Zestig man per minuut liken

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: dating-app Tinder.

Nog voor mijn dochter ’s ochtends haar kommetje havermout heeft leeggegeten, heeft ze meestal al een jongen of dertig afgewezen. Ze ontbijt namelijk met Tinder, een dating-app op haar telefoon die louter foto’s toont. Die foto’s kun je afwijzen (‘Nope’ komt er dan te staan), of ‘goedkeuren’ (‘Liked’). Keur je elkaar goed, dan kun je met elkaar gaan chatten. „Moet je ook doen”, zegt mijn dochter. „Het wordt tijd dat jij weer eens wat onderneemt.”

Ze heeft gelijk. De afgelopen jaren heb ik wat gaten laten vallen in mijn erotisch vangnet. Maar als ik die avond Tinder op mijn telefoon wil installeren, blijkt dat ik daarvoor eerst iOS 7 moet downloaden. En iOS 7 downloaden i s zo mogelijk nog ingewikkelder dan het vinden van een leuke man. Mijn telefoon had er, zo bleek, onvoldoende ruimte voor. En toen ik na een half uur de benodigde 3 GB eruit had gewied, duurde het nog uren voordat het installeren klaar was.

Vervolgens had Tinder mijn wachtwoord van Facebook nodig, maar dat wist ik niet meer. Dus moest ik mijn computer opstarten om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Maar als ik dat dan op mijn telefoon intikte, was dat zogenaamd fout. Dus bedacht ik een nieuw wachtwoord. Weer fout. Tot vijf keer toe! Na de derde keer had ik al met spullen gesmeten. „Rustig mam”, zei mijn dochter die ik naar beneden had geschreeuwd om me te helpen. „Je hebt ‘caps lock’ aanstaan.”

Ze sommeerde me vervolgens een nieuwe profielfoto te kiezen (die ik niet had), omdat ik echt niet die foto kon gebruiken waarop ik met mijn, helaas veel te vroeg gestorven, ezelin sta (en waarop ik een betere versie van mezelf ben, een vrouw van wie geen enkele man zal vermoeden dat ze driftbuien met tranen heeft).

En toen zat ik eindelijk op Tinder, en toen schrok ik me wild. Tientallen zo niet honderden mannen met glimmende schedels en slecht zittende spijkerbroeken staarden me aan. Ze zaten in deprimerende woonkamers met lamellen of in betegelde tuinen met Gamma-schuttingen. Vaak ook poseerden ze op een motor of stonden met hun voeten in de branding, meestal met een biertje in de hand.

„Doe iets”, jammerde ik en wierp de telefoon naar mijn dochter. „Snel. Haal het er weer af. Ik wil hier weg.” Maar volgens mijn dochter had ik niet voor niets drie uur lopen tieren. „Heus, je zult zien. Tinder is heel goed voor je ego.”

Het geeft natuurlijk ook geen pas om een beetje blasé toe doen over die mannen . Zij hebben ook een hart dat klopt, en een moeder die van ze gehouden heeft. Al begrijp ik werkelijk niet waarom zij wel met hun lievelingsdier op de foto mochten. Ik zie mannen met achtereenvolgens een aap, kameel, poes, wurgslang, haan, hond, vis, dolfijn en ganzenkuiken.

„Uh mam, wat doe je?” Mijn dochter kijkt mee over mijn schouder. „Niks. Ik scroll een beetje door die foto’s.” „Not! Je bent ze aan het liken! Je swipet naar rechts. Dat betekent dat je ze goedkeurt.” Had ik het afgelopen kwartier met een omloopsnelheid van zestig man per minuut glimmende schedels zitten liken! Er was er trouwens niet een die de moeite had genomen me terug te leuken. Nu ja, één, maar die deed dat, zo bleek later, om „journalistieke redenen”. Hoezo egoboost?

Eén interessante man zag ik voorbij komen. Hij had krullen en slimme ogen. Hij was met zijn kinderen en at een ijsje. In zijn ogen lag vaderlijke betrokkenheid én milde ironie. Dat vond ik knap. Maar die lieve man heb ik dus, per ongeluk, omdat ik zo woest aan het swipen was, in een split second uit mijn bestaan geveegd.

    • Monique Snoeijen