Ik verzorgde mezelf om mijn waardigheid te behouden

De journaliste die samen met haar man werd ontvoerd in Jemen, keerde deze week terug naar Nederland. Tijdens haar gevangenschap putte ze hoop uit de kleinste dingen. „Iedereen zegt: de klap moet nog komen.”

Toon Beemsterboer en Danielle Pinedo

De in Jemen ontvoerde journaliste Judith Spiegel: „Ik dacht: als ik morgen doodga wil ik dat mijn leven de moeite waard is geweest.” Foto Merlijn Doomernik

Na twee vragen worden we onderbroken door een oudere, wat sjofel ogende meneer, die in zijn eentje koffie zit te drinken in café Engels naast Rotterdam Centraal Station.

„Bent u net terug uit Jemen?” vraagt hij aan Judith Spiegel. „Dat is heel fijn.”

„Ja”, zegt ze, „dat vind ik ook.”

„Fijne Kerstdagen.”

„Dank u. U ook.”

Spiegel (43) vertelt dat ze sinds de persconferentie van woensdag vaker is herkend. Gisteren nog, toen ze voor 500 euro nieuwe laarsjes kocht, die ze tijdens onze kennismaking trots laat zien. Bij de Hema zei een meisje in plat Rotterdams: „Oh maid, mooie nagellak. Je hebt het wel zwaar gehad hè, daaro.”

Na de opmerkelijke persconferentie die Spiegel en haar man Boudewijn Berendsen op Schiphol gaven, twijfelden sommigen daaraan. De massaal toegestroomde journalisten verwachtten een dramatisch verhaal over zes maanden gevangenschap. In plaats daarvan vertelde het echtpaar dat de emotionele video die een maand na hun ontvoering naar buiten werd gebracht, in scène was gezet. Ze serveerden de ene na de andere smakelijke anekdote. Waren ze wel slachtoffers, werd er gefluisterd. Of hadden ze een avontuurlijke vakantie gehad?

Hoe kijkt u terug op uw optreden?

„Ik vond het wel leuk. Ik dacht: huppatee. Iedereen in één keer te woord staan, anders krijg ik duizend telefoontjes. Dan moet ik gaan filteren. Ik begrijp dat ik de indruk heb gewekt dat het een soort Sporthuis Centrum was. Maar ik wilde een waarheidsgetrouw beeld geven van hoe het was. Ik ga er niets ergers van maken omdat Hart van Nederland liever ziet dat ik daar zit te huilen. De waarheid is dat Boudewijn en ik er sterk zijn uitgekomen.”

Sommige mensen hadden er problemen mee dat de sfeer lacherig was.

„Liever een lacherige sfeer dan een huilerige sfeer. We waren blij en opgelucht. Tijdens de ontvoering had ik ook af en toe de slappe lach. Dat had ik nodig. Alsof er een band moest leeg lopen.”

Hoe reageerde uw familie toen u vertelde dat u acteerde in het filmpje?

„Ze begrepen het. Ze hebben het filmpje honderden keren bekeken en concludeerden: dit is niet Judiths manier van doen. Maar het ging natuurlijk om het effect. En volgens de ontvoerders zou een dramatisch filmpje het meeste effect sorteren. We hadden geen keus. En ik vind het daarom vreemd dat het filmpje zo’n kwestie is geworden. Boudewijn en ik hebben wel vijf of zes filmpjes gemaakt, die nooit naar buiten zijn gebracht.”

Het is een gevoelskwestie: dat stel heeft ons voor de gek gehouden.

„Kennelijk. Maar wij vonden het ook erg om dat filmpje te maken. We wisten wat voor effect het op het thuisfront zou hebben. Maar nogmaals: we hadden geen keus. Misschien is het goed te benadrukken dat we opgesloten zaten. Het werd ons domweg opgedragen. Het is de man met het geweer tegenover de man en de vrouw in Het Hok, zoals we onze eerste schuilplaats noemden. Dat is misschien ook wel het ergste van alles: dat je geen keus hebt. Geen vrijheid.”

Een neveneffect van de video zou kunnen zijn dat noodkreten in de toekomst niet meer serieus genomen worden.

„Bij veel dingen hebben wij ons afgevraagd: wat betekent dit voor de mensen die nu nog vastzitten? Van zo’n filmpje kun je concluderen dat het niet handig is. Maar het geeft ook hoop dat wat je ziet niet echt hoeft te zijn. Steeds weer die twijfel. Mensen konden ons brieven sturen, maar die hebben wij nooit gelezen. Toch gaf het schrijven van die brieven hen een goed gevoel. En als wij een filmpje maakten, dachten we op onze beurt: ze zien dat we nog leven. Terwijl slechts één filmpje naar buiten is gekomen.”

Het is een psychologisch spel dat je ook op de been houdt?

„Ja. Ik praatte mezelf moed in – en was mij daar continu van bewust. Daarom waarschijnlijk ook die gebalde vuisten bij het wakker worden: ik was über alert. Mijn lijf ging in slaapstand, mijn brein werkte op volle toeren. Ik realiseerde me dat alles wat ik mezelf voorhield wishful thinking was. En toch putte ik hoop uit de flarden informatie van onze leugenachtige bewaker. De Piraat, noemden wij hem.”

