Het ‘Adagietto’ voor Alma met fluwelen strijkersklank

Het leek wel Mahlerweek. Het Boedapest Festival Orkest van Iván Fischer speelde de Negende Symfonie in het Concertgebouw, in Rotterdam en Arnhem klonken de Zesde en de Vijfde.

De Zesde van Mahler is een dappere programmakeuze. De eerste symfonie die Mahler schreef sinds zijn huwelijk met Alma heeft een aantal beroemde bewonderaars, maar echt populair is het nooit geworden. De Doelen zat amper halfvol.

De Rotterdamse chef Yannick Nézet-Séguin moest wegens ziekte verstek laten gaan en zijn vervanger, Martin Sieghart, klaarde de klus niet naar volle tevredenheid. Sieghart nam de tijd, waardoor de toch al forse Zesde uitdijde tot een corpulente anderhalf uur. De uitvoering kende veel oneffenheden, te veel. Daar stonden mooie momenten tegenover, maar juist in zo’n machtige bouwwerk moet je door de details worden meegevoerd – anders verliest de tocht zijn glans.

In Arnhem bundelden het Nederlands Symfonieorkest en het Gelders Orkest hun krachten voor de populaire Vijfde. De samenwerking – op vrijwillige basis, anders dan bij de zuidelijke orkesten – krijgt in maart een vervolg met de Zevende van Bruckner. Op deze manier kunnen de kleinere gezelschappen toch het allergrootste repertoire uitvoeren.

Ed Spanjaard kneedde zijn samengestelde groep musici tot een bewonderenswaardig hecht en dynamisch orkest, dat geen moment de indruk wekte een gelegenheidsensemble te zijn. De verschillende instrumentgroepen waren volmaakt in balans en mengden prachtig; de brille van Spanjaard was in iedere frasering voelbaar. Het geliefde Adagietto voor Alma was licht en zwoel, met een fluwelen strijkersklank.

Joep Stapel

    • Joep Stapel