Ribkwallen zijn geen kwallen maar de primitiefste dieren

Foto Stefan Siebert, Brown University

Dit is geen kwal. Want het is geen halve bol met tentakels eronder. Hij beweegt zich ook niet pompend voort door zee. Om vooruit te komen wappert dit dier met zijn acht rijen haarcellen (op de foto in regenboogkleuren). Het is een ribkwal. De Amerikaanse ribkwal Mnemiopsis leidyi, die sinds 2006 ook in de Noordzee voorkomt.

Ribkwallen vormen een eigen hoofdgroep van dieren (de Ctenophora). Gisteren verscheen in Science een studie die betoogt dat ze de oudste tak van de dierenstamboom vormen. Ze zijn het primitiefst, wat trouwens niet synoniem is met ‘het simpelst’. Ze zijn van alle nu levende diersoorten het eerst ontstaan. Eerder dan kwallen, koralen, sponzen en zelfs eerder dan kruipende pannekoekjes die Placozoa heten.

Het is een onverwachte uitkomst. Meest genoemd als primitiefste dieren zijn de sponzen, op basis van uiterlijk én genen. Ribkwallen werden tot de jaren negentig altijd ingedeeld naast de kwallen, óf als naaste verwant van alle dieren met een linker- en rechterhelft (de Bilateria). Genetisch onderzoek had dat wel op losse schroeven gezet, maar waar de Ctenophora nou wel thuishoorden?

Helemaal onderaan de boom, is het antwoord van een grotendeels Amerikaans team van onderzoekers. Zij komen tot hun afwijkende conclusie nadat zij de hele DNA-volgorde van M. leidyi bepaald hadden. Dat was nog voor geen enkele ribkwal gedaan. Daarna modelleerden ze wiskundig hoe genen in de evolutie van het dierenrijk zijn ontstaan en verdwenen. Dat model wees de ribkwallen als primitiefste dieren aan.

Het mooist zou zijn, vinden de auteurs, als er een duidelijke stamboom afgeleid wordt op basis van de héle DNA-code van dieren. Maar omdat er nog maar een DNA-code van één ribkwal en één spons bekend is, bleek dat onmogelijk. Hester van Santen