Alsof hij dit nummer alleen voor mij zingt

Gemma Venhuizen ontmoet haar jeugdidolen van popgroep Hanson. Had ze beter kunnen blijven hunkeren op afstand?

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

1998

Op het pleintje voor station Heemstede-Aerdenhout kwamen we elkaar tegen. Zij liepen snackbar De Sprinter uit – Zac met een softijsje, Taylor en Isaac met patat – en ik was aan het rolschaatsen. „Hoi!”, zeiden ze in koor. Van schrik verloor ik mijn evenwicht. Zac ving me op, gaf me zijn ijsje (met discodip) en zei dat hij nog nooit zo’n leuk meisje had gezien. Ik vroeg of ze meegingen om met mijn Lego-trein te spelen. Lego was hun lievelingsspeelgoed, dat had ik in de Tina gelezen. Mijn moeder gaf ons cola, we werden beste vrienden en Zac en ik kregen verkering.

Zo verliep mijn eerste ontmoeting met Hanson. In mijn fantasie, zestien jaar geleden. Twaalf jaar was ik, en smoorverliefd. Op alle drie een beetje, maar vooral op Zac. Hij was jarig op 22 oktober, twee dagen voor mij – een overduidelijk teken dat we voor elkaar waren voorbestemd.

‘Fan sinds: zaterdag 3 (nog niet echt) zondag 4 januari 1998 (bij Liesbeth gelogeerd)’, schreef ik in mijn dagboek. Tijdens het logeerpartijtje hadden we hun cd Middle of Nowhere vijftien keer beluisterd.

2013

In de kleedkamer van poppodium 013 in Tilburg komen we elkaar tegen. Zij zitten rond de tafel – Zac met een mini-MilkyWay, Taylor met pinda’s, Isaac met koffie – en ik sta met een notitieblok en mijn oude Hanson-plakboek onder mijn arm. „Hoi”, zeggen ze . „Taylor”. „Isaac”. „Brent” – door de zenuwen zag ik de 013-medewerker voor Zac aan. De échte Zac staat achter me. Mijn eerste gedachte: gelukkig heb ik geen hoge hakken aangetrokken. Nu zijn we precies even groot. Tweede gedachte: hij-is-knap-hij-is-knap-hij-is-knap. Derde gedachte: journalistiek verantwoord gedrag vertonen.

Nu niet een half uur smachtend staren. Het zijn gewoon drie mannen die ik ooit leuk vond en vandaag toevallig interview. Over hun nieuwste cd Anthem. Over inspiratie, creativiteit. Over Lego, misschien. Niet giechelen. Alleen vragen stellen die elke professionele journalist zou stellen. Zac glimlacht. Naar mij.

1998

„Die schattige, langharige broertjes”, noemde mijn moeder ze. „Net meisjes!” riep mijn neefje. „Tay, Zac en Ike? Je bedoelt TheeZak en Ei!”, zeiden mijn vriendjes. Het maakte niet uit. Ik had mijn idolen, en daardoor voelde ik me sterk. Ik zat net in de brugklas. Na mijn eerste schooldag was ik huilend thuisgekomen: „Mama, ik zit naast een jongen!” Maar tegen de jongens op mijn posters durfde ik te praten. Dankzij Hanson veroverde ik een plekje in de klas. Op het klassenfeest playbackte ik met twee vriendinnetjes ‘Mmmbop' – ik drumde op mijn omgekeerde Little Pony-prullenbak. Jesse, de leukste jongen uit de klas, gaf me een poster uit de Hitkrant. Thuis keek ik uren TMF, hopend op een Hanson-clip.

2013

Eenentwintig jaar maken ze nu samen muziek. Taylor: „Toen we begonnen, zei iedereen ‘Oh, wat zijn ze jong!’ Maar veel musici zijn vroeg begonnen – denk aan The Jackson 5. Als kind weet je al goed wat je dromen zijn. Wij wisten dat we muziek wilden maken, jij dat je wilde schrijven.” Ik knik; dankzij Hanson begon ik met schrijven. Isaac: „Als die jochies hun droom kunnen waarmaken, lukt het mij zéker, dacht je natuurlijk. Wij gingen zingen, jij ging schrijven en nu zitten we samen hier. Onze ontmoeting is voorbestemd.” Mijn lach klinkt als tienermeisjesgegiechel. Oké. Focus. Iets vragen over de nummers die ze schreven voor Anthem.

„Als ik een ingeving krijg laat ik alles uit mijn handen vallen – anders is het moment voorbij”, vertelt Taylor. „Soms is inspiratie een gevoel, soms een zin of een enkel woord.” Isaac: „Bij een goed nummer voel je als luisteraar diezelfde inspiratie, ben je even verbonden met de muzikant.” Taylor: „Dat is onze uitdaging – voor zo’n verbinding zorgen.” Zac: „Het kan altijd beter. Ons favoriete nummer is steeds het nummer dat we nog gaan schrijven.”

