‘Toen begreep ik het: ik móest naar Rome lopen’

In het vliegtuig naar Rome, in 2005, stootte mijn vrouw me aan, ze zei: ‘Kijk, het Colosseum’. Ik zei: ‘Op een dag loop ik daarheen’.

„We waren net verhuisd. Onze beide dochters hadden een stedentrip georganiseerd; ze vonden dat we toe waren aan een uitje. Ysabelle was onze gids in die dagen. Ze had alles voorbereid, ze had zich ingelezen.

„Eind september 2008, midden in de nacht, zat Ysabelle in de auto bij een vriend die haar zou thuisbrengen. Ze zijn tegen een boom geklapt, op de plek waar Ysabelle zat. Later bleek dat die jongen had geblowd en gedronken.

„In die maanden voor de dood van Ysabelle heb ik verschillende keren het angstige voorgevoel gehad dat ons leven op z’n kop zou komen te staan. Ik ben half van Molukse afkomst; mijn moeder komt van Ambon. Iets van gevoeligheid voor ‘stille kracht’ heb ik in m’n DNA wel meegekregen.

„De eerste periode na de dood van je kind beleef je in een waas. Mentaal ben je zelf gestorven, er is niks meer waarvoor je zou willen leven. In het voorjaar van 2009 zei mijn vrouw: ‘We gaan twee maanden naar een andere omgeving, om ons leven weer op te bouwen.’ We hebben een huisje gehuurd in Murcia, Spanje. We ontmoetten er een groep Nederlanders, ze maakten lange wandelingen, we mochten mee. Tijdens die wandelingen hebben we geweldige gesprekken gehad met allerlei mensen.

„Vanaf dat moment kwam het ene van het andere. Iemand adviseerde me een psychologische test te doen, om weer vertrouwen te krijgen in mezelf en het leven. Heb ik gedaan, twee dagen lang: 1.050 vragen, eindeloos veel testjes. Geweldige ervaring. Er kwam uit dat ik beschik over ruim voldoende capaciteiten om weer een richting te vinden in m’n leven, maar dat ik op het randje balanceerde van een diep zwart gat.

„Ik begreep dat ik aan de slag moest met ontspanningsoefeningen, met meditatie. Rationeel, in m’n kop, was ik helemaal vastgelopen. Ik moest weer greep krijgen op m’n emoties en zo een nieuwe balans in mezelf zien te vinden.

„Van een coach, Patrick, heb ik geleerd te mediteren. Dat is keihard werken: je gedachten helemaal loslaten, je hoofd op een golflengte brengen waarin je de meest fantastische waarnemingen kunt doen. Dat is me gelukt.

„Bij die meditaties vielen veel dingen op hun plek die ik eerder had voorvoeld. In flarden kon ik in de toekomst kijken: ik ontmoette mensen, zag landschappen die ik later echt zou tegenkomen. En op een dag begreep ik het: ik móest naar Rome lopen, naar het Colosseum. Ysabelle zou me op die tocht begeleiden, het zou een helende reis zijn, onderweg zou ik haar weer ontmoeten.

„Ik ben een sportman: acht keer de Vierdaagse gelopen, een fanatieke voetballer. Ik heb aan looptraining gedaan, zo’n 1.500 kilometer, eerst met een lege rugzak, toen steeds meer flessen water erin, tot 25 kilo.

„Op 12 juni 2010 ben ik vertrokken, van huis, hier in Breda, naar een café in Chaam, waar familie en vrienden waren om me uit te zwaaien. Buiten stond mijn vrouw met Myrthe te praten, de vrouw van Patrick, mijn meditatiecoach. Er dwarrelde een donsveertje neer. Myrthe pakte het uit de lucht en zei: ‘Kijk, Ysabelle is er ook.’ Ze gaf het aan Petra.

„Petra heeft me begeleid tot Bad Breisig, aan de Rijn. Ze bracht m’n bagage van slaapplek naar slaapplek. Daarna ben ik alleen met bepakking langs de Rijn gelopen, door Oostenrijk, Italië in.

„In Oostenrijk werd ik zwaar depressief. Ik wilde de rivier inspringen. Lichamelijk was ik uitgeput, en daarmee was m’n mentale weerstand ook weg. Ik dacht aan mijn vrouw, onze andere dochter, en ik dacht: niemand lijdt zo verschrikkelijk als ik, ze hebben niks meer aan mij, ik kan ook maar beter dood zijn. Maar telkens als ik zo diep zat, kon ik niet bij de rivier komen: ik liep langs hoge hekken en dicht struikgewas.

„In Feldkirch zou ik Petra en Daphne weer ontmoeten, in een pension, om daar samen uit te rusten. Ze waren nog onderweg, ik was te vroeg, Ik raakte in gesprek met de vrouw van het pension. Ik zat er echt doorheen, zij luisterde naar mijn verhaal. Toen zij ze: ‘Ik ken een man, hier vlakbij; met hem moet je praten, ik zal hem bellen.’

„De volgende dag maakten we kennis met Harold. Hij nam ons mee naar een bijzondere plek, een soort tempel in zijn tuin. In zijn tuin plukte hij een dwarrelend donsveertje uit de lucht. Hij zei: ‘Kijk, Ysabelle is er ook’.”

„In de tempel begon de man te mediteren. Tegen mij zei hij: ‘Ga maar zitten, je hoeft verder niks te doen’. Al vrij snel voelde ik een golf van emotie in me opkomen: hevige ontlading, heftig huilen. Daarna voelde ik me duizend kilo lichter: verlicht, ik liep in het licht. Het was alsof ik nieuwe zintuigen had gekregen. Het lopen werd puur genieten: bergen, vogels, geuren, eten – nooit eerder had ik dat zo intens waargenomen.

„Nog één keer zat ik aan de grond, ergens in de Dolomieten. Het was noodweer geweest: tent weggewaaid, al m’n spullen kletsnat. Ik belde Petra: ‘Ik kap ermee.’ Ze zei: ‘Jij loopt door, het is jouw feestje!’ Ze begreep dat ik vreselijke spijt zou krijgen als ik deze reis niet afmaakte. Dan was alle ontbering voor niks geweest.

„Uiteindelijk kwam ik tien dagen te vroeg bij Rome aan. Petra en vrienden hadden al vliegtickets gekocht, ze konden niet eerder komen. Op een camping zat ik bij het zwembad, ik dacht: wat zal ik ’s doen de komende dagen? Op een krukje zag ik een boek en een tijdschrift liggen, in ’t Nederlands: mijn lievelingsboek, In de schaduw van de wind, van Carlos Ruiz Zafón, en mijn faroviete sportblad VI. Ik vroeg aan de poolboy: ‘Van wie is dat?’ Hij zei: ‘Dat ligt daar al een paar dagen op iemand te wachten.’

Toen wist ik ’t zeker: Ysabelle was de reisleider geweest van m’n voettocht naar Rome.”

Gijsbert van Es

Reacties via nrc.nl/hetnabestaan Twitter: #nrc #hetnabestaan

Gerard van Jaarsveld wil een praktijk opzetten om mensen te helpen bij verwerking van verlies. Zie www.zereen.nl.

    • Gijsbert van Es