Probeerde u een band met hem op te bouwen?

„Nee. Ik wilde zo goed mogelijk worden behandeld. Maar ik wist: het is een klootzak. Dat vergat ik niet.”

Heeft u dingen gedaan waar u achteraf spijt van heeft?

„Het voelt niet goed iemand te vriend te houden die jou behandelt als handelswaar. Iemand die je heimelijk met zijn hoofd tegen de muur zou willen slaan. Het voelt...”

Onwaarachtig?

„Ja.”

Heeft u zichzelf verrast tijdens de gijzeling? Stuitte u op onvermoede kwaliteiten?

Lange stilte. „Nou, nee. Of het moet zijn dat ik nu weet hoe ik me in een stress-situatie gedraag. Want hoewel je je geestelijk enigszins kunt voorbereiden op zo’n ervaring, weet je niet hoe je reageert totdat je het aan den lijve ondervindt. En ik ben mij ook gaan realiseren hoe belangrijk mijn familie en vrienden in Nederland voor mij zijn. Dat is heel waardevol.”

Wat voor impact had de gijzeling op uw relatie?

„Het was een godsgeschenk dat we daar samen zaten. Boudewijn en ik zijn al veertien jaar samen. Ik heb altijd gezegd: als ik met iemand moet worden ontvoerd, dan met hem. Hij is optimistischer dan ik. En waar ik over het verleden nadacht, was hij met onze toekomst bezig. Ik dacht: als ik morgen doodga wil ik dat mijn leven de moeite waard is geweest. Ik wilde niet over mijn toekomst spreken, want misschien was die er wel niet.”

Dan verandert haar stem en krijgt Judith Spiegel een zachte blik in haar ogen. Ze lijkt geraakt door haar eigen woorden. „Boudewijn en ik deden het ieder op onze eigen manier. We hebben ons geen moment aan elkaar geërgerd.”

Wat kwam u tegen toen u de balans van uw leven opmaakte?

„Ik concludeerde dat ik weinig tijd heb verspeeld en geen grote kansen heb gemist. Ik was dolblij dat ik van de advocatuur op de journalistiek ben overgestapt. En ik heb geen spijt dat ik naar Jemen ben verhuisd, ondanks de ontvoering. De woorden ‘had ik maar’ hoef ik niet uit te spreken.”

U maakt zichzelf geen verwijten?

„Nee. Ik was wel bang dat anderen mij dingen zouden verwijten: waarom moesten jullie zo nodig naar Jemen? Het zie-je-wel-effect. Ik wilde me niet verantwoorden voor iets waar ik achter sta.”

Stond uw familie achter uw vertrek?

„Ze stonden niet te juichen, maar vonden het geen achterlijk idee. Ik denk dat ze beseften dat het geen zin had dwars te liggen. Ik doe toch wat wil.”

Spiegel vertrok in 2009 naar Jemen om haar droom na te jagen: werken als journalist in het Midden-Oosten. Daarvoor had ze vijftien jaar in de juristerij gewerkt, als docent, advocaat en wetenschapper. Ze vond het werk interessant, maar was te avontuurlijk voor het kantoorleven. Het voordeel van Jemen was dat er niet veel journalisten zaten.

De eerste jaren was het sappelen. Naast haar journalistieke werk gaf ze les aan verschillende universiteiten. Dat veranderde toen Jemen werd mee gesleurd in de Arabische Lente, en er een opstand uitbrak tegen president Saleh, die al 33 jaar aan de macht was. Spiegel werkt sindsdien voor onder meer de NOS en NRC Handelsblad. Door de politieke instabiliteit nam echter ook de onveiligheid toe. Steeds meer collega’s vertrokken uit Jemen, bang te worden ontvoerd.

Heeft u in de periode voor de ontvoering nooit het gevoel gehad dat u in de gaten gehouden werd?

„Nee, ik had de indruk dat de ontvoering ad hoc was. Ze zijn gewoon gaan rijden door een buurt waar veel westerlingen wonen en wij liepen daar met onze zak vol schone was. Dat de actie onvoorbereid was bleek ook uit het feit dat er geen boerka’s in de auto lagen. In plaats daarvan gebruikten onze gijzelnemers handdoeken uit onze waszak. Ik vond hen chaotisch en neurotisch. Ze raakten voortdurend de weg kwijt. Graag had ik hun gevraagd of de actie was voorbereid. Maar ik was bang dat zij zouden denken dat wij hen later wilden verlinken.”

Journalisten zijn veel op straat, zegt Spiegel. Ze kunnen zich geen bewakers veroorloven. In de diplomatieke wereld worden zij volgens haar ‘laaghangend fruit’ genoemd. Diplomaten staan te boek als ‘hoog hangend fruit’ en ontwikkelingsorganisaties hangen daar tussenin.

Wisten uw ontvoerders wie u was?

