‘Het liefst wil ik vol concurreren met 18-jarigen’

Foto Michelle Kloboucnik

Cliff Richard oogt afgetraind, op het magere af. Hij sport veel, vooral tennis, ‘thuis’ op Barbados en in Portugal. Maar fit blijft de 73-jarige Britse popster vooral door het ‘bloedgroepdieet’. „Bij bloedgroep A past bijvoorbeeld geen vlees, dus dat ik eet ik niet. Alhoewel… gisteren heb ik gezondigd. Dat mag soms. Het gaat mij erom in vorm te blijven, niet om af te vallen.”

De ontmoeting vindt plaats in een chique hotel aan de Amsterdamse gracht waar de Britse zanger twee dagen de Nederlandse en Vlaamse pers te woord staat. De reden? De promotie van zijn nieuwe cd The Fabulous Rock ‘n’ Roll Songbook, de concert-dvd Still Reelin’ and A-rockin’ en het concert dat hij 17 mei in de Ziggo Dome zal geven. De cd is zijn honderdste. Maar dat record heeft hij zich niet gerealiseerd bij de opnames. Laconiek: „Dat is toch best een prestatie dan.” Sir Cliff, zoals hij sinds 1995 wordt genoemd, komt patent over. Het idee van de eeuwige jeugd wordt zorgvuldig in stand gehouden door zijn bruingeverfde haardos en bruine teint. En hij is bijzonder genegen te vertellen hoe het met hem is ten dienste van zijn muziek.

Cliff Richard doet nog één tournee per jaar. Hij heeft meer rust ingebouwd, maar wil nog steeds graag een ‘recording-artist’ genoemd worden. Want: „Ik sta nog graag in de studio.” Maar wat hij zegt maakt evengoed een bitterzoete indruk. De huidige muziekgeneratie is moeilijk bij te benen en daar hebben anderen, vooral de radio, schuld aan. De manier waarop hij zijn belang als popmuzikant – hij had zijn eerste hit (Move It) in 1958 – onderstreept, doet krampachtig aan.

Richard vindt ook veel ‘eerlijk’ of ‘oneerlijk’. Radiomakers ‘liegen tegen het publiek’. Omdat ze zijn hits niet draaiden en zijn naam naar zijn gevoel wordt gewist uit de muziekgeschiedenis. Dat maakt het moeilijk om nieuwe fans voor zijn muziek te winnen. „In Engeland heeft de BBC mij altijd erg gesteund”, zegt hij. „Vroeger kwam ik een keer of acht per dag voorbij. Nu draaien de hoofdzenders mij nog maar weinig. De lokale stations nog wel, bij hen kom ik ook nog regelmatig langs voor interviews.”

Generatiekloof

Muziekgeneraties worden bewust van elkaar gescheiden gehouden, is zijn idee. „Toen ik net begon was de oude generatie totaal niet geïnteresseerd in Jerry Lee Lewis en Elvis. Die luisterden naar de Stan Kenton band, Frank Sinatra en Ella Fitzgerald. Maar alles kwam voorbij op de radio. Nu ben ik ouder dan mijn ouders waren toen rock-’n-roll zijn intrede deed, en ik houd nog steeds erg van die muziek. Maar je hoort míjn muziek niet tussen de jongeren van nu op de radio. Waarom niet? Mógen we, ik bedoel ook Elton John, de strijd niet met hen aangaan? Zijn ze bang dat we zouden verslaan? Misschien wel!”

Competitie is belangrijk, vervolgt Sir Cliff. Hij gebruikt graag sportmetaforen. „Tennisser Roger Federer stopt alleen als het niet meer gaat. Als 32-jarige tegen een 18-jarige moet hij verschrikkelijk zijn best doen. En hij wint. Of niet. Dus waarom kan ik het niet opnemen tegen een 18-jarige? Ik mis dat echt.”

We komen op de aanleiding van het gesprek. Nu, zegt hij ineens stralend, doet hij dus ‘projecten’, en wijst op zijn nieuwe cd; The Fabulous Rock ‘n’ Roll Songbook, dat volstaat met covers van zijn favoriete liedjes van zijn helden Elvis Presley, Little Richard, Chuck Berry en Buddy Holly. Met ‘projecten’ doelt Richard op zijn thema-albums. Hij maakte de afgelopen jaren een duettenalbum, een jazzalbum en een soulalbum. Met een ‘project’ val je meer op, is zijn overtuiging. Dan is de radio minder nodig. Van de mogelijkheden van sociale media lijkt hij zich weinig bewust. „Als ik zing met Dionne Warwick of Olivia Newton John trekt dat de aandacht in een tv-commercial. Je moet toch ergens kenbaar maken dat je een album uit hebt? Ik weet echt niet hoe dat anders zou moeten.”

Eerbetoon

Voor zijn hommage aan de rock-‘n’-roll toog hij speciaal naar de Blackbird Studio in Nashville. Het album kon nergens anders worden opgenomen dan daar waar het genre werd geboren, en met hulp van lokale musici, zegt Richard. De opnames deden hem denken aan zijn begindagen in de jaren vijftig met The Shadows. Gewoon lekker live zingen, te midden van vijf musici. „Ik voelde me op mijn plek. Twee dagen zong ik tien uur achter elkaar. Elke take deed ik met de band. En het mooie is: als je klaar bent, ligt er een album dat alleen nog wat gemixt moet worden.”

Ook voor zijn ouder wordende stem was dat geen probleem, zegt hij. „Pophits als We Don’t Talk Anymore of Devil Woman vragen om een heel andere stem. Met een falsetto kom ik tegenwoordig veel meer in gevaar. Maar het oude werk ligt voor mij vocaal veel makkelijker. Als je er over nadenkt, is het grappig dat ik nu weer terug ben bij die oude simpele opnametechniek. Die songs dwingen zo’n aanpak af.” Van een term als ‘vergeelde covers’ wil hij niet weten. Hij herschept als eerbetoon en denkt ook al na over een tweede deel. „De opbouw van de liedjes past mij goed. Het is up, bright and brash. En het zijn de wortels van onze muziek van nu.”

Hij heeft liedjes altijd intuïtief gekozen, zegt hij. „Vanaf 1958 liet mijn producer me stapels liedjes horen. Dáár lag dan de grote stapel ‘nee’, hier het kleine stapeltje ‘ja’. Ik koos wat me meteen aansprak. En de teksten kon je altijd wel aanpassen.” Neem de kersthit Mistletoe and Wine, deze weken weer een geheide oorwurm. „De oorspronkelijke zin „a smile and a joke, a laugh and a smoke” beviel me niet”, zegt de zanger. „Ik heb dat meer naar Kerstmis gebracht. En zo ging dat bij meer liedjes. Tekstschrijvers vonden dat vaak niet erg, als de royalties maar kwamen. Nou, dan hadden ze een goeie aan mijn hits.”

Concert: 17 mei Ziggo Dome

    • Amanda Kuyper