Qunu krijgt Mandela eindelijk terug

Oud-president wordt zondag – volgens goed Zuid-Afrikaans gebruik – begraven in zijn geboorteplaats.

Je zou er zo voorbij rijden. Wie de N2-snelweg van East London naar Mthatha neemt – en maar weinig mensen doen dat – passeert na eindeloos rollende groene heuvels met loslopende koeien, geiten en kinderen een vrij fors huis, uit roze steen opgetrokken en met twee gewoonlijk slapende politieagenten voor de poort. Het ligt pal aan de weg, in een bocht.

Hier in Qunu, een vlek op de kaart van het voormalige thuisland Transkei, groeide Nelson Mandela op. Hier ging hij naar school, wilde hij met pensioen, wordt hij zondag begraven.

In veel Afrikaanse landen is de geboortegrond van de leider die het volk vrijheid bracht goed ontwikkeld. President Jacob Zuma nam na zijn aantreden in 2009 zijn dorp Nkandla op de schop. Al maanden discussieert Zuid-Afrika over de paleizen die hij voor miljoenen randen liet optrekken.

Niet Qunu.

„We hebben stromend water en elektriciteit”, zei Bantu Habe, toen ik hem in 2011 sprak. Hij was de eigenaar van een gammel guesthouse dat tegenover de villa van Mandela al jaren in aanbouw is en plaatselijk als ‘Churchill’ door het leven ging.

Habes vrouw Nonkumbulo, een zeer verre verwante van Mandela, schudde haar hoofd. „Dat is al vóór 1994 aangelegd, nog voordat Madiba president werd.” De school is wel verbeterd, probeerde Habe. „Maar de leerlingen zitten op bierkratjes”, zuchtte Nonkumbulo.

„Niet dat we dit Madiba kwalijk nemen”, vergoelijkte de uitbaatster van een miniwinkeltje in een zeecontainer. „Hij wilde als president het hele land ontwikkelen, niet alleen zijn geboortestreek. Daarna werd hij ouder en kon hij niet veel meer doen.”

In het guesthouse was geen foto van Mandela te vinden. „Dat zou ongepast zijn voor niet-directe familie”, vond Habe. „Mandela is geen heilige. Dat was zijn kracht. Als hij hier in het dorp was, dan was dat voor buitenstaanders nauwelijks te merken.”

Voor de dorpelingen zelf wel. „We werden altijd uitgenodigd om iets te komen drinken en belangrijke zaken te bespreken.” Wat zoal? „Huwelijken en sterfgevallen.”

De laatste keer dat Nonkumbulo bij de oude leider op de thee was, vroeg ze hem iets aan het vervallen kerkje te laten doen. „Als het regent, wordt iedereen nat.” Een geit schoot naar buiten toen ze de deur van het gebouwtje demonstratief opentrok. Op de vloer lag zeil, het altaar was een behangtafel op schragen. De ex-president had beloofd zijn invloed aan te wenden.

Het zat de dorpsbewoners niet lekker dat Mandela tot op hoge leeftijd vaker in Johannesburg was dan in Qunu. „Een Afrikaan moet na het werk terug naar zijn dorp”, zei Mandela’s fragiele halfbroer Morris, die een bungalow even achter het guesthouse bewoonde. Pas na een eerste ziekenhuisopname in Johannesburg begin 2011 kwam Mandela voor het eerst voor langere tijd terug naar de Oost-Kaap. „De wereld heeft hem lang genoeg gehad”, zei Morris. „Nu zijn wij aan de beurt.”

Mandela werd geboren in Mvezo, ongeveer twintig kilometer verderop over een onverharde weg, langs de snelstromende Mbashe-rivier. Zijn vader was daar de chief, maar na een conflict met de koloniale autoriteiten werd zijn status hem afgenomen en verhuisde de jonge Rolihlahla met zijn moeder naar Qunu. Als eerste van de familie ging hij hier naar school, waar een onderwijzeres hem de naam Nelson gaf – naar de Engelse generaal.

Het waren „de gelukkigste jaren” van zijn jeugd, schreef hij in zijn autobiografie. „Van die tijd dateert mijn liefde voor het veld, het weidse landschap en de schoonheid van de natuur, de zuivere lijn van de horizon.”

„Daarom wilde hij na zijn tijd als president terug naar Qunu”, legde mevrouw Habe uit bij een volgend bezoek. Ze had groot nieuws, zei ze. Haar kerk was verbeterd. Maar ze wist niet zeker of daar de hand van Mandela achter zat. „Hij was nooit zo kerkelijk”, bekende ze.

Ze toonde de familiebegraafplaats, naast het oude huis van de intussen overleden Morris. Door het hoge gras waren de graven nauwelijks te zien.

De stoffelijke resten van Mandela’s enige twee zoons, overleden in 1969 en 2005, waren juist daarvoor door kleinzoon Mandla, de nieuwe chief in Mvezo, verhuisd. „Gestolen”, sliste mevrouw Habe met een hand langs haar mond om liplezers in het lege landschap geen kans te geven.

Mandla wilde tot woede van de familie in Qunu van Mvezo een toeristische trekpleister maken en rekende erop dat zijn opa er begraven zou kunnen worden. Een vijfsterrenhotel was in aanbouw. Maar net nadat Mandela in juni dit jaar in Pretoria in het ziekenhuis belandde, besliste een rechter dat Mandla de graven moest herstellen.

„Kijk daar”, wees mevrouw Habe naar de overkant van de N2. Links van Mandela’s roze villa was op een heuveltje het struweel weggesnoeid. Een laantje met palmbomen naar de top was in aanleg. „Hij komt echt terug”

Peter Vermaas was van 2009 tot en met 2012 correspondent in Zuid-Afrika.