Naar bed, naar bed

Als Britse geheimagenten verplicht moeten slapen, dan is slapen niet voor watjes. Wie bestand wil zijn tegen kerstdrukte en gezelligheidsterreur: kruip op tijd onder de wol. tekst Margriet van der Heijden foto's Robin Utrecht

Als een giraffe gaat slapen zakt ze door haar poten en vouwt haar lange nek over haar rug. Dolfijnen slapen voor de helft: met één oog dicht en één hersenhelft offline. Tropische vissen duiken diep in het koraal een toestand van verlaagd bewustzijn in. En zelfs de kakkerlak kent ‘slaap’.

Maar waarom slapen alle dieren, van de fruitvlieg tot de mens?

Voor liefhebbers van slapen ligt het antwoord voor de hand: het is heerlijk om onder een warm dekbed in slaap te zakken. Om op donkere, koude wintermiddagen een hazenslaapje te doen onder een dekentje op de bank...

Toch zijn er óók mensen die liever zo lang mogelijk waken. Bankiers op de Zuidas of in de City bijvoorbeeld, bieden tegen elkaar op met korte nachten. Chirurgen opereren na een week vol slaaptekort toch op vrijdag gewoon door. En net zo vinden veel politieagenten en piloten dat je je over slaapgebrek maar heen moet zetten.

Slapen is voor watjes, luidt hun boodschap. En ja, die boodschap is al heel erg oud. „Mannen hebben zes uur slaap nodig”, zou bijvoorbeeld Napoleon Bonaparte (1769-1821) ooit gezegd hebben, „vrouwen zeven en gekken acht.”

Thomas Edison (1847-1931), de uitvinder van de gloeilamp en de oprichter van General Electrics, sliep maar vijf uur per nacht. Overdag deed hij dan nog wel wat hazenslaapjes, maar eigenlijk vond hij slapen een ‘absurditeit’ en ‘een slechte gewoonte’.

En dat korte slapen komt voor bij nog veel meer wereldleiders en zakenmensen. Winston Churchill (1874-1965) en Bill Clinton konden en kunnen toe met vier tot vijf uur slaap per nacht. Net als Pepsi Cola-baas Indra Nooyi en Yahoo-bestuursvoorzitter Marissa Mayer. Zakenman Donald Trump en modeontwerper Tom Ford hebben naar eigen zeggen aan drie uur slaap genoeg. En van Lady Thatcher (1925-2013) is alom bekend dat ze haar adviseurs uitputte door tot twee uur ’s nachts aan een speech te schaven, terwijl ze zelf de volgende morgen om vijf uur alweer verkwikt bij de radio zat voor het programma Farming Today.

Psychiatrische stoornis

Verkwisten slaapliefhebbers dus hun leven? De vraag prangt nog meer na het bekijken van (het begin van) een lezing van slaaponderzoeker Matthew Walker van de Universiteit van Californië op YouTube. Slaap kun je zien als een psychiatrische aandoening, zegt Walker daarin opgewekt. Eentje die voldoet aan de criteria uit de DSM-V, het handboek voor psychiatrische stoornissen.

Kijk maar. Tijdens het slapen wisselen perioden van diepe slaap (die het langst duren aan het begin van de nacht) af met perioden van lichtere REM-slaap waarin we dromen (en die juist aan het einde van de nacht steeds langer duren). En er zijn vijf goede redenen om dat dromen met (zware) psychoses te vergelijken.

Ten eerste ziet de dromer dingen die er niet zijn – hij hallucineert. Ten tweede neemt hij zaken serieus die feitelijk onmogelijk zijn – hij lijdt aan wanen. Verder is zijn besef van tijd, ruimte en identiteit ernstig in de war – hij heeft dus last van desoriëntatie. Zijn emoties kunnen in een mum van tijd heen en weer slingeren van opgewekt naar doodsbang of verdrietig – een toestand die een psychiater ‘labiel’ zou noemen. En tot slot is de dromer nagenoeg al die hallucinaties en wanen weer compleet vergeten als hij ’s morgens opstaat – een serieus geval van geheugenverlies.

Welke gek brengt voor zijn plezier een derde deel van zijn leven in een toestand van bewustzijnsverlies en hallucinaties door? Reden temeer om vooral kort te slapen?

Dat is een verkeerde gevolgtrekking. Het blijkt uit de rest van Walkers verhaal en het blijkt ook uit de woorden van slaaponderzoeker prof. dr. Eus van Someren. „De hoeveelheid slaap die iemand nodig heeft, verschilt van mens tot mens, en is in hoge mate erfelijk bepaald”, zegt hij bedachtzaam aan de telefoon.

Van Someren heeft net een nachtdienst gehad – dat hoort erbij als slaaponderzoeker – en daarna geslapen tot aan het begin van de middag. Al jaren bestudeert hij met zijn onderzoeksgroep bij het Nederlands Herseninstituut (NHI) en het VU Medisch Centrum (VUmc) hoe mensen slapen. Ze bekijken welke rol aanleg daarbij speelt en welke hersendelen bij slaap belangrijk zijn.

