Op de tribune is het machteloze gevoel bijna ondoenlijk

3,5 jaar staat hij aan de leiding van PSV. De club is gezond, maar op sportief gebied is het diep crisis. ‘Als dit zich doorzet zal de club onder de druk moeten ingrijpen.’

Algemeen directeur Tiny Sanders wordt geflankeerd door de directieleden Peter Fossen (links) en Marcel Brands. Foto Pics United

Stoppen of doorgaan? Tiny Sanders (57) zal tijdens de Kerstdagen alles voor zichzelf eens op een rijtje zetten. Begin volgend jaar zal hij PSV zijn besluit laten weten. „Algemeen-directeur van PSV zijn is geen interim-baan. Ik heb altijd gezegd dat ik minimaal vier jaar zou blijven. Mei volgend jaar is dat zover”, zegt Sanders in de directiekamer van het Philips Stadion. „Als de club zoals nu in de problemen zit, is dat niet het moment om te gaan roepen: ‘Ik ga weg’. Maar je moet wel op tijd aan de club laten weten wat je doet. Er is veel goed gegaan, er zijn ook dingen gebeurd die anders of beter gekund hadden. Daar moet je ook je eigen rol in beoordelen, om sterker door te gaan of het aan anderen over te dragen.”

Sanders heeft de afgelopen 3,5 jaar veel werk verzet. Twee jaar geleden is de financiële herstructurering afgerond. PSV maakt weer winst. Op het gebied van commercie en sponsoring gaat het voortvarend. Hoe anders is de realiteit op het veld. Op sportief gebied beleeft het honderdjarige PSV een dieptepunt. De ploeg is uitgeschakeld in de beker, doet niet meer mee in de Europa League en staat tiende in de eredivisie.

De slechte resultaten grijpen Sanders persoonlijk aan. „De machteloosheid bij het kijken naar wedstrijden is bijna ondoenlijk. Je wilt zo graag dat de ploeg wint, maar je kunt niets doen. Als ik vroeger als fan op de tribune zat en PSV zag verliezen dan had ik een rot weekeinde. Dat is nu voor mij in het extreme het geval. De emoties moeten eruit. Daarom begrijp ik de supporters ook zo goed.”

Laat u zich als algemeen directeur ook door die emoties leiden?

„We nemen de geluiden van de supporters uiterst serieus. Alles wat we kunnen, proberen we te doen. Maar als deze negatieve reeks zich doorzet dan zal de club onder de druk moeten ingrijpen. Dan moet je wat doen. Zelfs als het misschien niet helemaal past in het lange termijnbeleid. Dat doe je dan dus mede op basis van emotie. Dat probeer je zo lang mogelijk te vermijden.”

Aan wat voor maatregelen moeten we dan denken?

„In het verleden was vaak de trainer aan de beurt. We zijn niet van plan Phillip Cocu te ontslaan. Ik denk nog steeds dat hij een hele goede coach gaat worden. Dit is een zware leerfase voor hem. Maar later zal hij daar veel profijt van hebben. Normaal gesproken doen wij liever geen transfers in de winterstop. Nu een paar belangrijke spelers geblesseerd zijn is die noodzaak er misschien wel. De afgelopen tijd hoopten we steeds op de ommekeer. Die kwam niet. Wat dat betreft hebben we tot de winterstop de hoop opgegeven op een goede klassering. We hebben een jong team dat veel moet leren. Als je in de Europa League speelt moet je steeds vliegen en spelen. Daardoor is er nauwelijks tijd geweest om spelpatronen te oefenen. Voor dit team was meer rust beter geweest. Dan zou de kans op succes groter zijn. Degenen die stellen dat ik niet een ronde verder wilde komen kennen mij niet en PSV niet.”

PSV wacht al twee maanden op een competitiezege. Alles wat fout kan gaan lijkt ook fout te gaan. Wet van Murphy?

„Je ziet inderdaad dat een ingezette trend zichzelf vaak versterkt. Dat zien we nu ook op het veld. We zijn vaak beter dan de tegenstander. Een keer verlies je door de scheidsrechter. Dan door een blessure. Meestal door het niet benutten van veel kansen. Maar goed, als je zoveel pech hebt, moet je beseffen dat er ook iets anders aan de hand is. Toch zien wij veel elementen in het spel waar we positief over zijn. Na de winterstop moet het goed komen. Dan zijn de ervaren spelers weer beschikbaar en hopen we in de achtbaan omhoog terecht komen.”

De kritiek van de fans richt zich niet op de trainer en de spelers. Die zijn één in hun teleurstelling. Als er een zondebok gezocht moet worden kijken ze eerder naar de directie.

„Misschien is dat juist wel goed. Je zou toch niet willen dat het zich tegen de jonge spelers keert? Het is toch heel mooi om te zien hoe de supporters achter de ploeg blijven staan. De spelers hadden het publiek zo graag beloond met drie punten. Daarom liepen ze na de nederlaag tegen Vitesse naar het publiek toe. Dat was heel spontaan. Heel warm.”

