Door politiek vakmanschap kan Duitsland nu weer verder

Dankzij het politieke vakmanschap van Sigmar Gabriel en Angela Merkel heeft Duitsland morgen, als de ministers in de Bondsdag worden beëdigd, eindelijk weer een nieuwe regering. Dat is goed nieuws, voor Duitsland, en ook voor de Europese Unie.

In de eerste plaats verdient SPD-leider Gabriel lof. Op een knappe manier heeft hij de pijnlijke verkiezingsnederlaag van 22 september weten om te zetten in een politieke triomf. Hij nam een stevig risico door het regeerakkoord, waarover hij met CDU/CSU overeenstemming had bereikt, voor te leggen aan de leden van zijn partij. Hadden die het afgewezen, dan was de grote coalitie er niet gekomen en had zijn eigen politieke toekomst er somber uitgezien. Driekwart van de SPD-leden stemde echter voor het akkoord, zodat Gabriel nu niet als verliezer begint aan dit kabinet met zijn politieke tegenpool Merkel, maar als een doortastend politicus die brede steun heeft in zijn partij.

Ook Merkel heeft bekwaam geopereerd na de ingewikkelde verkiezingsuitslag, die haar eigenlijk geen ander alternatief liet dan de partij die ze in de campagne had bestreden, weer als partner te omarmen. Bij de verkiezingen had ze een enorme overwinning behaald, maar ze weerstond de verleiding daar al te triomfantelijk over te doen. In plaats daarvan gaf ze de door de kiezers vernederde SPD de ruimte om op te krabbelen.

Met de instelling van een minimumloon hebben de sociaal-democraten een duidelijk herkenbaar programmapunt binnengehaald. In het kabinet hebben ze een groter aantal ministersposten gekregen dan waarop ze – op basis van hun zetelaantal in de Bondsdag – eigenlijk aanspraak zouden kunnen maken. Het politieke gewicht van de SPD blijft met 193 zetels hoe dan ook een stuk geringer dan dat van CDU/CSU (311 zetels). Maar bij de coalitieonderhandelingen is voorkomen dat de krachtsverhoudingen in het kabinet zó scheef zijn, dat er voor de SPD bij voorbaat geen eer aan te behalen valt.

Samenwerking van de twee grootste partijen in één regering brengt altijd het risico met zich mee dat deze partijen hun politieke herkenbaarheid verspelen – en dat kiezers teleurgesteld raken in de politiek of hun heil zoeken bij partijen die meer op de vleugels opereren. Voor de SPD is dat risico het grootst. Voor de sociaal-democraten is het een schrikbeeld dat de ervaren Merkel hen politiek gezien met huid en haar verslindt, waarna ze bij de volgende verkiezingen nog verder wegzakken. Om dat te voorkomen zal de partij zich in het kabinet duidelijk moeten profileren ten opzichte van de christen-democratische partners. Dat zet de coalitie onder druk. Kanselier Merkel en vicekanselier Gabriel zullen al hun vakmanschap nodig hebben om die spanning onder controle te houden.