Snowboarder voelde zich lange tijd als geest op een plank

Terug in de half pipe, terug op olympisch niveau. De snowboar-

der voldoet aan de kwalificatie-eis voor ‘Sotsji’. Een prachtprestatie na het overlijden van zijn zus.

Muren slopen en met planken sjouwen is wat anders dan in kekke outfit kunstjes op een snowboard vertonen. Dolf van der Wal draait voor geen van beide zijn hand om. Hij werkte afgelopen zomer in de bouw om zijn sport te kunnen bekostigen. Met resultaat, want de snowboarder (half pipe) mag vrijwel zeker naar de Olympische Spelen in Sotsji.

Je moet wat als eenvoudige sportman die zijn A-status verliest. Na afsluiting van de geldkraan is het zoeken naar een nieuwe inkomstenbron. Van der Wal koos vier maanden voor een bestaan als opperman. Verre van ideaal, want de snowboarder moest concessies doen aan zijn training. En aan zijn fysieke gesteldheid, want acht uur werken en dagelijks met rugpijn thuiskomen is een allesbehalve ideale voorbereiding op het olympische seizoen.

Ach, wat maakt het Van der Wal uit. Twee jaar eerder was zijn zus – de cabaretière Floor van der Wal – doodgereden. Dát hakte erin. De snowboarder heeft sindsdien alle donkere kamers van zijn ziel bewoond. Hij was er lange tijd mentaal slecht aan toe. Van der Wal voelde zich wanhopig, verloren en ontredderd. Van de een op de andere dag was hij enig kind. Geen zus meer met wie hij kon geinen, geen zus meer bij wie hij kon uithuilen. En snowboarden? Dat ging helemaal niet meer. Alsof er een geest op de plank stond.

Stoppen met snowboarden leek de enige oplossing. Maar sport is zijn leven. Bovendien zou Floor niet gewild hebben dat hij zou stoppen. Doorgaan dus. Na ‘Vancouver’ nog een keer de Winterspelen halen. Maar hoe, als het hoofd protesteert? Een sportpsycholoog benaderen. Dat hielp, want aan de hand van de mentale coach Patrick van der Molen heeft Van der Wal zijn geest weer geordend. Hij kan weer normaal functioneren. Berustend: „Kijk, de oude Dolf word ik nooit meer, maar als snowboarder zit ik op mijn oude niveau.”

Nog één keer naar de Olympische Spelen. Om zich te verbeteren ten opzichte van de 37ste plaats in Vancouver. Van der Wal wil revanche. Op zichzelf. En als eerbetoon aan zijn zus, die hem destijds vanaf de tribune zag spartelen. Helaas voor Van der Wal zal hij een prestatieverbetering niet met zijn zus kunnen delen. Dat wordt een moeilijk moment, weet hij nu al. Verder overheerst de trots. Dat hij heeft geknokt, alle ellende heeft overwonnen en er in Sotsji opnieuw bij is.

Tenminste, als sportkoepel NOC*NSF niet gaat dwarsliggen. Met zijn vierde plaats, afgelopen vrijdag bij de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka heeft Van der Wal formeel voldaan aan de kwalificatie-eis van een plaats in de topacht. Maar pas als die prestatie kwalitatief is gewogen, wordt zijn aanwijzing officieel. Belangrijke graadmeter is dat het deelnemersveld representatief moet zijn. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er in Ruka nogal wat toppers uit sterke landen ontbraken. Van der Wal schreeuwt daarom nog niet van de daken dat hij naar Sotsji mag, hoewel de snowboarder zich evenmin kan voorstellen dat een vierde plaats in een wereldbekerwedstrijd genegeerd wordt. Prettig neveneffect van een definitieve aanwijzing: terugkeer naar de A-status.

Telefonisch vanuit Copper Mountain in de Verenigde Staten, waar deze week een wereldbekerwedstrijd wordt gehouden, meldt Van der Wal dat hij in Ruka eindelijk weer dat oude, vertrouwde gevoel had. Zijn lichaam kon weer wat zijn geest wilde, en dat was lange tijd niet het geval geweest. „Het was zoeken naar de vorm”, zegt Van der Wal. „Maar in Ruka bleek dat ik het nog kan. Dan is de opluchting groot. Nu is het een kwestie van hard trainen en vooral mezelf nieuwe trucs eigen maken, want ik heb wel gemerkt dat het niveau van de concurrenten tijdens mijn afwezigheid is gestegen.”

Het vertrouwen van Van der Wal is toegenomen nu hij minder valt. Zijn wankelmoedigheid hinderde hem nogal in de aanloop naar ‘Vancouver’, toen hij op de valreep hersteld was van een zware val. Een gebroken rug, gebroken ribben, een gescheurde milt en ‘ook nog iets’ met schouders en longen maakte een topprestatie toen onmogelijk. Daar zal in Sotsji ijs en wederdienend geen sprake van zijn. Want Van der Wal schreeuwt het bijna de oceaan over: „Ik voel me ontzettend goed.”