Heeft u als directie van PSV overwogen op te stappen?

„Het draait om het belang van de club. Ik zie niet in wat PSV eraan heeft als wij nu op zouden stappen. Wij doen oprecht de dingen die wij voor PSV nodig achten. Als het niet werkt dan moet er worden ingegrepen. Als het over de algemeen directeur gaat doe ik dat zelf of neemt de raad van commissarissen een beslissing. Wij zitten hier voor de supporters om over de toekomst van de club te waken.”

PSV heeft dit seizoen bewust voor een andere weg gekozen door meer in de eigen jeugd te investeren. Blijft die visie overeind?

„Jazeker. Daar houden we aan vast. Ons ambitieniveau passen we zeker niet aan. Dat gaat eerder omhoog. Door te investeren in eigen jeugd hopen we op termijn successen te boeken. Dat heeft tijd nodig.”

Is dit seizoen dan een tussenjaar?

„Ja, dat blijkt. Als onze ervaren spelers niet geblesseerd waren geweest, hadden we misschien om de bovenste plaatsen meegedaan. Nu is het een wat vervelender tussenjaar.”

De voormalige voorzitter Harry van Raaij uit in de media voortdurend kritiek. Hoe gaat u daarmee om?

„Laat ik het zo zeggen. Deze week kreeg ik het verzoek om als oud-bestuurder van Friesland Campina op de radio wat te zeggen over de Nederlandse zuivelboycot door Rusland. Ik heb mijn opvolger Cees ’t Hart gebeld en gevraagd: ‘Wil je dat ik iets zeg of niet?’ Zo vind ik dat je met elkaar moet omgaan.”

Spreekt u Van Raaij erop aan?

„Dat moeten anderen maar doen.”

Zijn de fatsoensnormen in het bedrijfsleven anders dan in het voetbal?

„Wat mij betreft niet. Ik gedraag me net zo bij PSV als bij Friesland Campina. Fatsoen behoort overal te zijn. Maar helaas is dat niet zo. Zo heeft iemand het rapport van het Forum PSV naar buiten gebracht. Ik vind het onbegrijpelijk dat iemand vertrouwelijke stukken lekt of over besloten vergaderingen naar buiten klapt. Het gekke is dat de mensen dan zeggen: ‘Dat had je toch kunnen weten?’ Ik vind het verschrikkelijk als het normaal en vanzelfsprekend is dat er in het voetbal altijd onbetrouwbare mensen in de omgeving zijn. Als ik met dat soort mensen moet werken zeg ik: ‘Ik schei ermee uit. Dit is mijn wereld niet.’ Als ik achter mijn rug om word belazerd ben ik zwaar teleurgesteld.”

Weet u wie het lek was?

„Ja.”

Gaat u iets tegen het lek ondernemen?

„Als hij hier had gewerkt, dan was hij ontslagen. Maar hij staat hier niet op de payroll. Dus ik kan verder niets doen. Het komt zeker een keer uit.”

U pleit voor meer fatsoensnormen in het voetbal. Voelt u zich Don Quichot?

„Als ik daarin alleen zou staan, zou je dat gevoel kunnen krijgen. Zo is het niet. Binnen PSV zie ik veel professionaliteit, betrokkenheid en integriteit. Ik denk dat het hele voetbal op termijn zakelijker en professioneler wordt. Het voetbal zal meer zelfreinigend vermogen moeten krijgen. Neem zo’n Sepp Blatter. Dat is dan de hoogste baas van de FIFA. Wat die nu weer flikte met de Mandelaherdenking tijdens de WK-loting. Ongehoord. Die had allang weg moeten zijn. Het is van belang dat je op belangrijke plekken integere mensen hebt zitten.”

Michael van Praag heeft namens de KNVB voor Blatter gestemd. Dat was dus niet namens u?

„Nee, daar heeft Van Praag van mij geen applaus voor gekregen.”

Hoe ziet de ideale algemeen directeur van PSV eruit?

„Om te beginnen moet je er niet aan beginnen als je jonge kinderen hebt of carrière wilt maken. Het einde is namelijk altijd voorspelbaar. In het voetbal krijg je te maken met emotie. Dat is mooi en uniek. Maar ook heel moeilijk om mee om te gaan. Dat kan je niet op school leren. De grootste uitdaging voor een directeur bij een complex bedrijf als een voetbalclub is het bewaken van de balans tussen de lange en korte termijn. Je moet geen dingen doen waardoor je in de toekomst kwetsbaar wordt. Maar bij het voetbal ligt de druk altijd op de prestaties. Wanneer gaan clubs naar de knoppen? Als de balans doorslaat naar de korte termijn. Als de waan van de dag regeert.”

    • Koen Greven