Zelfs na Sandy Hook lukte het niet

Zaterdag was het een jaar geleden dat 20 kleine kinderen werden doodschoten in Newtown Er moet iets veranderen, zei Obama toen geëmotioneerd Maar het Congres ging niet overstag

correspondent Washington

Massale schietpartijen had Robert Spitzer al vaker meegemaakt. Seung-Hui Cho op Virginia Tech University in 2007 (33 doden). Eric Harris en Dylan Klebold op Columbine High school in 1999 (15 doden). Nidal Malik Hassan op Fort Hood, Texas in 2009 (13 doden).

Iedere keer is de maatschappelijke reactie dezelfde, zegt Spitzer. „Er is verbijstering, dan woede. En vervolgens gebeurt er niets. Iedereen gaat verder met zijn leven.”

Robert Spitzer is hoogleraar Politicologie aan SUNY Cortland (de universiteit van de staat New York), en al jaren (kritisch) lid van de Amerikaanse wapenlobbygroep NRA. Hij is voor wapenbezit, maar ook voor streng overheidstoezicht. Hij schreef een standaardwerk over wapenbezit in Amerika: The Politics of Gun Control.

Toen Spitzer hoorde van de moord op twintig kleine kinderen en zes onderwijzers op basisschool Sandy Hook in Connecticut, afgelopen weekend precies een jaar geleden, dacht hij dat het deze keer anders zou gaan. „Nooit eerder zag ik zo’n intens verdriet over het land komen na een schietpartij. Het ging om zulke kleine kinderen. President Obama verscheen in tranen op televisie. Voor het eerst was er enige consensus in de maatschappij dat er iets moest gebeuren om vuurwapengeweld terug te dringen.”

Een zeldzame kans, eindelijk

Sandy Hook werd alom gezien als een zeldzame kans om de macht van de National Rifle Association (NRA) te breken, en landelijk met strengere vuurwapenwetten te komen. In de Verenigde Staten zijn meer vuurwapens in privébezit dan dat er inwoners zijn: ruim driehonderd miljoen. Obama zei: „Als we ook maar één leven kunnen redden, dan zijn we verplicht dat te doen.” Obama wilde het verbod op zware automatische vuurwapens, afgeschaft in 2004, herstellen. Hij wilde de controle op wapenshows vergroten, waar overal in het land grote aantallen pistolen en geweren verhandeld worden. En hij stelde voor kopers van vuurwapens beter te controleren op een crimineel of psychiatrisch verleden.

Aanvankelijk had Obama de publieke opinie na de schok van Newtown mee. Maar zijn missie werd gedwarsboomd door de NRA, een van de machtigste lobbyorganisaties in Washington. NRA-voorman Wayne LaPierre zei op een persconferentie dat de oplossing voor massale schietpartijen juist méér wapens is. Zo stelde de NRA voor schoolpersoneel te bewapenen.

Robert Spitzer: „Dit is de oude tactiek van de NRA – meteen terugslaan. De woorden van LaPierre werkten deze keer eerst in zijn nadeel. Veel Amerikanen waren oprecht geschokt door de ongevoeligheid waarmee hij sprak. Maar zijn achterban vond het prachtig.”

Door een succesvolle lobby in het Congres sneuvelden alle plannen van Obama. De NRA, dat een budget heeft van 200 miljoen dollar, beïnvloedt volgens Spitzer vooral voorverkiezingen in kleine districten. Congresleden uit conservatieve streken, ook Democraten, wilden niet het risico lopen verkiezingen te verliezen. Een voorstel van een Democratische en een Republikeinse senator om beter de antecedenten van kopers na te gaan, sneuvelde doordat vier Democraten tegenstemden. Spitzer: „Volgend jaar zijn er tussentijdse verkiezingen. Dan wil je niet de NRA tegen je hebben.”

Praten over vuurwapens is heikel voor Amerikaanse politici. Het recht op vrij vuurwapenbezit, verankerd in het Tweede Amendement van de Grondwet, is belangrijk in de Verenigde Staten. Veel Amerikanen hechten aan de oude redenering van het amendement, dat burgers zich met geweld tegen een tirannieke overheid moeten kunnen verdedigen. Anderen willen ermee jagen, of inbrekers wegjagen. Spitzer: „Zo stuurt de NRA het debat. Het gaat niet meer om de doden van Newtown, maar om onze grondwettelijke vrijheden.”

Washington stond stil, maar in de afzonderlijke staten gebeurde van alles. The New York Times berekende dat sinds het drama in Newtown zo’n 1.500 wetsvoorstellen zijn ingediend over vuurwapenbezit, waarvan er 109 zijn aangenomen. De meeste wetten scherpen vuurwapenbezit niet aan, maar versoepelen de regels juist. Zo mogen in een district in de staat Alabama bewakers op scholen wapens krijgen. En in Oklahoma mogen vuurwapens op school en in de schoolbus openlijk gedragen worden.

In New York werd ’t strenger

Daar tegenover staat dat 39 van de 109 aangenomen wetten juist bedoeld zijn om de controle op vuurwapenbezit te verscherpen. In Colorado kunnen mensen die een vuurwapen aanvragen niet langer een online training volgen. In Maine is het bezit van een vuurwapen nu een misdrijf. In Maryland kunnen wapens sneller worden afgepakt van mensen met een psychiatrische stoornis. Robert Spitzer: „De polarisatie in het land blijkt duidelijk uit wat staten doen. Conservatieve staten versoepelen de wet, progressieve staten worden juist strenger.”

In de staat New York, waar Spitzer woont, zijn de controles op kopers van vuurwapens aangescherpt.

Van president Obama valt volgens Spitzer het komende jaar niet veel te verwachten. In dit verkiezingsjaar zal het Congres toch niet meewerken. Meer verwachtingen heeft hij van lobbygroepen tegen vuurwapens die zich razendsnel organiseren. Zo heeft het Democratische oud-Congreslid Gabrielle Giffords een organisatie opgericht die geld inzamelt voor politici die zich tegen vuurwapens richten.

Giffords raakte in 2011 ernstig gewond toen ze tijdens een politieke bijeenkomst door het hoofd werd geschoten. Zes andere aanwezigen vonden bij de schietpartij de dood. Spitzer: „Van initiatieven als die van Giffords verwacht ik veel, omdat die campagnes gaan beïnvloeden. Door de tactiek van de NRA over te nemen, kan het andere kamp politiek een rol van betekenis gaan spelen.”

    • Guus Valk