Drie Nederlandse oud-militairen vechten in jihad

Defensie weet dat oud-militairen als jihadist strijden. Maar hun nationaliteit kan niet zomaar worden afgepakt.

Drie Nederlandse oud-militairen vechten mogelijk mee als jihadist in Syrië of elders. Dat heeft minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) eind vorige week geantwoord op vragen van de PVV.

De Tweede Kamerleden Raymond de Roon en Joram van Klaveren vroegen haar bevestiging van een bericht in de media, midden november. Een Turks-Nederlandse man die in 2009 en 2010 bij de landmacht had gediend, zou inmiddels meevechten als jihadist in Syrië.

Hennis schrijft dat „de in de media genoemde persoon inderdaad dienst heeft gedaan bij Defensie, in de periode oktober 2009 tot juli 2010”. De bewuste persoon heeft de Algemene Militaire Opleiding gevolgd, aldus Hennis, en daarna kort een tweetal vervolgopleidingen. Die zijn voortijdig afgebroken. „Hij is nooit bij een operationeel onderdeel werkzaam geweest.” Ook is niet zeker of hij alleen in Syrië actief is, aldus Hennis.

Verder schrijft de minister: „Bij Defensie zijn op dit moment naast genoemde persoon twee ex-militairen bekend die mogelijk als jihadist meevechten in Syrië of elders.”

De minister neemt niet de suggestie van de twee PVV’ers over om Nederlanders die als jihadi’s in het buitenland meevechten, de Nederlandse nationaliteit te ontnemen. Dat kan volgens Hennis alleen als „sprake is van een onherroepelijke veroordeling wegens een terroristisch misdrijf”.

Voorwaarde is bovendien dat de betrokkene naast de Nederlandse ook een andere nationaliteit bezit. Anders zou zo iemand stateloos kunnen worden, iets wat het Europees Verdrag inzake nationaliteit verbiedt.

Voor zover bekend vechten zo’n honderd Nederlanders, van wie een flink deel uit de regio’s Den Haag en Rotterdam, aan de zijde van de rebellen in Syrië. De Nederlanders hebben veelal geen militaire ervaring. Een aantal van hen is omgekomen.

De Syriëgangers waren eerder dit jaar voor de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding aanleiding het ‘dreigingsniveau terrorisme’ te verhogen van beperkt naar substantieel. De dreiging schuilt vooral in de terugkeer van de jihadi’s, die hun in Syrië opgedane vechtervaring en ideologisch fanatisme in Nederland zouden kunnen inzetten.