De verdwijning van Moerdijk

Voor het niet meer kon, boekte ik een kamer in Pension Moerdijk, waar je al vanaf 19,50 euro een bedje hebt tussen Poolse en Roemeense arbeiders. Moerdijk moet weg, begreep ik. Het dorpje naast de beroemde brug moet wijken voor de havenindustrie, voor Shell. Die kwestie speelt al lang, maar nu lijkt het menens.

Vorige week bleek uit een enquête dat ook de meeste inwoners liever vertrekken. Als zelfs je eigen inwoners je niet meer willen, ben je als dorp gedoemd.

Moerdijk is nog geen spookdorpje, zoals het Vlaamse Doel bij Antwerpen. Maar het verdwijnen is al wel begonnen. Een normale supermarkt is er niet meer. En er ligt nog maar één vissersboot in de haven. Ooit had je hier bakkers, slagers, breiwinkel – zelfs een koekfabriek. Ooit had je hier zeven cafés. Nu heb je alleen nog Café de Put, zo’n cafeetje met kleedjes, asbakken, biljarttafel. Op de toog lag dagblad BN DeStem, met een mooi artikel over de typische Moerdijker: geen Hollander, geen Brabander, geen Zeeuw, wel eigenwijs.

Nel, de kastelein, zei dat ze die enquête niet helemaal vertrouwde. Ze vertelde over haar vader van 79, hier geboren – die moest je toch niet gaan verhuizen? Zelf vond ze de onzekerheid over de toekomst het ergst. Moerdijk was saamhorig, zei ze. Alle stamgasten vielen haar bij. Met carnaval deed iedereen mee, net als met de kerstweek – dáár had ik bij moeten zijn. Je had biljartvereniging DPP, dit was hun stamcafé. Je had voetbalclub TPO – Tussen Puinhopen Opgericht, ze speelden morgen thuis, ik zou echt even moeten kijken. Je had de Moerdijkse Vogelvrienden, die hadden nu hun wedstrijd in dorpshuis De Ankerkuil, met parkieten, kanaries, alles.

Daarna sprak ik lang met Jan, een joviale, zestigjarige vrachtwagenchauffeur. Hij had de hele wereld over gereisd, tot Moskou aan toe, maar uit Moerdijk wilde hij niet weg. Er was tweespalt in het dorp, zei hij. Of zoals een andere stamgast het noemde: „Bekant burgeroorlog.” De ene helft, vooral import, hoopte op een leuke vertrekpremie. Hun huizen stonden ‘onder water’, omdat ze ooit te makkelijk geld hadden gekregen van de bank, toen de sky nog de limit was.

Hun ging het om poen. Maar hem ging het om de wortels. Hij kreeg het even te kwaad.

Inmiddels was het muzikale duo Zonder Drank Geen Klank aangeschoven, een drummer en een accordeonist.

Ik ging naar buiten, naar het dorpshuis. Er zaten zo’n 25 mensen in het zaaltje, jong en oud. De voorzitter van de Moerdijkse Vogelvrienden, tevens garnalenvisser, een man met het postuur van Jack Wouterse, maakte de winnaars bekend van de Grote Loterij. De loten kostten een kwartje, de prijzen varieerden van fruitschaal tot televisie met dvd. Terwijl de namen van dorpsgenoten klonken, kwetterden driehonderd vogeltjes vrolijk door.

Er gaat een verhaal over Alexander de Grote, dat hij eens moest huilen nadat hij zijn leger had gezien, omdat hij besefte dat al die mensen er over honderd jaar niet meer zouden zijn. Zulk soort weemoed is zeker in Moerdijk heel begrijpelijk.

Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl).