Mailen met Geert

E-mails van en naar Geert Wilders illustreren hoe het intern bij de PVV toegaat. Over dreigen als partijcultuur en de uithalen van de leider: „Dit kan echt niet. Zijn jullie gek geworden?”

De PVV-fractie in de Tweede Kamer, met op de voorgrond partijleider Geert Wilders en links achterin het uit de fractie gezette Kamerlid Louis Bontes. Foto ANP

Het ‘smoelenboek’ van de Tweede Kamer vermeldt sinds begin deze maand dat de PVV-fractie een nieuwe persvoorlichter heeft. Hij heet Michael Heemels; een Limburger met een goede reputatie in PVV-kringen. Hij gedraagt zich niet altijd als persvoorlichter – mails van deze krant liet hij deze week onbeantwoord – maar dat is eerder vertoond: ook onder zijn voorganger hadden mediavragen geen prioriteit voor de PVV.

Heemels is ook in een ander opzicht illustratief voor de stand van zaken in de partij van Wilders. Sinds de PVV vorig jaar zijn gedoogrol in het landsbestuur opgaf en uit Gedeputeerde Staten van Limburg stapte – de twee plaatsen waar de partij bestuursinvloed had – wordt de binnenwereld van de partij gekenmerkt door achterdocht voor de leider, afgewisseld met uithalen van diezelfde leider naar partijgenoten. Het blijkt uit interne e-mails die in de afgelopen weken via Haagse bronnen in bezit van deze krant kwamen.

Intussen is een gewoonte in de partij ontstaan die steeds populairder wordt: dreigen met politiek onheil in een poging Wilders je wil op te leggen.

Het probleem van de PVV is niet ingewikkeld. Door de verkiezingsnederlaag van september 2012 heeft de partij te weinig functies beschikbaar om alle (oud-)PVV-politici en -medewerkers aan het werk te houden. En omdat oud-PVV’ers vaak moeite hebben een nieuwe baan te vinden, kan dit pijnlijk uitpakken, illustreren e-mails die dezelfde Michael Heemels vanaf vorig najaar aan Wilders stuurde.

„’Beste Geert”, schrijft Heemels de partijleider 17 september vorig jaar, vijf dagen na de verkiezingen. In 2011 is hij op 32-jarige leeftijd voor de PVV in de Limburgse Staten gekozen. Een man met een goede maatschappelijke loopbaan: hij is eerder leraar Duits geweest en werkte voor vakantieparken, aldus zijn cv op de PVV-website.

Maar zijn politieke werk, klaagt hij, vormt een beletsel voor zijn verdere maatschappelijke carrière. Hij wil daarom met Wilders praten „over mijn toekomst bij de PVV”. Hij zit „tegen [zijn] financiële grenzen” aan omdat hij „volledig wordt geïsoleerd op de reguliere arbeidsmarkt”.

Er moet „een dringende oplossing op zeer korte termijn” komen, schrijft Heemels. Anders zal hij zijn fractievoorzitterschap en Statenzetel op moeten geven – en dan komt het: „Ik verwacht dat de fractie dan compleet uiteen zal vallen.” Dus Wilders moet hem helpen. „Ik hoop dat de PVV zich nu ook [...] inzet voor mij.”

Heemels heeft eerder laten zien van hoeveel waarde hij voor Wilders kan zijn. Op 3 september 2012, negen dagen voor verkiezingsdag, mailt hij de PVV-leider hoe hij weet te voorkomen dat twee ontevreden oud-PVV-gedeputeerden (Antoine Janssen en Theo Krebber) zich in de media negatief over de partij uitlaten. Hij slaagt erin „alles over de verkiezingen heen te schuiven” door de twee te behandelen als pionnen. „Het zit [de twee gedeputeerden] nog steeds hoog dat de coalitie is gevallen’’, schrijft hij Wilders. „We hebben ze maar in deze waan gelaten (en de bekende stroop om de mond gesmeerd).”

Toch krijgt Heemels geen reactie op zijn smeekmail van na de verkiezingen. Twee weken later, op 1 oktober, mailt hij hierover „erg teleurgesteld” te zijn. Weer geen reactie. Hij zet zijn verhaal per mail van 9 oktober extra aan. Nu moet de PVV-leider maar kiezen. Heemels is „wederom erg teleurgesteld”, hij zal uit de politiek stappen als er niets voor hem geregeld wordt, de Statenfractie valt uit elkaar als hij vertrekt, en „indien van jou kant werkelijk geen interesse bestaat” voor zijn problemen, mailt Heemels, „dan rest mij niets anders dan komende week een persbericht uit te sturen waarin ik mijn vertrek kenbaar maak”.

Dit persbericht gaat nooit uit – en uiteindelijk wordt Heemels door Wilders op zijn wenken bediend: hij is sinds deze maand woordvoerder van de PVV in Den Haag.

PVV’ers vertellen dat zijn handelwijze zeker niet bijzonder is, waardoor de atmosfeer soms paranoïde is geworden: om bij Geert in beeld te komen, zeggen ze, moet je hem gevaar voorhouden. Illustratief is het jonge Kamerlid Joram van Klaveren: nadat hij vorig najaar met andere PVV’ers een mogelijke opstand tegen Wilders besprak, ging de partijleider hem meer dan voorheen behandelen als vertrouweling.

Dit verklaart ook waarom zoveel PVV’ers stiekem hopen op meer interne tegenmacht. Wie eenmaal voor de partij gekozen heeft – zie Heemels – kan er nauwelijks meer uit. Tegelijk heeft Wilders zo’n behoefte zijn greep op de partij te behouden, dat hij kansen op meer volksvertegenwoordigers bewust laat lopen: hij besluit dit jaar vrijwel nergens mee te doen aan de raadsverkiezingen van 2014. Om dezelfde reden hebben pleidooien voor een gedemocratiseerde PVV, door de Kamerleden Brinkman (2010) en Bontes (2013), steeds hetzelfde resultaat: de Kamerleden verlaten de partij.

Maar dat er behoefte aan een traditionele partijorganisatie is – met vrijwilligers, professionele ondersteuning en kanalen om kritiek te uiten – blijkt meteen al na de verloren verkiezingen van vorig jaar. De afdelingen uit Groningen en Drenthe mailen er, samen met kritiek op de campagne, uitvoerige notities over naar Den Haag.

Die uit Drenthe springt eruit. Daar hebben ze fikse kritiek op de campagne en Wilders zelf. De „consequenties van uittreding uit de Eurozone en de EU zijn [in de campagne] niet uitgelegd”, mailt de afdeling 24 september de partijleiding. Kiezers klaagden dat de PVV links „sterker” had gemaakt door uit het kabinet te stappen. En Wilders zelf deed er niet slim aan „super-gebruind voor de camera’s te verschijnen”. Ze gunnen hem zijn verzetjes, maar: „Henk en Ingrid hebben momenteel ook maar beperkte middelen voor vakanties.”

Campagnebureau

Ook bekritiseren ze de partijorganisatie. Het „wekt grote irritatie” dat vragen van Statenleden niet door Den Haag beantwoord worden. De PVV „formuleert geen oplossingen”. En „het werven van goede mensen is momenteel een groot probleem”. Daarom moet de PVV, zoals de andere parlementaire partijen, voortaan „politieke subsidies” zien te krijgen voor „een wetenschappelijk bureau en een campagnebureau”. Zaken die Wilders nooit heeft gewild. Dus als de notitie bij hem terechtkomt, 25 september, reageert hij tegenover een collega karakteristiek: „Ze moeten niet zo zeuren maar goed laat ze maar komen. Niet op korte termijn.”

Vanuit Groningen is intussen ook gemaild, op 18 september, en ook daar is het oordeel dat de PVV een professionele partijorganisatie moet worden, „met fundamenten in de samenleving”. Ook moet de partij „minder angst en minder wantrouwen uitstralen”, aldus het stuk. Verder is de afdeling graag bereid „deel uit te maken van een mogelijke evaluatiecommissie” van de campagne.

Alweer reageert Wilders met een gebeten mail: „[...] wat is dit? Er komt helemaal GEEN evaluatiecommissie, is vragen om problemen. Nodig ze uit voor een bijeenkomst maar geen evaluatie ok.”

