‘Mijn interlandcarrière wil ik niet op deze wijze beëindigen’

De Nederlandse hand-balsters missen op het WK hun sterspeelster. Die is (eindelijk) bereid haar breuk met de bondscoach te lijmen.

Eerst verschijnt de snuffelende, roodwit gevlekte chihuahua Chico in de Leipzig Arena. Pas daarna, aan het eind van de verlengbare halsband, met een brede lach, Maura Visser. Op het oog een vreedzaam stel, die blonde handbalster met haar hondje. Is zij diezelfde speelsters met wie de Nederlandse bondscoach Henk Groener zo hopeloos overhoop ligt, dat Visser al twee jaar niet meer voor het nationale team wordt uitgenodigd? Ja, want niet alles is altijd wat het lijkt. Máár, voor het eerst, klinken vanuit Leipzig in de symfonie van woede ook verzoenende tonen.

Visser zet de deur naar het Nederlands team, die ze zelf heeft dichtgesmeten, op een kier. Heel voorzichtig, want Groener moet niet denken dat hij na het WK, dat deze twee weken in Servië wordt gehouden, zo maar weer over misschien wel Nederlands beste handbalster kan beschikken. Er zal eerst gepraat moeten worden. Visser is bereid de eerste stap te zetten, ook al moet daar enige koppigheid voor overwonnen worden. Want, is de 122-voudige international stellig: „Op deze manier wil ik mijn interlandcarrière niet beëindigen.”

Vanwaar dat vlaagje nieuwe mildheid? Visser had toch gezworen nooit meer onder Groener als bondscoach te willen spelen? De speelster: „Omdat je ouder wordt en over de toekomst gaat nadenken. En omdat Groener voor drie jaar heeft bijgetekend. En ik over drie jaar 31 ben.”

Én omdat over drie jaar de Spelen in Rio de Janeiro zijn, Vissers laatste kans haar olympische ambitie te realiseren. Want die vurige wens was een kiem voor haar ruzie met Groener. Het begon twee jaar terug op het WK in Brazilië, waar Visser na een verloren wedstrijd haar frustraties de vrije loop liet. Zonder in detail te treden – dat weigeren beide kemphanen categorisch – schoffeerde ze de bondscoach dusdanig, dat hij haar voor straf vijf maanden later niet selecteerde voor het olympische kwalificatietoernooi in Spanje.

Dat kwam knetterhard aan. „Uitgerekend het toernooi dat voor mij een hoogtepunt had moeten worden”, pruttelt Visser nog na. „Dat heeft me zo geraakt dat ik onze samenwerking heb verbroken. Dat mijn reactie in Brazilië niet goed was, weet ik zelf maar al te goed. En ik begrijp ook dat Groener het incident niet kon laten overwaaien. Maar in die maanden tussen het WK en het olympische kwalificatietoernooi had er toch gepraat kunnen worden? Mijn grote droom, meedoen aan de Olympische Spelen, werd verstoord. Ik kon op dat moment niet anders, zó was ik geraakt. Er zat zoveel woede in me, dat ik dacht: als ik doorga gebeurt misschien hetzelfde als in Brazilië. Maar nu, na twee jaar, heb ik geleerd beter met tegenslagen om te gaan. Zodanig dat samenwerking met Groener misschien weer mogelijk is.”

Zo toegeeflijk heeft Visser zich niet eerder opgesteld. Maar ze is veranderd, zegt ze. Haar fanatisme, impulsiviteit en vaak felle uitbarstingen – „ik gooide er voorheen alles uit, af en toe zonder na te denken” – worden tegenwoordig afgedekt met een vernisje verdraagzaamheid. Dat uit zich bij haar club HC Leipzig, de Duitse nummer twee, en in haar dagelijkse leven. Visser is gaan nadenken over de zin van haar bestaan. Omdat handbal haar leefritme domineert. En dat wil ze minderen. De toekomst? Ach, dat komt wel goed, dacht ze altijd. Maar tegenwoordig is ze bezorgder.

Hoe die wending zo is gekomen? Door haar leeftijd, zegt de handbalster, die tot januari revalideert van een operatie aan een dubbele middenhandsbreuk. Visser voelt de jaren tellen in de fysieke sport die handbal nu eenmaal is; ze herstelt langzamer van de twee dagelijkse trainingen, merkt de speelster. Ze geeft nu ruimte aan contemplatie, iets wat voorheen ondenkbaar was. Sinds kort stelt Visser zichzelf wezenlijke vragen. Wil ik op mijn veertigste pas kinderen? Niet dus. En wil ik na mijn carrière terugkeren naar Nederland? Ja dus. Maar wat als ze de buitenlandse liefde van haar leven tegenkomt – wat aannemelijk is, want „ik heb het momenteel hartstikke leuk met iemand.” Keert ze dan ook terug? Verwarrend. Visser weet wel dat na zeven jaar handbal in achtereenvolgens Denemarken en Duitsland het gemis van familie steeds sterker is gaan voelen. Met droeve ondertoon: „Het afscheid na de zomervakantie valt me steeds zwaarder.”

