Voorzitter met te weinig gezag

Gezag is de belangrijkste eigenschap waarover een voorzitter van de Tweede Kamer moet beschikken. Te vrezen valt dat de huidige voorzitter, Anouchka van Miltenburg (VVD), daarvan te weinig in huis heeft. Ruim een jaar nadat ze de voorzittershamer in handen kreeg, is er, nog steeds, gemor op het Binnenhof.

Volgens een artikel in de Volkskrant van afgelopen zaterdag zijn acht fracties zeer ontevreden over de voorzitter. „Deze functie is een maatje te groot voor haar”, was een van de opmerkingen. Anoniem gemaakt, dus flink toonden de geciteerde fractieleiders zich niet. Maar acht fracties op twaalf – dat is veel. Bovendien komt de onvrede in het parlement ook regelmatig publiekelijk tot uitdrukking. Onlangs nog, toen VVD-fractieleider Zijlstra een verklaring van zijn collega Van Ojik kritiseerde, die had uitgelegd waarom GroenLinks tegen de begroting voor ontwikkelingssamenwerking zou stemmen. Dat ontaardde in een ordedebat, waarin vrijwel alle Kamerleden door op hun bankjes te roffelen partij tegen de voorzitter kozen. Dat geroffel was pijnlijk voor haar. En tekenend.

Er zijn eerder van zulke incidenten geweest. Meest in het oog sprong het conflict dat Van Miltenburg met CDA-leider Buma had, die haar, bijna letterlijk, partijdigheid verweet. Ook was er een clash met de PvdA’er Monasch, toen de voorzitter zich in een huurdebat met de inhoud van zijn inbreng bemoeide. Het Kamerlid Voordewind (ChristenUnie) sprak bij BNR op de radio van „politieke sturing die een voorzitter niet waardig is”.

Dat verwijt moet een voorzitter niet treffen, maar de vraag is ook hoe lang de Kamer zich het nog laat overkomen. Het was de Tweede Kamer zelf, uiteraard, die haar vorig jaar tot voorzitter koos. Dat ging niet van harte; ze kreeg in de eerste van drie stemrondes 63 van de 148 uitgebrachte stemmen. Ze kondigde aan een „vrolijke voorzitter” te willen zijn. Er is niets tegen vrolijkheid, maar vakbekwaamheid is een nuttiger kwaliteit in deze functie. Die niet makkelijk is; Kamerleden plaatsen nu eenmaal graag nog eens de zoveelste interruptie of ze proberen hun spreektijd nog wat op te rekken. Een goede voorzitter gebruikt het Reglement van Orde daarbij als hulpmiddel, niet als Bijbel.

Deze week komt de Tweede Kamer voor het laatst dit jaar bijeen. Het zou vreemd zijn als de parlementariërs en hun voorzitter morgen overgingen tot de orde van de dag, alsof er niets is gebeurd. De publieke positie die het voorzitterschap van de Kamer is, is een publieke discussie waard. Fractieleiders horen de moed op te brengen anonieme kritiek ook publiekelijk te uiten. En, als ze daar aanleiding toe ziet, moet de Kamer de voorzitter durven af te zetten.