Nelson

Column // Georgina Verbaan

Toen ik gisteren mijn huis in probeerde te komen voelde ik mijn levenslust wat afkalven. Ik kreeg de deur niet open. Ik wist waarom. Achter de deur had zich een prima stuwdam gevormd. Ik had me er ’s ochtends, na eerst mijn rugtas op straat te hebben gegooid, nog aardig door naar buiten weten te wurmen, maar ergens op de dag moest de spreekwoordelijke druppel bezorgd zijn. Achter de deur lagen namelijk oneindig veel ongelezen kranten, reclame – sinds de deur geschilderd is heb ik nooit meer een nieuwe nee-nee sticker aangevraagd. Of gehaald. Gekocht? Hoe kom je eigenlijk aan zoiets? – en post. De krant heb ik een half jaar geleden al opgezegd, ik lees alles digitaal, maar dat ding blijft maar komen. „U heeft een jaarabonnement dat tot januari loopt mevrouw.” „Maar ik wil ‘m niet.” „U heeft een abonnement dat nog tot januari loopt.” Dan laat ik mijn schouders dus hangen.

Afijn, ik was op mijn telefoon al hotelkamers met eivormige bubbelbaden aan het bekijken – overmacht – toen ik bedacht dat Nelson Mandela dit heel anders aan zou pakken. Als hij erúít was gekomen dan kwam ik er toch zeker wel ín? En verdraaid. Hoewel ik het niet helemaal ‘the Nelson way’ gedaan heb – er kwam agressie en grof taalgebruik bij kijken– stond ik na zo’n vijf minuten triomfantelijk tussen de aanmaningen. Had ik dit nou toch eerder geweten. Doorzettingsvermogen, durf en geloof in de goede zaak kunnen je zo veel verder brengen. Ik vroeg me af hoe de avond waarop ik in een vrouwencafé de wc uit wilde zou zijn verlopen, als ik dit geweten had. Ik had destijds de deur opengedaan om mijn handen te gaan wassen, maar werd bruut terug geduwd door een gedrongen maar initiatiefrijk vrouwspersoon die haar tong met piercing bij wijze van endoscopie mijn mondholte in schoof. Hoewel het wel iets had om tegen een muur geduwd te worden, maakte ik me grote zorgen over de hygiënische omstandigheden, herpes en stikken in de piercing. Later heeft ze mij als een speelbal door de zaak gesmeten op muziek die ik mij herinner als zijnde Caraïbisch. Met steeldrums. Ik was kapot. Zoiets had Nelson zich niet aan laten leunen. Het is in het leven toch smijten of gesmeten worden. Ja, en vreedzaam praten, uiteraard. Morgen heb ik bijvoorbeeld een belafspraak en Nelson sleept me daar doorheen. Ik weet dat het nooit zijn intentie was types als mijzelf te bevrijden, maar toch: Nelson, bedankt!