Bijbaantje

Visser heeft voor zichzelf bepaald, dat ze meer afstand van handbal wil nemen. Vandaar haar bijbaantje voor een tiental uren per week als administratief medewerkster op een verzekeringskantoor van een clubsponsor. „Nee joh, voor het geld hoef ik dat niet te doen. Maar soms word ik gek van dat monotone leven: ’s ochtends trainen, naar huis om te wachten op de volgende training, dag in dag uit, zo nu en dan onderbroken door een wedstrijd. Ik denk steeds vaker: wat ben ik aan het doen? Ik wil ook een sociaal leven buiten de sport.”

Een opvallende uitspraak van een monomane sportvrouw „die altijd wil winnen, altijd de beste wil zijn” – en erkent dat ze daarin heel ver kan gaan. Een tikje vilein: „Als het tegenzit kan ik heel gemeen reageren. Als iemand mij ‘pakt’ onthoud ik dat. En als de scheidsrechter even niet kijkt geef ik een extra duwtje of raak ik haar arm op het moment dat ze wil schieten. Niet fijn, kan ik verzekeren.”

Visser leunt sinds haar exclusie bij het Nederlands team minder snel op collega-handbalsters. Hoewel ze zegt goed in de nationale selectie te liggen en beweert dat andere speelsters geen moeite met haar hebben, heeft ze na de clash met Groener weinig solidariteit ondervonden. Ze sprak rond competitiewedstrijden er wel eens met ander internationals over, maar niemand die op de barricaden is geklommen om Visser terug te halen. Ja, dat heeft haar teleurgesteld. Maar ervan opkijken doet ze niet. Een tikje verbitterd: „Als het erop aankomt is het ieder voor zich, dan denken speelsters aan hun eigen speeltijd.”

Op aanraden van de Duitse bondscoach Heine Jensen heeft Visser kort na de breuk met bondscoach Groener over naturalisatie nagedacht. Jensen is de man die haar naar HC Leipzig heeft gehaald en in de Duitse ploeg de speelster goed als middenopbouwster kan gebruiken. De kans op deelname aan de Olympische Spelen zou er door zijn toegenomen. Visser heeft de procedure uitgezocht, maar kwam tot de conclusie dat ze niet voor een dubbelpaspoort in aanmerking komt. Stellig: „Het voelde niet goed om afstand van mijn Nederlands paspoort te doen. Daarom heb ik ervan afgezien.”

Vuurtjes smeulen langer

Is er dan niemand in handballand die zegt: kom, laten we het conflict tussen Groener en Visser oplossen. Twee volwassen mensen moeten toch een ruzie kunnen bijleggen? Vooralsnog niet dus, volgens Visser mede omdat handbal een kleine sport is. Bij een soortgelijk conflict in het voetbal zouden velen zich ermee bemoeien, en komen strijdende partijen onder druk van de media sneller tot een vergelijk. Die publieke bemoeienis mist het handbal, waardoor vuurtjes langer smeulen.

Maar Visser kan toch ook zelf de telefoon pakken en Groener voor een goed gesprek uitnodigen? Ze zegt die bereidheid te hebben. „Maar nu even niet, omdat ik geblesseerd ben en Groener het WK aan zijn hoofd heeft. Ja, misschien daarna. Maar je weet nooit wat daar gebeurt. Misschien kent Nederland op het WK een opleving en worden de resultaten dermate goed dat Groener kan zeggen: dit nationale team is sterk genoeg, we hoeven Maura Visser niet meer.”

Of ze het Nederlands team in Servië volgt? Nee, bewust niet. Visser wil deze twee weken geen wedstrijd zien. Ze had ook op het WK moeten zijn, vindt ze. Haar afwezigheid doet na twee jaar nog steeds pijn, véél pijn. Verbitterd: „Ik heb totaal geen behoefte om Nederland te zien spelen. Ik zie de uitslag, dat vind ik genoeg.”

Waarna ze Chico, die gedurende het interview rustig onder tafel heeft gelegen, de halsband weer omdoet en de Leipzig Arena uitloopt. Maar pas nadat Visser haar ideale trainer heeft geprofileerd. „Dat moet iemand zijn met wie ik met gelijke gedrevenheid over handbal kan praten. Iemand die me het gevoel geeft dat er zo nu en dan ook naar me geluisterd wordt. Wat niet betekent, dat alles wat ik zeg moet worden uitgevoerd. Maar ik wil wel begrepen worden. Hoe er dan het best op mijn emotionele uitbarstingen gereageerd kan worden? Niet. Wachten tot de adrenaline verdwenen is. Nee, ik ben geen doorsnee speelster en zeker niet de makkelijkste in de omgang. Maar dat is bijvoorbeeld de voetballer Zlatan Ibrahimovic evenmin. Maar zijn trainer stelt hem wel elke wedstrijd op.”

    • Henk Stouwdam