Hoe gaan gisse groentjes de boot in?

Debacles als dat van Econcern zijn het zout in de pap van het moderne kapitalisme. In de opkomst en ondergang (1999-2009) van de Nederlandse specialist in groene stroom zie je twee van de menselijke oerdrijfveren terug: angst en hebzucht. Angst om de boot te missen, zodat anderen eerder bevredigd worden in hun hebzucht dan jij.

Groeigerichte, in nieuwe technologie gelovige ondernemers zoals Econcern-oprichter Ad van Wijk zijn de entrepreneurs die de wereld veranderen. Niet aarzelen, aanvallen. Wie wint, is de groene Steve Jobs. Wie verliest, vindt zijn naam terug in een faillissementsrapport van honderden pagina’s, zoals nu in het verslag van de doorgewinterde curatoren Jan Willem van Andel en Louis Deterink. In 2007 boekte Econcern zijn hoogste omzet: 443 miljoen euro. Eind 2008 werkten er op het hoofdkantoor in Utrecht en elders 1.400 mensen.

In het debacle komen talloze kenmerken samen die het moderne ondernemen zo fascinerend maken.

1. Zelfoverschatting. Niet klein beginnen. Niet je aandacht concentreren op één technologie. Of één land. Nee, direct versnellen naar een breed scala van grensoverschrijdende en grensverleggende activiteiten. Meer dan 200 vennootschappen, 24 landen, vrijwel alle continenten. Van windparken op land tot op de Noordzee en op Bonaire. Van zonne-energie tot de ontwikkeling van elektrisch aangedreven lichtgewicht kunststof auto’s.

2. De zeepbel met het beste van twee werelden. Duurzame groei belooft fris profijt in ouderwetse geitenwollen sokken. Denk aan het woord zeepbel als u straks de aanbiedingen krijgt over hoe u kunt profiteren van het energieakkoord tussen kabinet, bedrijfsleven en milieuorganisaties.

3. Politiek smeergeld. Geen windmolens en zonnepanelen zonder politieke besluitvorming over ruimtelijke ordening, vergunningen, subsidies of belastingmaatregelen. Econcern blijkt een samenwerking tegen betaling met de (inmiddels overleden) GroenLinks-gedeputeerde Moens van Noord-Holland te hebben gehad.

4. Houtje-touwtje cijferen. De administratie van Econcern was „uiterst complex” en mede daardoor, schrijven de curatoren, was de interne informatievoorziening traag. Zoiets is altijd zorgelijk, maar als de financiële situatie in een bedrijf verslechtert, zoals hier, is het dodelijk.

5. Boekhoudkundig avonturisme. Winsten op verkochte dochterbedrijven waren winstbron nummer één, niet reguliere inkomsten (betaalde elektriciteitsrekeningen). In 2007 bestond bijna de hele nettowinst van 86 miljoen euro uit twee boekwinsten, die volgens de curatoren gebaseerd waren op een „gemanipuleerde, deels achterhaalde en volstrekt onrealistische waardering”. Als de accountant het bij de rechter niet kan uitleggen wordt het dokken.

6. Financieel luchtfietsen. Het strategisch plan 2008-2012 becijferde op basis van een extra kapitaalinjectie van 440 miljoen euro een winst van 3,5 miljard euro en een vermenigvuldiging met factor 23 van de aandeelhouderswaarde.

Ja, wie wil dat niet? Het frappante aan Econcern is, dat het geen doorsnee-aandeelhouders waren die erin stonken. Niet de spreekwoordelijke ‘kleine’ beleggers die door het ‘grootkapitaal’ verleid werden om hun spaargeld te steken in een glossy avontuur.

Nee, hier gingen een paar van de meest gisse financiers en banken de boot in. Samen voor een paar honderd miljoen euro. Het SHV-concern van de familie Fentener van Vlissingen, de Rabobank, verzekeraar Delta Lloyd, en ING dat het bankenconsortium leidde. Hebzucht, angst en ongefundeerd vertrouwen in techniek en spreadsheets zijn niet voorbehouden aan de massa. De financieel-zakelijke elite stond erbij en keek ernaar.

Wind werd geld op papier en alles woei weg.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga