‘Sinds we apart wonen is de harmonie terug’

Arie Hoeflaak

(71) en zijn vrouw

Loes

(70) zijn met pensioen maar hebben nog meerdere werkzaamheden. Ze wonen gescheiden. „Ik kan het iedereen met huwelijksproblemen aanraden. We hebben weer ruimte om onszelf te zijn.”

‘Als ik in die situatie zat, zou ik ook geholpen willen worden’

Loes: „Toen ik nog werkte, deed ik al veel vrijwilligerswerk, maar sinds mijn pensioen is het alleen maar meer geworden. Ik begeleid vluchtelingen, werk in de Wereldwinkel, op het secretariaat van de oecumenische kerkgemeenschap van de Leidse Studenten Ekklesia en ik zat ook nog in een vredesplatform en in een klimaatplatform. Heel leuk allemaal.”

Arie: „En je kunt geen ‘nee’ zeggen.”

Loes: „Nou, tegenwoordig wel, hoor.”

Arie: (lachend) „O ja?”

Loes: „Als ik in de situatie zat van die vluchtelingen zou ik het ook fijn vinden om geholpen te worden. Je kunt niet zeggen ‘zoek het maar uit’, want dat kan een buitenlander niet als hij net nieuw is hier.”

‘Hij werkt ook veel’

Arie: „Ik dring er wel eens op aan dat Loes wat minder taken op zich neemt. Lang op vakantie bijvoorbeeld kan niet. Of ergens overwinteren.”

Loes: „Ik weet ook niet of ik dat zou willen.”

Arie: „Nee, misschien zouden we ons wel nutteloos voelen. Hoewel die vijf weken zomervakantie wel heerlijk waren.”

Loes: „Arie doet wel of ik veel werk, maar zelf doet hij dat ook, hoor. Dat is fijn, want dan heeft hij minder tijd om te bedenken dat ik veel werk.”

Arie: „Ja, maar Loes is er mentaal veel meer mee bezig dan ik. Ik sta wat zakelijker in mijn werk.”

Loes: „Het houdt me bezig omdat ik zoveel onrecht tegenkom. En ik werk veel omdat ik het belangrijk vind dat we deze planeet niet naar de Filistijnen helpen. Ik voel me snel aangesproken als ik zie dat dingen verkeerd gaan. Vergunningen voor kolencentrales bijvoorbeeld. Als ik het gevoel had dat de wereld de goede kant op zou gaan, zou ik misschien dingen afstoten, maar het lijkt wel of er steeds meer te doen is.”

Arie: „Die verschillen in ons werk is een gegeven, daar verander je niks aan. Maar vergeet niet: begin jaren 80 liep ik al met jou mee in de anti-raketdemonstraties.”

Loes: „Ik vind het heel fijn dat jij nu meegaat naar de Studenten Ekklesia, waar dingen aan de orde komen die ik belangrijk vind. Je zegt nu niet meer zo vaak dat ik minder met de wereld bezig moet zijn.”

Arie: „Omdat het toch niet hielp. Mijn enige zorg was dat Loes zich te druk maakte, dat ze gedeprimeerd raakte. Maar dat werkte averechts.”

‘We zijn apart gaan wonen’

Loes: „Toen zijn we apart gaan wonen. Ik had het gevoel dat ik mijn ei niet meer kwijt kon.”

Arie: „We zaten te dicht op elkaars lip. Toen waren er twee mogelijkheden: scheiden, maar dat was na 35 jaar huwelijk wel erg drastisch. Of apart gaan wonen. We hebben voor het laatste gekozen en sindsdien is de harmonie terug.”

Loes: „We hebben nu weer ruimte om onszelf te zijn.”

Arie: „Ik kan het iedereen met huwelijksproblemen aanraden. Al moet je wel het geld ervoor hebben, want een dubbele huishouding is niet goedkoop. We zijn nu ongeveer de helft van de week samen.”

Loes: „Ik heb nu de rust van het alleen zijn en dat heeft ook iets aantrekkelijks.”

Arie: „Overigens is het niet zo dat we ons werk opzijschuiven als we samen zijn. Dat gaat gewoon door.”

Loes: „Ik heb nooit het gevoel dat ik het te druk heb. Doordat ik nu drie of vier dagen alleen ben, kan ik zelf mijn tijd indelen, dat is prettig. Als de zon schijnt, ga ik in de tuin zitten. Dan schrijf ik die brief voor Amnesty ’s avonds wel.”

‘Zolang ik kan, ga ik door’

Arie: „Als pensionado heb je wel vaste programmapunten, maar nooit op momenten die jou slecht uitkomen. Er is geen sprake meer van sleur of verplichtingen. Ik hoop echt dat er nooit een tijd komt dat ik minder kan werken. Dat zou me veel moeite kosten.”

Loes: „Zolang ik kan, ga ik door. Ik weet nog dat ik ooit examen MO-Engels moest doen en dat ik tot God zei: ‘Als ik slaag, zal ik heel lang Engelse brieven voor Amnesty opstellen.’ En ik slaagde.”

Arie: (ironisch) „Ja, dat heeft God toen goed geregeld.”

‘We hebben vier aandelen in windmolens gekocht’

Loes: „Geld uitgeven doen we niet zoveel. We zijn geen big spenders.”

Arie: „We geven aardig wat aan goede doelen.”

Loes: „En we houden wat reserve aan voor de kinderen.”

Arie: „En de dubbele huishouding. Al is ons eerste huis nagenoeg hypotheekvrij.”

Loes: „En we hebben net vier aandelen in windmolens gekocht.”

Arie: „Wat die te veel produceren, verkoop je aan de energiemaatschappij.”

Loes: „Maar we teren wel in, hoor. Ons pensioen is gedaald, de rente is laag. En we moeten natuurlijk wel eens bijspringen bij een vluchteling.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren.

Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl

    • Friederike de Raat