Bijzondere meteoriet zat 140 jaar in een doosje

Medewerker wetenschap

Pas na bijna 140 jaar is hij terecht: de meteoriet die zich op 27 oktober 1873 bij het Overijsselse dorpje Diepenveen in de grond boorde. Volgens meteorietenkenner Marco Langbroek is het de vijfde meteoriet die tot nu toe in Nederland is gevonden. Vorige week werd de vondst bekend gemaakt door het natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden.

Op de dag van van de inslag in 1873 zagen landwerker Albert Bos en zijn vrouw een oogverblindend licht aan de hemel, vergezeld door een luid gesis en gevolgd door een harde klap.

Toen Bos de steen uit de grond haalde, was deze nog warm. Bos nam de kleine zwarte steen van 68 gram mee naar huis en liet hem onderzoeken door de onderwijzer van de plaatselijke school. De stiefzoon van de onderwijzer stopte de broze steen in een houten doosje, samen met het door hem opgetekende verhaal van Albert Bos en zijn vrouw. Hij doopte de vondst: ‘Meteoorsteen’. Andere bronnen voor de inslag in 1873 zijn er (nog) niet, zo valt te lezen op de website geologievannederland.nl.

Het doosje bleef bijna een eeuw in de school, totdat een leraar het in de jaren zestig mee naar huis nam om te voorkomen dat het werd weggegooid. Op 11 augustus 2012 kreeg Henk Nieuwenhuis de steen te zien bij de weduwe van die leraar. Nieuwenhuis is amateurastronoom en oud-directeur van het Eise Eisinga Planetarium in Franeker. Nieuwenhuis zag direct: dit is een echte meteoriet. Hij schakelde onder andere meteorietenspecialist Marco Langbroek in.

De ‘Diepenveen’ is een relatief zeldzame koolstofchondriet. Chondrieten zijn meteorieten die zijn opgebouwd uit ruimtestof dat als gevolg van de eigen zwaartekracht of elektrostatische lading is gaan samenklonteren in de tijd dat ons zonnestelsel net gevormd was, zo'n 4,2 miljard jaar geleden. Koolstofchondrieten kunnen als enig meteoriettype ook organische materialen, of koolstofverbindingen, bevatten. Dit zijn de bouwstenen van leven zoals wij dit kennen op aarde.

De ‘Diepenveen’ bevat zeker organische structuren, al is het nog niet duidelijk van welke aard deze verbindingen precies zijn: nucleïnezuren, koolhydraten of aminozuren. Dit onderzoekt Langbroek nu samen met geoloog Wim van Westrenen bij Naturalis, dat de steen in bezit heeft.

    • Anna Tuenter