Soms haat hij schaatsen

Olympisch kampioen Mark Tuitert heeft moeite zijn vorm te vinden; het is ‘net niet’ Hij heeft nog maar twee weken om er ‘net wel’ van te maken, want dan is het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf

Redacteur Schaatsen

Als Mark Tuitert om vijf voor half zeven zijn schaatsen aantrekt op het bankje naast de Vechtsebanen in Utrecht, zitten op de tribune hooguit enkele tientallen toeschouwers. Op het middenterrein zwiepen de takken van een verlichte kerstboom heen en weer. Wind, ook dat nog. Olympisch kampioen op het koningsnummer 1.500 meter, en nu op zomaar een kille zaterdagavond in december zich proberen te concentreren voor een 500 meter bij de Utrecht City Bokaal, kwalificatiewedstrijd voor het Nederlands kampioenschap sprint. „Soms kan ik schaatsen haten”, zal Tuitert na afloop verzuchten.

Sprookjesachtig was zijn gouden medaille op de 1.500 meter in Vancouver, nu bijna vier jaar geleden. Van groot talent – Europees kampioen allround 2004 – afgezakt tot middenmoot, ondanks tegenslagen blijven vechten en dan vanuit het niets ineens weer één race lang de beste van de wereld. Precies op het juiste moment; de Winterspelen. Om daarna terug te keren in de schaduw. Een emotionele breuk met zijn ‘gouden’ coach Jac Orie, een nieuwe start onder Gerard van Velde. Hoogte- en dieptepunten op privégebied. En nu, twee weken voor het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen, wanhopig op zoek naar de vorm van Vancouver. Dromend van nog één zo’n dag als toen, straks op 15 februari in Sotsji.

„Het zal voor Mark niet makkelijk zijn om zich voor zo’n wedstrijdje als hier te motiveren”, vermoedt Hans Veldkamp, die met zoon Bart jarenlang langs alle ijsbanen van de wereld trok en nu als senior-trainer van Hardrij Vereniging Den Haag Westland zijn pupil Steffi Wubben coacht. „Voor zo’n meisje is de Utrecht City Bokaal een hoogtepunt van het seizoen. Ze laat er vanavond het Zuid-Hollands kampioenschap voor schieten. Maar Tuitert heeft natuurlijk alles al meegemaakt. Dan kom je hier met een heel andere beleving. Ik weet van Bart hoe moeilijk het dan is om jezelf op te peppen. Dat is echt een gevecht.”

Het wil maar niet lukken

Maar het probleem van Tuitert (33) is niet de entourage op de Vechtsebanen, verzekert hij. Schaatsen tussen de nationale subtop met maar een enkele topper, gebrekkig opwarmen in de lege ijshockeyhal, tussen de races door samen met het schaarse publiek wachten in de kantine? „Ik heb mezelf nooit te groot gevoeld voor dit soort wedstrijden”, zegt de olympisch kampioen, vorige week nog kansloos tiende bij wereldbekerwedstrijden in Berlijn. Angst voor wedstrijden, zoals veel topsporters op leeftijd? „Nee hoor, ik ben niet bang om hier te starten. Straks in Heerenveen kun je je ook niet verstoppen, je moet een keer met de billen bloot. En vorig jaar won ik de Utrecht City Bokaal nog en ging ik daarna beter rijden.”

Het probleem van Tuitert is het schaatsen zelf. Het gaat maar niet zoals hij wil. Niet op de snelle banen van Calgary en Salt Lake City, niet op de laaglandbaan van Berlijn. Ook in Utrecht komt Tuitert maar niet op snelheid. Niet op de 500 meter (zesde in 36,75), niet op de 1.000 meter (derde in 1.12,07). Ja, dan kan hij schaatsen haten. „Dit is mentaal heel zwaar.”

Liefkozend strijkt hij over de imposante dijen, terwijl hij zijn schaatsen uittrekt. Telt zijn zegeningen. „Mijn slotronde was ruimschoots de snelste van iedereen.” Na een zwaar trainingskamp in Collalbo zit het met de inhoud wel goed. Maar de snelle start, zijn handelsmerk, is ver weg. „Je weet dat je snelheid verliest als je veel inhoud traint. Dat ik daarin tekortkwam, had ik in trainingen ook wel gemerkt. Maar ik leek nu wel een diesel. Zo langzaam. Ik voel me niet goed, sta niet te springen van energie.” Volop twijfel langs de Vechtsebanen.

„Het verschil is maar dit”, stelt Jurre Trouw, de coach van Beslist.nl, terwijl hij duim en wijsvinger een paar millimeter uit elkaar houdt. Misschien wel het verschil tussen schitteren in Sotsji of het roemloos einde van een schaatscarrière.

Maar wat is ‘dit’? Een andere begeleider toont Tuitert een filmpje van de 1.000 meter op zijn smartphone. „Ik kom niet weg met mijn linker op het rechte stuk”, becommentarieert Tuitert. „Kijk, met rechts kom je wel terug”, antwoordt zijn coach in vakjargon. „Het is net alsof ik van mijn linkerbeen af val”, concludeert Tuitert. Zou dat ‘dit’ zijn?

‘Dit’ komt niet op bestelling

„Schaatsen is net wel of net niet”, zegt Tuitert. „Het moet allemaal raak zijn, met precies de goede timing.” Zoals die ene dag in Vancouver. Maar de tijd tikt niet in zijn voordeel, beseft hij. Hoeveel ervaring hij ook heeft, ‘dit’ komt nooit op bestelling. Er resten slechts twee weken tot Thialf, waar hij zich eerst nog maar moet zien te plaatsen voor Sotsji. „De snelheid moet nu toch wel gaan komen”, praat hij zichzelf moed in. Maar hoe? „Ik moet slimme dingen doen. Rustig blijven. Met de beentjes in de lucht gaan liggen. Energie verzamelen om straks hard te schaatsen. Ik moet vertrouwen houden.”

Recht tegenover hem staat zijn naam onuitwisbaar op de wand, op de laatste van een aantal panelen rond de opgekalefaterde Vechtsebanen met de hoogtepunten uit de Nederlandse schaatshistorie. Vancouver 2010: Sven Kramer (kleine letters), Mark Tuitert (hoofdletters). Ja, er kan nog een paneel bij met Sotsji, beaamt Tuitert, terwijl hij met plezier een paar jochies voorziet van een handtekening. „Ik ga met opgeheven hoofd en de borst vooruit strijden voor wat ik waard ben.”

    • Maarten Scholten