Taylor: „Muziek is net Lego. Hoe meer bouwstenen je hebt, des te meer mogelijkheden. Omdat we al zolang samen spelen, kunnen we voortbouwen op wat we hebben.” Zac: „Soms stort je Lego-bouwwerk in, dan baal je even en bouw je vervolgens iets nog mooiers.” Taylor: „Geniaal speelgoed, Lego. Daardoor hebben we leren samenwerken.”

Hanson-vakantie

De vergeelde plakbandjes zitten er nog, op het beertjesbehang in mijn oude slaapkamer. Onder sommige is nog een afgescheurd stukje papier zichtbaar. De posters zelf zijn al jaren verdwenen. Mijn Hanson-idolatie had naast een begindatum ook een duidelijk eind: 24 oktober 1999. Mijn veertiende verjaardag. „Hangen die gekke posters er nog altijd?” vroegen klasgenotes Stephanie en Stephanie. „Weg ermee!” Ik durfde niet achter te blijven, scheurde fanatiek mee. Achtenveertig posters. Binnen vijf minuten lagen Zac, Tay en Ike in veelvoud op de grond. Verfrommeld, maar nog altijd lachend.

„Achtenveertig posters maar?” Zac knipoogt. „Vooral van jou”, zeg ik, mijn blik op het schaaltje mini-MilkyWays. „Omdat we precies twee dagen schelen.”

Hij lacht. „Een geweldige reden!”

Nu niet blozen. Die jongen is getrouwd en heeft drie kinderen. Isaac heeft er twee, Taylor vijf. De smartphone van Zac ligt bovenop een stukgelezen Bijbel.

Ik wil vragen of ze ooit naar Legoland zijn gegaan (dat was hun droom, volgens de Hitkrant). Of ik een mini-MilkyWay mag. Of anders het papiertje van die ene die Zac net heeft opgegeten. Maar de tourmanager schraapt luidruchtig haar keel. Tijd om te stoppen. Gauw nog drie handtekeningen in mijn plakboek, en een foto.

Jeugdboekenschrijfster Maren Stoffels (25) is in de kleedkamer om haar door Hanson geïnspireerde boek Verliefd op alle 3 te overhandigen. Sinds haar negende is Maren fan. Taylor: „Wauw. Nu moeten we Nederlands leren. Of hopen op een vertaling.”

Een Hanson-boek: het zou niet misstaan tussen de merchandise op hanson.net. Hanson-kerstballen. Hanson-bier (‘Mmmhop’) en zelfs een Hanson-vakantie – in januari, op Jamaica. Cocktails shaken met Isaac, beachvolleyballen met Zac. Samen met honderden fans.

Heel even was Hanson van mij

Want die fans zijn er nog altijd. Niet iedereen is zo afvallig als ik. Buiten, in de vrieskou, staan er tientallen. Sommigen reizen de band overal achterna. Stoffels: „Bij een concert in Londen moesten de Hanson-echtgenotes achter glas luisteren, omdat ze anders gelyncht zouden worden.” Roos van Huisstede (fan sinds haar zevende): „Ik ving bij een optreden een plectrum dat Isaac het publiek inwierp. Toen werd ik hard met een waterfles op mijn hoofd geslagen, zodat ik het liet vallen.” De deuren van 013 gaan open. De fans stromen binnen. Heel even was Hanson van mij. Nu ben ik weer een van de duizenden. Hunkerend op afstand. Juist door die afstand kun je blijven geloven in een illusie – dat is het mooie van fan zijn.

Mijn posters verdwenen bij het oud papier, mijn plakboek zette ik achter in de kast. Het kettinkje dat ik had geknutseld werd door mijn moeder uit de prullenbak gered. De jongens op wie ik de jaren erna verliefd werd, hadden één ding met Zac gemeen: ze waren onbereikbaar.

De zaal is vol. Maren, Roos en ik staan precies op ooghoogte met Hanson. „If you’re always living for tomorrow you’re gonna miss right now”, zingt Zac. Net in de kleedkamer hadden we het nog over die tekst, over in het moment leven, en heel even lijkt het alsof alle andere 999 fans wegvallen, alsof hij dit nummer alleen voor mij zingt, sterker nog, hij kijkt mijn kant uit, we kijken elkaar aan, Zac lacht. Naar mij. Ik pak mijn camera om dit moment te vereeuwigen, puur uit journalistieke overwegingen natuurlijk. „I just wanna see you a little more. I just wanna dream of you some more”, zingt Hanson.

Na afloop bekijk ik de foto’s op mijn camera. Misschien kan ik die foto van Zac uitvergroten: toch weer een Hanson-poster.

Ik zoom in. Zac lacht niet naar mij. Hij lacht naar mijn buurvrouw.