Atoomkuif met een stropdas

Cliff Richard begon als ruige rocker. Maar vanaf Living Doll werd hij een mild en zoetgevooisd tieneridool.

Cliff Richard was een ruige rocker. Hij droeg weliswaar een slank afkledend herenkostuum toen hij in 1958 voor het eerst op de televisie kwam met zijn debuutplaat Move it, maar zijn heupen deden Elvis Presley na – en een herenkostuum, compleet met stropdas, droegen alle zangers in die tijd. Ook als ze nog matar achttien waren, zoals hij. Het nummer was geschreven door Ian Samwell, de slaggitarist van zijn begeleidingsgroep. En het vertoonde alle tekenen des tijds: de oproep om de dansvloer te betreden („come on pretty baby, let’s move it and groove it”), de zang die via de echokamer tot ons kwam, en de vet aangezette basgitaar die het pulserende ritme bepaalde. Het was de eerste echte rockplaat die ooit in Engeland werd gemaakt.

Met zijn hoog opgekamde coiffure – destijds aangeduid als atoomkuif – werd Cliff Richard onmiddellijk een ster. Maar al op zijn tweede plaat had hij zich van rocker getransformeerd tot zanger van het elegante popliedje Living doll, een nummer van de geroutineerde Lionel Bart die tien jaar ouder was dan het piepjonge tieneridool en vooral songs voor theatershows schreef. Rock-’n-roll interesseerde Bart niet; een jaar later werd zijn musical Oliver! het hoogtepunt van zijn carrière.

Living doll (1959) werd Cliff Richards eerste nummer-1-hit, en paste geheel in de tactiek van de platenmaatschappijen die overal ter wereld de in hun ogen onbesuisde rocksound trachtten in te kapselen en om te vormen tot veel onschuldiger jongerenvermaak, dat hooguit iets ritmischer was dan wat het volwassen publiek prefereerde. Zo lieten de tienersterretjes van die dagen zich hun repertoire en de klank van hun platen voorschrijven door producers van middelbare leeftijd met commercieel instinct. „Cliff bracht met zijn zachte, warme stem plotseling een nieuw geluid in de teenagermuziek”, schreef Co de Kloet in 1961 op goedkeurende toon in zijn boekje 9 Teenagerfavorieten. „Dat wil misschien zeggen dat de teenagers een beetje genoeg hadden van de harde wilde rockplaten die tot dan in de mode waren.”

Hoe dan ook: begin jaren zestig was Cliff Richard de onbetwiste topster in het genre, dat pas enkele jaren later popmuziek ging heten. Een typerend krantenbericht uit 1961 meldde hoe het bij zijn concerten toeging: „Een grote groep teenagers bestormde het toneel en er ontstond een onbeschrijfelijke wanorde en een begin van paniek. Een aantal meisjes moest met kneuzingen en overspannen naar een ziekenhuis worden overgebracht.”

Henk van Gelder

    • Henk van Gelder