‘Essayist pur sang’ krijgt P.C. Hooftprijs

Willem Jan Otten bekroond voor ‘originele en persoonlijke keuzen’ van zijn onderwerpen.

Willem Jan Otten, vanmorgen vroeg bij zijn uitgever Van Oorschot. „Mijn poëzie, romans en essays zijn drie verschillende kraantjes die om beurten open gaan.” Foto Merlijn Doomernik

Een verrassing kan de bekroning van de 62-jarige Willem Jan Otten met Nederlands belangrijkste literaire prijs niet worden genoemd. De jury van de P.C. Hooftprijs noemt Otten ‘een essayist pur sang’. „Hij is origineel en persoonlijk in de keuzen van zijn onderwerpen. Als lezer merk je hoe hij al schrijvend op zoek is naar een ook voor hem nog onbekende uitkomst van zijn denken.” De prijs is 60.000 euro groot.

Otten debuteerde in 1973 en publiceerde ook toneel, tien dichtbundels en een handvol romans. In alle genres won hij prijzen, zoals de Librisprijs 2005 voor zijn roman Specht en zoon. Zeker in zijn essays, is Otten een vragensteller, een auteur die met schaamteloze ernst zichzelf en zijn omgeving bevraagt. Zijn essays zijn, in de lijn van Montaigne, letterlijk pogingen om iets te ontdekken – stukken waarvan de auteur aan het begin ook nog niet weet waar het zal eindigen. Nadat hij als dichter en toneelschrijver al een zekere reputatie had verworven, baarde hij in 1985 opzien met het essay Denken is een lust, waarin hij zijn toenmalige liefde voor pornografie onder het vergrootglas legde.

Otten is jarenlang vast medewerker van het Cultureel Supplement van deze krant geweest. Hij schreef eind jaren tachtig een reeks bejubelde beschouwingen over film, die overging in een essayreeks die zich steeds nadrukkelijker met de moraal ging bezig houden. Zo keerde hij zich in 1994 tegen de documentaire Dood op verzoek waarin voor het eerst in de Nederlandse televisiegeschiedenis het plegen van euthanasie in beeld werd gebracht. Bij Ottens toenemende belangstelling voor moraal, kwam een steeds grotere belangstelling voor religie, uitmondend in zijn bekering tot het katholicisme in 1999. Zijn echtgenote, schrijfster Vonne van der Meer, was hem daarin al voorgegaan. De stap kwam Otten op veel kritiek te staan, waar hij soms bitter op reageerde. Over zijn uitsluiting uit ‘de kerk van de Handelsbladse rede’ schreef hij het pamflet Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. „Misschien wilde ik zelf te snel verhelderen en verklaren”, zei hij later over het boekje in Trouw – de krant waarvoor hij na zijn bekering veel ging schrijven. „Er staat niks verkeerd in hoor, maar misschien is het wijzer om een paar jaar je mond te houden.”

Meer dan om het geloof, gaat het hem om geloven, zei Otten in hetzelfde interview uit 2006. „Het gaat mij om het proces, om de binnenkant van het geloof. En je kunt er alleen maar iets over zeggen als je het doet, als je erin zit. Ik wil de mensen die er niet aan doen, die er niet in zitten, met mijn verbeelding overtuigen.”

Zijn vier jaar geleden verschenen essaybundel Onze Lieve Vrouwe van de Schemering. Essays over poëzie, film en geloof werd genomineerd voor de AKO-prijs. Momenteel loopt er een reeks maandelijkse stukken over films ‘die een leven veranderen’ – de cinema is nog steeds een van Ottens meest geliefde onderwerpen. In het onlangs verschenen boek De wereld van Willem Jan Otten noemde hij zijn poëzie ‘een zwiepend bruggetje naar geloof’. Ook drie van zijn bundels werden bekroond en enkele van zijn gedichten werden moderne klassiekers, zoals ‘bwa-pl’ waarin de dichter vertelt hoe hij met zijn jonge zoon voorop de fiets naar het Randmeer (Otten woonde lang in Naarden) rijdt. ‘Ik zei: dit nu is water./ Wa-ter./ Wa-ter./ Wa-ter zei ik nog een keer./ En jij zei: bwa-pl/ Je zei het nog een keer./ Het was zeker, zoontje van mij,/ dat wij hetzelfde niet begrepen.’

‘Hetzelfde niet begrijpen’, het is niet moeilijk er de kern van het oeuvre van Willem Jan Otten in te zien. Of eigenlijk alleen een beginpunt, van waaruit het avontuur van de schrijver en de lezer begint.