Ik deug, dus wat ik doe deugt ook

Recht

Folkert Jensma Hoe kan het dat de veroordeelde gedeputeerde Ton Hooijmaijers niets heeft begrepen van het moreel laakbare van zijn handelen?

Fascinerend in de zaak van de vorige week veroordeelde bestuurder Ton Hooijmaijers was vooral zijn vermogen om zijn gedrag te rationaliseren. Eigenlijk heeft hij van de morele kant van zijn strafzaak helemaal niets meegekregen. Laakbaar, hoezo? Hij meent dat de overheid - en dus hij zelf als bestuurder - volledig dienstbaar moet zijn aan het bedrijfsleven. Hooijmaijers’ zelfbeeld is niet aangetast. Hij gaf op tv en in de krant de perfecte rationalisatie: ik ben goed, dus wat ik doe is ook goed. Zijn eigen belang en het algemeen belang vielen perfect samen. Dat leidt nu eenmaal tot een stroom relatiegeschenken, betaalde adviezen, geheime facturen et cetera. Zijn vervolging is politiek gemotiveerd, de rechters begrijpen er niets van. Einde verhaal. Het slachtoffer zit hier voor u. Van corruptie is geen sprake, slechts van onbegrepen goede bedoelingen en idealen.

Toevallig was er begin deze maand de jaarlijkse ‘Bedrijfsjuristenmonitor’ over corruptie. Daar was de beste soundbite van Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek in Rotterdam. Hij zegt dat één procent van de werkende mensen in organisaties echt corrupt is en één procent echt integer. De rest, 98 procent, laat zich leiden door intuïtie en omstandigheden. Wat het beste uitkomt, het minst riskant lijkt, et cetera. Integriteit als een kwestie van vraag en aanbod. De mens als ongeleid projectiel: beïnvloed door reflexen en impulsen.

Het nut van formele gedragsregels in een bedrijf is volgens Kaptein beperkt. Omkoping en corruptie bij bedrijven met een eigen gedragscode is maar tien procent lager dan bij bedrijven zónder. Hetzelfde lage percentage geldt voor zogeheten ‘compliance programs’. Intern toezicht op het naleven van wettelijke regels. Bedrijven die dat hebben, doen het maar tien procent beter dan bedrijven zónder. Kaptein liet als sprekend voorbeeld de bedrijfscode van Enron zien, vol hooggestemde formules over de plicht om ‘moreel en eerlijk’ te handelen. Desondanks ging Enron ten onder in een moeras van bedrog, fraudeconstructies en leugens. Bij het faillissement was er 20 miljard dollar schuld.

De kernvraag is waarom werknemers of complete organisaties zich misdragen. Kaptein schreef een interessant boek over de psychologie van het frauderen: Why do good people do bad things, online te vinden via papers.ssrn.com. Met daarin een aantal psychologische valkuilen, zoals bijvoorbeeld verblinding door tunnelvisie of het formuleren van heroïsche doelen. De provincie ‘op de kaart zetten’ en de ‘wereld verbeteren’, zoals gedeputeerde Hooijmaijers zich voornam. Wie zich zo als veldheer positioneert, roept vanzelf imperiaal gedrag op.

De veldslag wordt dan verhuld met amorele eufemismen waar manipuleren ‘mensen verbinden’ heet. En trucs ‘creatief boekhouden’. Ook het goedpraten achteraf is verklaarbaar. De oplichter moet immers ook aan zichzelf uitleggen dat er niks mis is met stiekem declareren via het bedrijf van je vrouw. Wie dat desondanks doet, heeft een morele vakantie genomen. Hij is erin geslaagd de stress over de eigen inconsequente keuzes weg te redeneren. Hooijmaijers verklaringen kwamen zó uit het standaardrepertoire van de gemiddelde gevangenisbevolking. De regels zijn onduidelijk, ik diende een hoger doel, ik ben zelf slachtoffer, iedereen doet het zo, de enige fout is dat ik het niet beter heb geregeld, er wordt met mij afgerekend. De dader wil zichzelf als eerlijk en oprecht blijven zien, maar weet ook dat zijn gedrag juist alle normen overschreed. Die spanning wegredeneren leidt tot de fraaiste, want onhoudbare redeneringen. Mooiste voorbeeld was de vraag naar de relatie die zo vriendelijk was namens hem het smeergeld te incasseren. Dat was niet een poging om de geldbron te verhullen, maar het tegenovergestelde. Het bewees juist zijn integriteit omdat hij zo het geld op afstand en de zaken gescheiden hield. Schitterend. Van een afstand zou je heel hard ‘Koekoek!’ willen roepen en op je voorhoofd wijzen. Maar dat zou niet beleefd zijn. Er moet ook nog ruimte zijn voor hoger beroep, nietwaar.