‘Hongerende wilde dieren niet voederen s.v.p.’

Vrouwtjesherten op de Hoge Veluwe. Foto ANP / Marten van Dijl

Hongerende wilde dieren in de natuur moeten ‘s winters niet worden bijgevoerd. Ook moet wild niet worden afgeschoten om voedselgebrek te voorkomen. Dat is de meest voorkomende mening onder veertigduizend deelnemers aan de enquête van Vereniging Natuurmonumenten over “dilemma’s” van wildbeheer.

De meeste ondervraagden zijn voorstander van grote, onderling verbonden natuurgebieden waar meer ruimte is voor wild. In die gebieden moet wild alleen worden afgeschoten als het ernstig lijdt. Directeur Marc van den Tweel van Natuurmonumenten vindt, gesterkt door de resultaten van de enquête, dat Nederland af moet van het zogenoemde nulstandbeleid: de regel dat wild wordt afgeschoten als het zich buiten afgesproken gebieden ophoudt. Van den Tweel:

“In Twente worden edelherten afgeschoten omdat ze er niet mogen komen. Daar moeten we van af.”

Hij spreekt van “cijferfetisjisme” bij het beheer van wild.

“Wij denken dat de draagkracht van gebieden groter is dan wordt gedacht. Kijk niet naar aantallen maar naar de impact van wild op een gebied.”

Afschot van wilde dieren zoals ter bestrijding van schade en overlast mag alleen als het echt niet anders kan, vinden de ondervraagden. Beter is het overlast bij omwonenden en aanrijdingen in het verkeer te voorkomen door het plaatsen van hekken, en het verlagen van maximumsnelheid voor automobilisten. Natuurmonumenten wil ook praten met TomTom over waarschuwingen voor wild in navigatieapparatuur. Van den Tweel: “Ook in natuurbeheer kun je innovatief zijn.”

    • Arjen Schreuder