Verloren woorden gevonden Ra, ra, wat betekent ...

Vorige week riepen we op woorden op te sturen die we niet mogen vergeten...

Jan van ’t Hof: „Zonder nu al te buitenissig te worden (ook al een leuk woord) denk ik onder andere aan haaibaai; de overtreffende trap van helleveeg en haaibaai werd wel als slateef aangeduid, maar dat lijkt me meer straattaal dan een vergeten woord. Een hele leuke maar echt wel buitenissige vind ik vernufteling. En als oude uitdrukkingen ook mogen meedoen, denk ik aan je van het – taal uit de tijd van Tielse Flipje.”

Trea Scholten: „Twee jaar geleden heb ik het woord hoogtijdag geadopteerd – en beloofd het regelmatig af te stoffen. Zodat het woord niet verloren gaat. Uit mijn blog van toen: ‘Manmoedig en zonder mededogen bekommer ik me om de belegen woorden. Soms ontluisterend en heilloos, vaak onverkwikkelijk en zonder opsmuk. Keer op keer bedenk ik zinnen met belegen woorden. Ik verluchtig hedendaagse zinnen met verdraaid ouderwetse uitspraken. Noem mijn geliefde eega of gemaal. Roep in de winkel dat mijn pecunia op is. We eten kliekjes en ik geef mijn telg een uitbrander als er weer eens naast de pot gewaterd is.’”

Bas van Dam: „Mijn vrouw las een roman, waarin gesproken werd over ‘een ampele boezem’... Zij vroeg wat dat betekende. Ik dacht: ampel = schraal, minimaal? Maar klopt dat wel, ben ik niet in de war met ‘amper’? Wat betekent ampel oorspronkelijk?” Antwoord: uitvoerig.

Ronald van der Meer: „KTV met AB – geen woorden, maar afkortingen uit de jaren 80, voor kleurentelevisie met afstandsbediening. Het woord kleurentelevisie hoor je sowieso nooit meer, realiseer ik me nu: ooit was het een bijzonderheid, in het zwart-wittijdperk...”

schelm schurk

warempel waarachtig

lofwerk versiering (aan plafonds of wanden) in bladervorm

bedremmeld beduusd, sprakeloos

oudbakken ouderwets, of: niet meer vers

beduusd onthutst, sprakeloos

overrompeld onverwachts overvallen

krek precies, juist

jolijt pret

jofel geschikt, plezierig

fnuiken beknotten, verminderen

minnekozen vrijen

lawijt lawaai

opzouten ophoepelen

struweel struikgewas

gebezigd gebruikt

iemand verschonen (niet zijnde ‘een schone luier aantrekken’) ontzien, sparen

koddebeier agent, jachtopziener