„Waarschijnlijk”, zegt Van Someren, „behoorde Thatcher tot de mensen die met heel weinig slaap toe kunnen, maar die groep is erg klein.” Slechts een op de honderd mensen kan dat, denken slaaponderzoekers. Voor alle anderen is zo kort slapen een slecht idee. Van Someren: „Het fijne van slaap weten we nog steeds niet, maar minder slapen dan waaraan je behoefte hebt, beïnvloedt je functioneren negatief.”

Grofweg leidt het tot twee effecten, zo blijkt uit jarenlang onderzoek. Iemand met slaapgebrek maakt meer fouten bij het langdurig uitvoeren van saaie routinetaakjes zonder aanmoedigende prikkels van buitenaf. „Als je dus de kracht uit jezelf moet halen.” Daarnaast gaat het vaker mis als iemand een ingewikkeld probleem moet oplossen, of in een onverwachte situatie belandt die flexibiliteit en creativiteit vereist. „Het lukt dan minder goed om die situatie te beoordelen en een oplossing te vinden.”

„Anders gezegd, de kadetjes van een bakker met slaapgebrek smaken echt niet slechter, en een chirurg met slaapgebrek slaat zich heus door een routineoperatie heen.” Maar het gaat mis als er een ingewikkelde verjaarstaart moet komen, of erger, als er tijdens een operatie complicaties optreden. „De kans op een beoordelingsfout of een verkeerde aanpak neemt dan toe.”

En zeker, Van Someren kent de verhalen, en onderzoeken, die stellen dat slaapgebrek voor chirurgen geen gevolgen heeft. Maar dan gaat het steeds om routineoperaties, zegt hij. „Voor mij passen zulke claims in het rijtje: tweede jacht, derde vrouw, vierde buitenhuis – en weinig slapen dus.” Bij een macho levensstijl dus.

Waken

Laten we de vraag eens omdraaien, zegt hij. „Waarom waken we? Dan zie je meteen dat je daarop niet één antwoord kunt geven. Je waakt omdat je niet wilt verhongeren en dus eten moet zoeken. Je waakt omdat je niet opgegeten wilt worden en dus een schuilplaats moet zoeken. Je waakt omdat je je wilt voortplanten en een partner moet zoeken. Kortom, waken heeft een heleboel functies.”

Met slapen is dat net zo, denkt Van Someren. In de loop van de jaren heeft hij vele verklaringen voorbij zien komen: dat tijdens de slaap de verbindingen tussen hersencellen worden verstevigd (belangrijk bij leren en het opslaan van herinneringen), dat verbindingen tussen hersencellen juist worden verzwakt (zodat foute informatie verdwijnt), dat de hersenen worden ‘schoongespoeld’ en schadelijke stoffen worden verwijderd... „En ik denk dat al die antwoorden een beetje waar zijn.”

Slapen en waken zijn in Van Somerens optiek twee kanten van één medaille, waarbij tijdens de slaap al die dingen gebeuren die niet samengaan met waken. Een voorbeeld is het correct overbrengen van recente herinneringen vanuit hun tijdelijke opslag in de hippocampus (de ‘geheugenstick’) naar een meer permanente opslag in de cortex (‘de harde schijf’).

Van Someren: „Je wilt niet dat allerlei nieuwe ervaringen binnenstromen tijdens dat opslagproces, omdat nieuwe ervaringen en die iets oudere herinneringen dan door elkaar zouden kunnen gaan lopen. Dit lijkt me dus typisch iets dat tijdens de slaap moet gebeuren. Net als het onderhoud aan het brein. En zo zijn er ook op andere niveaus, zoals in de lichaamscellen, processen aan te wijzen die slecht met waken samengaan.”

Kortom, een goed evenwicht tussen waken en slapen brengt een mens verder dan geforceerd lange dagen maken – en niet alleen bij het oplossen van problemen. Slapen is ook belangrijk, zegt Van Someren, bij het reguleren van emoties en het leren van nieuwe dingen.

En wie zich toch nog een watje voelt als hij op tijd naar bed gaat, vindt misschien hierin troost: bij veel van die stoere voorbeelden is gesmokkeld. Toen Napoleon Bonaparte eenmaal naar Elba was verbannen bijvoorbeeld, schijnt hij nachten van heel gemiddelde lengte te hebben doorgebracht in zijn met zwanen versierde bed, en Churchill deed elke dag een middagdut.

Of denk eens aan de Britse geheime dienst. Bij een gijzeling of terrorismedreiging, krijgen de topmannen daar het bevel onmiddellijk te gaan slapen totdat zij moeten aantreden, zo vertelde econoom Noreena Hertz laatst in deze krant. Dat geeft daarna bij onderhandelingen en ingrijpen de beste resultaten.

Wie nu al opziet tegen kersttirannie en gezelligheidsdwang: op tijd op één oor gaan liggen dus!

    • Margriet van der Heijden