Vivaldi is streetwise

De Vier jaargetijden van Vivaldi zijn uitgekauwd Dat dacht Erik Bosgraaf ook, tot hij ze zelf speelde Hij maakte een versie voor blokfluit, die nu uit is op cd

verslaggever

Die Vier jaargetijden hebben we nu wel gehoord, zullen veel muziekliefhebbers denken. De vier vioolconcerten van Vivaldi, waarin steeds een seizoen wordt verklankt, behoren tot de populairste werken uit de barok. Er zijn al tientallen opnames van. Wie er nog een maakt, moet wel iets heel bijzonders te vertellen hebben.

Erik Bosgraaf (Drachten, 1980) dacht dat hij er nog wel iets aan toe te voegen had. Zijn cd is net verschenen. Daarop speelt hij de Vier jaargetijden niet op viool, maar op blokfluit.

„Ik had net een album opgenomen met Vivaldi’s blokfluitconcerten toen ik door het Noord Nederlands Orkest werd gevraagd om de Vier jaargetijden te doen”, zegt Bosgraaf. „Ik dacht: jemig, ik speel toch niet zo’n Classic FM-hit, terwijl er zulk mooi origineel repertoire is dat je nooit hoort? Toen de programmeur aandrong, heb ik er toch naar gekeken. Het bleek heel goed te klinken.”

Waarom was je verbaasd?

„Omdat het tot het heilige vioolrepertoire behoort, ga je ervan uit dat het heel typisch voor de viool geschreven muziek is. Bovendien zag ik het als een kunstwerk waar je niet aan mocht komen. Maar ik kwam ook een bewerking tegen voor dwarsfluit, gemaakt door de filosoof Jean-Jacques Rousseau. De verschillen met de concerten die Vivaldi wel oorspronkelijk voor blokfluit componeerde, zijn klein. Hij deed eigenlijk altijd alsóf ‘ie voor viool schreef.”

Die vioolconcerten zijn behoorlijk virtuoos. Hoe speel je ze op blokfluit?

„Als je een akkoord speelt op de viool, laat je je vingers staan en strijk je eroverheen – klaar. Bij de blokfluit zijn het vier verschillende grepen. In zo’n geval speel ik die noten gewoon heel snel na elkaar, of ik draag noten uit mijn partij over aan de violen. Soms moet ik noten een octaaf hoger spelen. Ik hoefde niets echt weg te laten.”

Je noemt de Vier jaargetijden zowel een Classic FM-hit als een kunstwerk waar je niet aan mag komen.

„Het ís ook kunst. Soms is iets gewoon zo overbekend dat je het niet meer wilt horen. Hey Jude van The Beatles bijvoorbeeld. Aan de ene kant is het verschrikkelijk…” (Bosgraaf zingt de melodie voor op zeurderige toon.) „Maar eigenlijk is het een heel goed nummer. Ik dacht bij Vivaldi: ik kan hier niet meer door verwonderd raken. Maar de verwondering is terug.”

Hoe kwam dat?

„Je speelt het, en merkt: dit is gewoon fantastische muziek. Vivaldi is de meester van het concerto – de orkestleden beginnen met z’n allen, en dan komt er een solo, dan klinken ze weer samen, et cetera. Hij is zó goed in het aanbrengen van die spanningsboog. Musici doen wel eens lacherig over die thema’s. Die zijn echt van Teletubbie-niveau.” (Weer spreekt Bosgraaf zijn zangtalent aan. Op zeurderige toon klinkt iets wat zich op schrift laat vertalen als: ‘tatata-ta-taaa tatatata-ta-taaa, tatata-tada-ta-ta-taaa’.) „In die ogenschijnlijk suffe thema’s zit juist de kracht. Het gaat om het contrast met die ingewikkelde solopartij.”

Gebruik je ook moderne speeltechnieken? Soms klinkt het als nieuwe muziek.

„Wat is moderne techniek dan? We hebben geen opnames uit de barok. De barokmuziek komt deels voort uit een orale cultuur. Een fractie van de mensen kon lezen. Wat Vivaldi noteerde, was geen letterlijke weergave van wat hij wilde horen. Natuurlijk voeg ik er iets aan toe. Enerzijds op basis van wat ik gelezen heb, anderzijds op basis van gut feeling.

„Toen Vivaldi’s concerten in 1725 in Amsterdam werden uitgegeven, werden verklarende sonnetten bij de partituur gevoegd. We weten daarom vrij precies wat er in de muziek gebeurt. Gaat het over dronken boeren, dan probeer ik dat te laten horen. Soms blaas ik bewust te zacht, zodat de toon niet tot wasdom komt, dan krijg je een percussief effect. En de greepwisselingen hoor je ook in snelle stukken.”

Erik Bosgraaf – redelijk lang, vroeg kaal – brak in 2006 door met een cd-box van de tot dan toe alleen onder kenners bekende componist, blokfluitist en beiaardier Jacob van Eyck (1589-1657). Het album kwam bij drogisterij Kruidvat in de schappen. Tienduizenden exemplaren werden verkocht. Er volgden belangrijke prijzen, zoals de Nederlandse Muziekprijs in 2011, de belangrijkste staatsonderscheiding voor klassieke musici.

Behalve solist is hij leider („eindredacteur”, zegt hij zelf) van het ensemble Cordevento, waarmee hij ook de Vier jaargetijden opnam. Alle partijen zijn enkelvoudig bezet: er is dus geen groep cellisten, maar één cellist. Bosgraaf: „Ik wil niet een solist met een anoniem orkest dat hem begeleidt. Ik wil die grote concerten spelen op kamermuziekniveau. Dat betekent: er komt een bal van links, en die wordt rechts ingekopt. Zo hoor je alles. En als je mensen vrijheid geeft, voelen ze zich ook verantwoordelijk.”

De eerste recensies zijn al binnen. Vier ballen in zowel de Telegraaf als de Volkskrant. ‘Alsof hij een heavy-metal-variant maakt van een top-10-hit’, schreef de laatste. „Vivaldi is streetwise”, zegt Bosgraaf. „Hij windt het publiek om zijn vingers en brengt op het juiste moment de afwisseling aan. Misschien klinkt Vivaldi soms wel simpel, maar hij is nooit voorspelbaar.”

    • Merlijn Kerkhof