Echte natuur, en wilde dieren

Nederlanders hebben genoeg van strak beheerde natuur. Laat de natuur het zelf maar regelen, zeggen ze in een grote enquête van Natuurmonumenten.

Foto Hollandse Hoogte

De parkeerplaats van het hoofdkantoor van Natuurmonumenten in ’s Graveland is onbereikbaar. Er wordt een enorme boom gekapt. Het lijkt symbolisch voor de koers die de vereniging de komende jaren wil varen: niet kinderachtig omgaan met robuuste natuur, in gebieden die tegen een stootje kunnen. „Onze droom is grote reservaten met veel wild”, zegt algemeen directeur Marc van den Tweel, een naar eigen zeggen „beweeglijke” doener in keurig pak. Vandaag presenteert hij de resultaten van een enquête onder leden en niet-leden naar de omgang met wild.

Vanwaar eigenlijk de enquête?

„De tijd is voorbij dat mensen lid worden van een vereniging, hun contributie betalen en zeggen: doe maar iets goeds met mijn geld. Wij willen een beweging zijn, midden in de samenleving. We willen mensen betrekken bij het beheer. We hebben veel vrijwillige boswachters. Zoals we ook kinderen weer vertrouwd maken met de natuur, laten zien dat je ergens in mag klimmen, vies mag worden.”

Bent u tevreden over de uitkomst?

„In het debat over wild heb je vaak heftige emoties, belangen en ideologieën. De media berichten uitgebreid over incidenten, zoals de stervende dieren in de Oostvaardersplassen en of er wel of niet te veel damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn. Maar uit onze raadpleging blijkt dat onder het brede publiek, los van alle incidenten, grote blijdschap heerst over natuur en wilde dieren. Dat is bemoedigend.”

Waar moet het natuurbeleid heen?

„De mensen willen meer ruimte voor natuur. We willen toe naar vijf- tot zesduizend hectare grote natuurgebieden met veel wild zoals het Drents-Friese Wold en de Veluwe. Die verbonden zijn met andere natuurgebieden. Het is de vraag of in dat beleid nog het zogenoemde nulstandsbeleid past. In Twente worden edelherten afgeschoten omdat ze er niet mogen komen. Daar moeten we van af. Misschien kun je een nulstand in dichtbevolkte gebieden als Zuid-Holland hanteren. Maar als een edelhert uit Duitsland de Achterhoek in loopt, moet je daar realistisch mee omgaan.”

Hoe meer wild, hoe beter?

„Het overheidsbeleid gaat nu uit van aantalsregulatie. Er wordt gehandeld vanuit het idee dat er een bepaald aantal dieren per hectare mag zijn. Cijferfetisjisme. Wij denken dat de draagkracht van gebieden groter is dan wordt gedacht. Kijk niet naar aantallen maar naar de impact van wild op een gebied. Er komen steeds meer wilde dieren, en mensen zijn daar blij om. Het is een belangrijke reden om natuurgebieden te bezoeken. Daarom willen we graasweiden in open gebieden maken. En meer wildexcursies organiseren. Maar we willen óók een goede buur zijn. We willen óók dat de buren er geen last van hebben.”

Hoe bestrijd je overlast? Ook grote natuurgebieden hebben grenzen.

„Ga er pragmatisch mee om. We hebben een debatmiddag met kinderen gehouden. Een van de mooiste uitspraken vond ik: ‘als je in een grote stad woont dan weet je dat je herrie hebt en als je in een bos woont dan heb je soms last van wilde zwijnen’. Veel mensen vinden dat je de populaties moet laten groeien. De natuur regelt zelf wel hoe ver die groei kan gaan. De mensen zeggen: deins niet terug voor consequenties, maar begin pas met afschieten als er echt geen andere maatregelen meer zijn om schade en overlast door wild te beperken. Dat is een onderstreping van ons huidige beleid.”

Wat zijn die maatregelen? Hekken?

„Er wordt al snel aan hekken gedacht. Maar je kunt ook meidoornheggen planten of wildgreppels aanleggen. In natuurgebieden kun je landbouwgebieden afrasteren. Europa streeft naar vergroening van het landbouwbeleid. Ook daar kun je gebruik van maken.”

En ecoducten? Die zijn duur en volgens sommigen niet effectief.

„Natuurbruggen werken wel degelijk. Dat zien wij dagelijks in de praktijk gebeuren. Maar er is meer. Om aanrijdingen te voorkomen, kan de maximumsnelheid omlaag. En als een TomTom files kan detecteren, waarom kan die dan niet ook waarschuwen voor wild in de bossen? Daar willen we met TomTom over praten. Ook in natuurbeheer kun je innovatief zijn.”

Afschot van lijdende dieren ligt gevoelig. Je zou wild kunnen bijvoeren, of de groei beperken met een anticonceptiepil. Maar dat willen de meeste mensen niet, volgens de enquête.

„Nou,de meningen zijn verdeeld. Dus wij willen die prikpil misschien toch proberen. En wat is bijvoeren? Als je een wak in het ijs maakt, is dat eigenlijk óók bijvoeren. Laten we dat soort dingen gewoon eens proberen. Lerend beheren, noemen we dat. We willen af van dogma’s.”

    • Arjen Schreuder