Selfie

De rel van de week was een foto van een foto. In een blog beklaagt persfotograaf Robert Schmidt zich dat het kiekje dat hij van Obama, Cameron en de Deense minister-president Thorning-Schmidt maakte tijdens de herdenkingsdienst voor Mandela, schandaal over zo’n beetje de halve wereld veroorzaakte. De staatsmannen poseerden lachend op de tribune voor het mobieltje van Thorning-Schmidt – en omdat ze een vrouw is en hoogblond, moest het wel om een flirt gaan. Het gezicht van Michelle Obama sprak immers boekdelen? En een selfie nemen op een begrafenis – in de sociale media is die nieuwe mode nu juist het symbool voor hoe diep we sociaal-cultureel gezonken zijn.

Hier een onthullende foto, daar een fittie; je kunt het nauwelijks bijhouden

De fotograaf putte zich uit in nuanceringen – de stemming in het stadion was uitgelaten op z’n Zuid-Afrikaans, de presidentsvrouw was zelf ook in een uitstekend humeur en hijzelf had met zijn foto alleen willen laten zien dat wereldleiders ook maar gewone mensen zijn. Schmidt: „Wat me een beetje verdrietig maakt, moet ik bekennen, is dat we zo geobsedeerd zijn met alledaagse trivia, in plaats van met echt belangrijke dingen.”

Ah, juist, onze verderfelijke hang naar de oppervlakte. Maar is het wel triviaal? Het mes snijdt in ieder geval aan twee kanten. Direct nadat de foto schandaal had gemaakt, verklaarde de onderdirecteur van het persbureau Associated Press in The New York Times dat het net goed was, een koekje van eigen deeg. De beeldregie rond de Amerikaanse president is vanaf het allereerste begin verstikkend geweest, niks mag zomaar, alle spontaniteit wordt zorgvuldig op effect berekend. De schrijver gebruikt zelfs het omineuze ‘Orwellian image control’.

Obama en Orwells 1984? Vijf jaar geleden zou niemand het geloofd hebben. Inmiddels is niemand meer verbaasd.

Vrijwel tegelijk met de aanklacht van de baas van het persbureau verschenen er foto’s vanuit de Air Force One op weg naar Zuid-Afrika waarin George W. Bush plaatjes van zijn nieuwste hondenschilderijen liet zien aan een zichtbaar belangstellende Hillary Clinton. Ook het idee dat politieke tegenstanders elkaar naar het leven staan, was de strekking van het begeleidende stuk, is zorgvuldig gefabriceerd voor het kiezerspubliek – het zijn mensen die het buiten verkiezingstijd vaak persoonlijk goed met elkaar kunnen vinden. Meestal behoren ze tot dezelfde klasse.

Er werd deze week in de media hard gelachen over de foto’s waarop de van verraad beschuldigde en inmiddels geëxecuteerde oom van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un onhandig was weggepoetst. Het deed denken aan het lachwekkende knip- en plakwerk onder Stalin, beeldmanipulatie in zijn grofste vorm. Proest. Maar je kunt je afvragen of de vrije wereld op dit gebied zoveel beter af is, wanneer de president die het allemaal anders zou doen als geen ander de beeldvorming rondom zijn persoon onder controle houdt.

Beelden kunnen bedriegen, schreef Robert Schmidt in zijn blog, maar hij vergat dat dat nu juist de bedoeling is van zoveel beelden in een mediacratie – ze willen bedriegen.

De wereldwijde democratisering van het beeld heeft alles en iedereen op elk moment zichtbaar gemaakt. Verbaal geldt hetzelfde voor Twitter. Dat schept ongekende mogelijkheden voor zelfenscenering en gratis ego-vergroting. Je kunt jezelf laten zien zoals je wilt. Maar het is ook een sociaal mijnenveld. Er gaat dan ook geen uur voorbij of er is wel een relletje over een foto of een tweet of een Facebookbericht. Hier een onthullende foto, daar een fittie; je kunt het nauwelijks bijhouden. Beelden en woorden worden constant geduid, meestal niet met goede bedoelingen.

Zogenaamd leven we in een tijd van vrijheid waarin iedereen zichzelf aan de wereld kan laten zien, maar intussen lijkt ons sociale verkeer steeds meer op dat aan het hof van de Franse Zonnekoning, met zijn ontelbare onuitgesproken regels, zijn eindeloos verfijnde etiquette en sociale doemvloeken bij de geringste sociale misstap. Over dat hof is eens een mooie film gemaakt, niet voor niets Ridicule geheten. Wie het spel niet goed speelt, ligt eruit.

Zelf begin ik er een beetje genoeg van te krijgen, die vrolijk gespeelde spontaniteit, dat achteloze effectbejag achter een masker van blijmoedigheid. Het schandaaltje rondom de selfie van Obama en zijn collega’s wordt ongetwijfeld gauw weggespoeld door andere schandaaltjes, andere ongelukkige momentopnames of onthutsende tweets. Voor mij is het een eyeopener.

Het persoonlijke is buitenkant geworden, intimiteit is geldingsdrang, iedereen zijn eigen persbureau. Laten we eerlijk zijn, achter al die speelse, goedlachse openhartigheid gaat het waar het altijd al om ging. Ambitie, ijdelheid, macht.