Die evaluatie blijft dus achterwege, en de kritische afdelingen worden inderdaad in Den Haag uitgenodigd, verklaren betrokken PVV-bestuurders uit Drenthe en Groningen. Het contact met Den Haag is sindsdien ook verbeterd, vertelt Nico Uppelschoten, PVV-fractievoorzitter in Drenthe. Wel blijft hij bezorgd over de rekrutering van kwalitatief goede PVV-politici en dus „de continuïteit” van de partij. „De grootste zorg is: hoe geef je het populisme in Nederland een gezicht? Dat is nu Geert. Maar hoe zorg je dat dit in de toekomst zo blijft?”

En dat Wilders in een interne mail zo neerbuigend op zijn bijdrage reageerde, zegt hij niet te kunnen verklaren. „Ik zou het niet gedaan hebben”, zegt hij.

Maar Wilders, zo blijkt uit talrijke andere e-mails in bezit van deze krant, doet dit met regelmaat, zeker als hij wordt geconfronteerd met kritiek of onwelgevallige verzoeken. Steeds draait het dan om dezelfde problemen: oud-PVV’ers die op zoek zijn naar werk, de roep om meer professionaliteit in de partij en de behoefte aan een minder strakke hiërarchie, waarbij Wilders alles beslist. Tegenmacht.

Zo komen na de verloren verkiezingen van vorig jaar verscheidene oud-Kamerleden hun diensten aanbieden. Een van hen is André Elissen, een oud-politiecommissaris en Kamerlid in 2010-2012, die blijkens een interne mail van 10 december vorig jaar bespreekt dat de samenwerking van partijvrijwilligers in de provincies moet verbeteren. „Hij wil dat zelf ook graag”, krijgt Wilders gemaild.

Niets ervan, laat Wilders weten. Opnieuw merkt zijn directe omgeving dat hij beducht is voor elke mogelijke tegenmacht in de partij. „Nee vrijwilligers is partijzaak”, mailt hij 10 december. Werken aan betere interne samenwerking – hij vindt het flauwekul. Op de ideeën van Elissen, hij stond vorig jaar op 20 op de kandidatenlijst en heeft gesolliciteerd naar een plaats op de Europese lijst, kijkt hij alleen maar neer. In de mail smaalt hij over Elissen, met zijn ideeën „over intervisie tussen medewerkers en dat soort rare dingen”.

Elissen laat desgevraagd weten dat hij „de PVV als netwerk meer cohesie wilde bijbrengen”, dat mensen van elkaar zouden moeten leren, en dat hij daarom „intervisiebijeenkomsten” voorstelde. Dat Wilders daar niet enthousiast over was verrast hem niet. „Ik stond in 2010 24 op de lijst, vorig jaar 20 – dan ben je natuurlijk niet de meest populaire figuur”, zegt hij.

Meer samenhang, betere afstemming en samenwerking; proberen een echte partij te worden: de e-mails laten zien dat daar onder Wilders geen enkele kans op is. Als begin dit jaar blijkt dat twee PVV’ers met de nerveuze Gaelle de Graaf, dan nog de fractievoorlichter, bespreken hoe zij ondersteuning kan krijgen, ontsteekt Wilders ogenblikkelijk in woede: zelfs de mogelijke assistentie van zijn woordvoerder is een zaak waarover hij beslist.

Want Wilders is de baas. En Wilders alleen, blijkt uit een mail van 17 januari. „Wie haalt het in zijn hoofd met mijn voorlichtster te spreken over de inzet van mensen [...] zonder dat ik van iets weet? Laat dat echt de laatste keer zijn”, schrijft hij. „Dit kan echt niet, Gaelle laat me nota bene weten ‘we hebben nog niets besloten’, zijn jullie gek geworden? Een medewerker die meer weet dan ik?”

Kleine ironie: Gaelle de Graaf maakte dit najaar bekend dat zij per 1 december vertrekt als PVV-voorlichter – al liep zij deze week nog op de fractie rond. Haar opvolger: Michael Heemels, de man die Wilders zo vaardig van dreigend onheil wist te doordringen.

Michael Heemels is door deze krant sinds afgelopen dinsdag benaderd. Hij reageerde niet. Ook een andere woordvoerder van Wilders verkoos deze week niet te reageren.