Rutte staat toch macht af aan EU

Brussel krijgt meer zeggenschap over de economieën van de lidstaten.

Het kabinet is bereid opnieuw meer nationale bevoegdheden aan Europa over te dragen om een gemeenschappelijk economisch beleid te voeren. In tegenstelling tot een paar maanden geleden wil het kabinet hierover nu wel „politiek bindende” afspraken maken.

Dit blijkt uit een brief van premier Rutte (VVD) en minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) aan de Tweede Kamer. Komende donderdag en vrijdag praten de Europese regeringsleiders onder andere hierover in Brussel.

Eind oktober van dit jaar wees premier Rutte tijdens een debat in de Tweede Kamer bindende contracten nog af. Conclusies van de Europese regeringsleiders waarin op dit besluit werd vooruitgelopen waren volgens Rutte gebaseerd op een foute vertaling van het Engelse woord engage. „Wij bestrijden die vertaling, want dat was niet de afspraak”, aldus Rutte toen. Maar nu heeft het kabinet het dus zelf ook over „bindende” afspraken.

De zaak ligt politiek uitermate gevoelig, omdat het kabinet onder druk van de toenemende anti-Europa-stemming steeds ontkent dat soevereiniteit aan Brussel wordt overgedragen. Als gevolg van de crisis rond de euro is het begrotingsbeleid van de nationale lidstaten de afgelopen jaren al onder veel stringentere Europese controle komen te staan. Het voornemen om de Europese Commissie de mogelijkheid te geven lidstaten politiek bindende afspraken op te leggen is een nieuwe poging om Europa een grotere greep te geven op het economisch beleid van afzonderlijke landen. Hiermee zouden ontsporingen zoals in Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland moeten worden voorkomen. Vooral Duitsland is een groot voorstander van strengere regels.

Het gevolg van bindende afspraken is dat de vrijblijvendheid verdwijnt van de bestaande specifieke aanbevelingen uit Brussel aan individuele EU-landen om hun economie te hervormen. Nederland kreeg bijvoorbeeld in het verleden het advies om de fiscale aftrek van hypotheekrente te beperken. Vanwege de electorale gevoeligheid wilde een groot aantal partijen hier niet toe overgaan. Maar als sprake is van bindende contracten, moet Nederland dit doen.

Het kabinet wil dat dit soort afspraken alleen tot stand komen met „volledige betrokkenheid van nationale parlementen”. Premier Rutte zei eerder in de Tweede Kamer dat daarom de soevereiniteit ook niet in het geding is. „Wij zetten geen handtekeningen onder afspraken die wij niet steunen”, aldus Rutte.

Maar hier staat tegenover dat landen die met een hoger tekort zitten dan de Europese regels toestaan onder curatele staan en in de praktijk weinig keuze hebben.

    • Mark Kranenburg