„Nee, ze hadden geen idee. Ik heb verteld dat ik journalist ben, al was het maar omdat ze zich anders zouden afvragen waarom ik dat verzweeg. Maar het interesseerde ze niet. Ze wilden alleen van Boudewijn weten hoe groot en succesvol zijn verzekeringsbedrijf is. Hij zei dat hij grootaandeelhouder van een eenmanszaak is. Zo konden ze niet denken: die betalen hun eigen losgeld wel.”

Met het betalen van losgeld houd je de ontvoeringsindustrie in stand. Hoopte u desondanks dat er losgeld zou worden betaald?

„Ik wilde aanvankelijk niet dat er losgeld werd betaald. Maar ja, nu ik hier zit denk ik: toch fijn. Een laffe houding? Misschien. Ik heb wel eens tegen Boudewijn gezegd dat ik mijzelf wil opofferen om de ontvoeringsindustrie een halt toe te roepen. Want iemand zal toch ooit de eerste stap moeten zetten.”

Is dat niet makkelijk praten achteraf?

„Ja, maar ik méénde het. Die vicieuze cirkel moet doorbroken worden.” Spiegel zegt dat zij bang was dat bekenden het losgeld zouden betalen en „voor de rest van hun leven pannenkoeken zouden moeten eten”. „Dan zou ik de komende veertig jaar met een enorm schuldgevoel hebben moeten rondlopen. Nee, dan liever een bijdrage van de Golfstaten, zoals bij eerdere gijzelingen van Finnen, Oostenrijkers en Zwitsers. Dat vind ik een veel aantrekkelijker scenario.”

Heeft u aanwijzingen dat sommige mensen in uw omgeving tot pannenkoeken zijn veroordeeld?

„Nog niet. Of nee: integendeel.”

In Jemen gaat het gerucht dat er een miljoen dollar is betaald voor uw vrijlating.

„Ik weet het niet, maar het klinkt schappelijk. Beter dan de honderd miljoen die onze kidnappers in het begin vroegen. Daar waren ze heel open over. Toen zei ik: dat lijkt mij een tikkeltje aan de hoge kant.”

Een ander gerucht is dat er een ruil heeft plaatsgevonden: uw vrijheid tegenover de vrijlating van een aantal stamgenoten van de gijzelnemers.

„Kan ook, hoor. Alles kan. Maar misschien kom je daar wel nooit achter, hoe frustrerend ook. Ik vermoed dat het een heel mooi verhaal is. Net als alle andere mooie verhalen die ik tijdens onze gijzeling heb gehoord. Neem die stammenoorlog die ineens uitbrak (waardoor ze plotseling van locatie moesten veranderen, red). Boudewijn en ik baalden, maar ik dacht ook: daar kan ik een hoofdstuk in mijn boek aan wijden.” Schuldbewust: „Erg hè?”

U wilt het verhaal over uw gijzeling in boekvorm publiceren?

„Ja. En daar wil ik graag de tijd voor nemen.”

U lijkt in goede doen. Is er een kans dat de klap nog moet komen?

„Als-ie komt, dan komt-ie. Dat zie ik dan wel weer. Tot nu toe heb ik geen problemen. Hooguit ben ik wat hyper.”

Heeft het ministerie psychische ondersteuning aangeboden?

„We hebben tegen de ambassadeur gezegd dat we er zelf wel uitkomen, mocht dat aan de orde zijn. Misschien denken mensen als ze dit lezen: she’s heading for a deep depression. Dat kan.”

Zo’n vreemde gedachte is dat niet. Militairen krijgen ook een debriefing na werk in risicogebieden.

„Het is helemaal geen gekke gedachte. Maar in het leger krijgt ook niet iedereen last na een missie.”

Waar verheugde u zich het meest op tijdens de gijzeling?

„Ik had zin te doen wat ik wil. Mijn nagels te lakken. Mijn wenkbrauwen te epileren. Leuke kleding te dragen – want we liepen erbij als malloten in pofbroeken. Op een gegeven moment heb ik De Piraat om een pincet gevraagd. Ik heb het ding voor hem getekend, maar hij snapte het niet. Oh, en ik wilde mijn oksels scheren zodat ik mij niet ranzig zou voelen.”

Voor uw geliefde? Kon u intiem zijn dan?

„Boudewijn en ik knuffelden veel, maar hadden geen seks. Omdat je aan het overleven bent, maar ook omdat er ieder moment een deur open kon vliegen. Ik verzorgde mezelf om mijn waardigheid te behouden. Ik wilde niet de indruk wekken dat ze mij er onder konden krijgen.”

De buurman staat op van zijn tafel en onderbreekt ons weer.

„Mevrouw, heel veel geluk”, zegt hij.

„Dank u”, knikt Spiegel.

„Ik heb heel erg met u meegeleefd.”

„Dat is fijn om te horen.”

„Ik heb internationaal recht gestudeerd. Mijn specialisatie was de Arabische wereld. Maar door psychiatrische problemen ben ik gaan schilderen. Nu maak ik olieverfschilderijen met dieren.”

„Zo, dat is nog eens een carrièrewending.”

„Fijne Kerstdagen, ook voor uw vriend.”

Judith Spiegel glimlacht. „Ik geef het aan hem door.”

    • Toon Beemsterboer
    • Danielle Pinedo