruzie. Over schaamte zegt een erfgenaam: „Therapie heeft me geholpen om er overheen te komen. (…) Daar ben ik al tien jaar mee bezig.”

„Geld maakt rusteloos”, zo vat Ad Kil het probleem samen. Er móét altijd iets met vermogen. „Je zou het bijna vergelijken met mensen die niets hebben.”

Nu lijken ruzies uit De Gouden Rugzak toch van een ietwat andere orde: ‘Het kind van vermogende ouders kan bijvoorbeeld protesteren tegen de wijze waarop zijn ouders hun vermogen belegd hebben’, staat daar. ‘’Groen’ of niet, wel of niet in de wapenindustrie, om maar eens wat populaire voorbeelden te noemen.’

In Amerika groeit een generatie idealistische erfgenamen met een schuldgevoel en een hekel aan foute keuzes van hun ouders. Die begonnen daar organisaties als The Resource Generation, waar ze samen goede doelen bedenken om hun geld aan weg te geven. En in Nederland?

Ad Kil: „Hier richten grote accountantsfirma’s klasjes voor erfgenamen op.”