‘Voor de wet ben ik nog steeds man’

Vandaag debatteert de Eerste Kamer over een wet die het makkelijker maakt het geslacht in een paspoort te wijzigen. „Je voelt je ontkend.”

Als op feestjes een man achter Bregtje Visser aanzit, dan moet ze ‘het’ op een gegeven moment vertellen. Foto Sake Elzinga

Stel: je bent een jongen, je komt uit de buurt van Groningen. Als kind zit je iedere zondag voorin de kerk. In je jeugd zie je meisjes die zich als meisjes gedragen. En jongens die échte jongens zijn. Je hoort nergens bij. Vervolgens kom je erachter dat je verliefd kan worden op mannen én vrouwen. En dan voel je je ook nog vrouw. Ben ik schizofreen, vraag je je af.

Dan begint de puberteit. Je ergert je aan je haargroei. Uit wanhoop ga je een rol spelen. Je wordt in je studietijd lid van een studentenvereniging. Iedere woensdag verlaat je dronken de kroeg. Opscheppen en liegen over de vele meisjes die je ‘regelt’. Maar in je hart ben je een vrouw.

Dit is het verhaal van de 32-jarige ICT- consultant Bregtje Visser. Ze was altijd vrouw, maar is geboren in het lichaam van een man. Na het slikken van testosteronremmende hormonen en een gezichtsoperatie ziet ze er nu ook uit als vrouw. Maar in haar paspoort staat nog steeds dat ze een man is.

De huidige wet stelt namelijk dat een transgender zijn of haar geslacht pas in het paspoort kan veranderen als hij of zij een geslachtsveranderende operatie heeft gehad. Visser ondergaat die operatie volgend jaar. Tot die tijd staat in haar paspoort dat ze een vrouw is. Vandaag debatteert de Eerste Kamer over een wet die het transgenders makkelijker moet maken het geslacht te wijzigen.

Visser is ondernemer. Ze houdt van puzzelen, is dol op schilderijen van Jan Steen, kijkt graag naar Pauw en Witteman, en oh ja, ze is ook transgender. „Je wilt niet dat je genderidentiteit je leven domineert, maar je hebt geen keus”, zegt zij. „Het is een strijd om jezelf te accepteren en vervolgens je omgeving ook zover te krijgen. Daarna is het ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Conflicten met zorgverzekeraars die tegenwerken.”

Na haar studie bedrijfskunde startte ze in 2006 haar eigen mediabedrijf. Ze had 25 mensen in dienst. In de weekenden leefde ze als zichzelf. Pruik op. Make-up. Ze ging als vrouw gekleed de kroeg in. Niemand die haar herkende. Ze vond het fijn om zich zo te kleden, maar dat maakte haar nog geen transseksueel. Uiteindelijk ging Visser in haar eentje een weekje naar Zeeland en pakte ze twee koffers in. Eén met vrouwenkleding. Eén met mannenkleding. „De mannenkoffer werd niet opengemaakt”, vertelt Visser in haar kleurrijke woonkamer in Groningen.

Na terugkomst „kon ze gewoon niet meer” als man leven. Haar rol had haar uitgeput. „Maar ik had een bedrijf en verantwoordelijkheden. Ik kon niet opeens als vrouw op het werk verschijnen. Wat zouden de investeerders denken, en de raad van commissarissen?” De crisis kwam een jaar later als een vloek voor haar bedrijf, maar als een zegen voor haar geslachtsveranderingsproces.

In 2010 kreeg ze goedkeuring van het genderteam en begon ze testosteronremmende hormonen te slikken. „Ik bloeide helemaal op.” Ook heeft ze vorig jaar een gezichtsoperatie gehad. Boven haar ogen is een bot gekanteld, waardoor haar voorhoofd minder naar voren staat. Haar kin is geschaafd en haar neus is kleiner gemaakt. Ze lijkt op een vrouw. Maar is dat voor de wet dus nog niet.

In het dagelijks leven zorgt het al voor problemen. Als er op feestjes een man achter haar aanzit, dan moet ze ‘het’ op een gegeven moment vertellen. Op datingsites is het vaak reden voor tóch een afwijzing.

Als Visser zichzelf identificeert, heeft ze veel uit te leggen. „Je komt in de problemen omdat je er anders uitziet.” Meestal wordt zij begrepen door controleurs of een bijzonder opsporingsambtenaar. Maar soms ook niet. Vorig jaar kreeg ze een boete in de bus omdat ze met ‘het pasje van iemand anders reisde’. „Je wordt ontkend. Je bestaat gewoon niet voor de wet. Je zit daar in de bus met allemaal mensen. Je wilt niet dat iedereen weet dat je ooit een man was. Heel gênant, alsof je een halve crimineel bent.”

Visser zegt dat de overheid iedereen verplicht zich te identificeren en het dus voor transgenders goed moet regelen. Ze stoort zich er aan hoe Nederland betweterig naar andere landen wijst, vooral als het om homorechten gaat. Terwijl de rechten van transgenders hier slecht geregeld zijn, zegt ze. „Als de wet wordt aangenomen, voel ik me eindelijk weer veilig in mijn eigen land.”