Schekman heeft makkelijk praten met Nobel op zak

Foto AFP

Hij ontving afgelopen dinsdag de Nobelprijs voor de Geneeskunde. Dus trok het de nodige aandacht dat celbioloog Randy Schekman diezelfde dag in de Britse krant The Guardian de huidige publicatiecultuur aanviel. Met name de bladen Nature, Cell en Science. Die buiten hun merk uit als verkopers van luxe handtassen, schrijft Schekman. Ze pronken met hun hoge impact factor, die weergeeft hoe vaak door hun gepubliceerde artikelen worden aangehaald in vervolgonderzoek. Voor wetenschappers vormen publicaties in tijdschriften met een hoge impactfactor vaak de deur tot een subsidie of een promotie. Maar die factor is te manipuleren.

Als tijdschriftredactie kun je auteurs bijvoorbeeld vragen om in de referentielijst eerder gepubliceerde artikelen uit het eigen blad te noemen. Dat krikt de score op. Wat ook helpt is overzichtsartikelen plaatsen. Ze melden niks nieuws, maar worden wel vaker aangehaald. En trouwens, de impactfactor is een maat voor het tijdschrift als geheel. Het zegt niks over de kwaliteit van individuele artikelen.

Er is een beter alternatief, schrijft Schekman. Het systeem van open acces, dat op internet gratis artikelen beschikbaar stelt.

Maar prompt volgde de kritiek. Schekman is sinds twee jaar hoofdredacteur van het open accestijdschrift eLife, reageerde iemand. Dus zijn opinie is puur ingegeven door eigen belang. Iemand anders reageerde: „nu je zelf hebt geprofiteerd, wil je niet dat de onderzoekers en studenten van je lab dat ook doen”. Waar heeft Schekman trouwens zijn winnende artikelen gepubliceerd? Van de vijf papers die de Nobelcommissie in zijn onderbouwing noemt, verschenen er drie in Cell. Marcel aan de Brugh