Woordenstrijd in de krant: wanneer is een etiket gepast?

Waar staan de goudschaaltjes? Dan kunnen we aan de slag, nu Gordon, Mart Smeets, Nico Dijkshoorn en anderen het land in beroering hebben gebracht met hun woordkunst. De krant moet terughoudend zijn met termen als ‘autistisch’ buiten de geneeskunde Taalgebruik telt natuurlijk bij uitstek in de krant – inclusief woordkeus. Twee lezers uit Munnekeburen schreven

Waar staan de goudschaaltjes? Dan kunnen we aan de slag, nu Gordon, Mart Smeets, Nico Dijkshoorn en anderen het land in beroering hebben gebracht met hun woordkunst.

De krant moet terughoudend zijn met termen als ‘autistisch’ buiten de geneeskunde

Taalgebruik telt natuurlijk bij uitstek in de krant – inclusief woordkeus.

Twee lezers uit Munnekeburen schreven mij over de typering van een scheidsrechter als „een gedrongen Turk”. Dat stond in een reportage over Nieuw Sloten, de Amsterdamse voetbalclub die een jaar geleden in opspraak kwam door de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen (Voor altijd de B1 van ‘die grens’, 2 december). Een zinnig stuk, vonden de lezers, maar die typering sloeg nergens op, was „stigmatiserend, misschien wel racistisch, in ieder geval beledigend”.

Is dat zo? Je zou zeggen: als dit het ergste is, scoort de krant nog betrekkelijk laag op de Gordon-index. Maar het is een interessant punt: deze lezers vonden dat zo’n etnische typering niet in het stuk hoorde. Wat voegde het toe?

Hier is de passage: „Langs de kant staat een handvol ouders van Nieuw Sloten. Een moeder doet haar best twee ukkies te interesseren voor het spel van hun grote broer. De scheidsrechter is van Zeeburgia, een gedrongen Turk. Verdediger Steven van Nieuw Sloten steekt een kop boven hem uit.”

Verslaggever Bas Blokker zegt dat hij een beschrijving gaf, niets meer: „Deze man wás gedrongen – zoals Diego Maradona dat is.” En, vraagt hij zich af, waarom zou „Turk” denigrerend of beledigend zijn? Ja, toch niet erger dan „ukkies”.

Volgens het Stijlboek van de krant kunnen etnische aanduidingen worden gebruikt „Als het functioneel is en anders niet” (‘vermelding van religie en/of etniciteit’). Daar schiet je dus ongeveer evenveel mee op als met ‘functioneel naakt’ in de film. In een ander lemma (‘etnische afkomst’) wordt gelukkig uitgebreider toegelicht dat vermelding van afkomst past „wanneer die nauw samenhangt met het onderwerp of leidt tot beter begrip daarvan”. Als het maar relevant is, dus.

Was het dat hier?

Ja, dat vind ik wel, ook al is ‘relevantie’ een meetlat zonder heldere markeringen, en met veel krassen.

Deze reportage portretteerde de nieuwe B1, en hoe dat elftal omgaat met de last van het recente verleden. In de ophef daarover gonsde het van de speculaties over de multiculturele club. Het is dan niet vreemd dat die achtergrond in dit artikel terugkeert. In het stuk is ook sprake van „blanke en minder blanke spelers”, van ouders die in het Turks langs de lijn schelden (op die scheidsrechter), en van een Surinaamse voetbalvader.

Toch kan ik me de reactie van die lezers wel voorstellen – omdat de formulering zelf nogal, nou ja, gedrongen was. Het predicaat „gedrongen Turk” kwam een beetje uit de lucht vallen, zo aan het eind van een zin. Dat irriteerde denk ik eerder dan de simpele constatering dat de scheidsrechter van Turkse afkomst is.

Dan de lichaamsbouw. Want ook dat „gedrongen” riep, opvallend genoeg, „een negatieve emotie” op bij deze lezers: wordt hier iemand weggezet?

Nou nee, dit is een bona fide beschrijvende term, die hier volgens de verslaggever van toepassing was. Gedrongen is nu eenmaal iets anders dan klein.

Ja, bepaalde beschrijvende termen hebben óók een waarderende connotatie: denk aan de „geniale” wetenschapper, of de „sluwe” politicus. Dat zijn feitelijke beschrijvingen (als het bijvoorbeeld gaat om respectievelijk Einstein en Dries van Agt en niet andersom), maar ze drukken tegelijk een oordeel uit.

Maar moet de krant zulke beschrijvingen dan weglaten? Nee, helemaal niet. Journalisten moeten beschrijven wat ze zien en horen. Maar ook hier geldt: context is koning.

Het is waar dat de bekendste Nederlandse oppositiepoliticus een geblondeerde Limburger is. Maar in een nieuwsbericht over de begrotingsbehandeling zou zo’n typering eerder misstaan dan in een reportage over regionale verschillen in het kapsel van politici.

Of in grappen. Zie het verschil in waardering dat Maxim Februari onlangs haarscherp signaleerde tussen de platheid van Gordon (niet leuk) en die van Youp van ’t Hek (wel leuk). De postcode is niet het enige verschil tussen die twee. Het gaat er ook om hoe behendig de lolbroek zijn eigen platheid kan verkopen als commentaar op ándermans platheid – het kattenluikje van de dubbele bodem. Hét handelsmerk van Van ’t Hek, die zijn grofste grappen afblust met een poederlaagje maatschappelijk moralisme.

Nog meer woordkeus: uit de medische wetenschap. Ook gevoelig liggen termen in de krant die zijn ontleend aan de geneeskunde of psychiatrie.

Zoals: „autist”.

Eén lezer vond daar recentelijk maar liefst drie voorbeelden van, in één krant. Koning Willem I werd redactioneel gediagnosticeerd als „autistisch” én, in een tweede stuk, „half autistisch”; aartsbisschop Eijk gold als „autoritair, autistisch”, en de voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy werd, in een opiniestuk van Paul Scheffer, „de belichaming van Brussels autisme” genoemd.

Help, is er een dokter in de krant?

Medisch redacteur Wim Köhler wijst erop dat zoiets gebeurt bij ziektebeelden naarmate die bekender raken in de samenleving. Denk aan „depri zijn”, een „koortsachtige reactie”, of „een kankergezwel in de samenleving”. De redactie moet zoiets registereren, vindt hij, maar zelf terughoudend zijn om zulke termen te gebruiken.

Dat vind ik ook. Medische metaforen zijn bovendien nog iets anders dan het typeren van individuen als ‘autistisch’.

Trouwens, zulk taalgebruik lijkt me ook een kwestie van stoer doen, net zoals het hier en daar blijkbaar weer in zwang is om ‘neger’ te zeggen. De taal is rijk genoeg om opvallend gedrag in niet-medische termen te typeren. Was Willem I niet eerder „contactgestoord” en Van Rompuy „blind voor kritiek”?

Kortom, laat diagnoses in het ziekenhuis.

En, voor alle zekerheid: nee, „gedrongen” is geen aandoening – net zo min als „Turk”.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong