Hoor! Papa leest voor

Vaders drukken hun snor als het tijd is voor een verhaaltje. Maar om goed te leren voorlezen moet je uren maken.

tekst Thomas de Veen

Voorlezen met stemmetjes? Niet doen. Tenzij je heel kleine kinderen voorleest: voor hen is het nog een kwestie van de aandacht vasthouden, en dan is een gevarieerd geluid een must. „Maar als je stemmetjes doet, moet je het wel goed doen”, zegt Robbert Hak van Storytel, de ‘Spotify’ voor luisterboeken.

„Denk aan de acteur Job Schuring die de Leven van een loser-luisterboeken voorleest. Hij kan schakelen tussen twintig verschillende stemmetjes, en maakt er daardoor iets heel komisch van. Maar in de regel moet je een verhaal niet te veel willen inkleuren als voorlezer. Je toehoorder moet zijn eigen gedachten erbij kunnen hebben.”

Voorlezen moet je leren. En wie dat nog eens extra moeten leren zijn vaders, aldus de campagne ‘Vaders voor lezen’, die vorige week gelanceerd is. Vaders hebben namelijk iets in te halen. Uit onderzoek uit 2011 blijkt dat het vooral moeders en oma’s zijn die kinderen het verhaaltje voor het slapengaan vertellen. In 65 procent van de gezinnen waar wordt voorgelezen neemt de moeder die taak meestal op zich en slechts in 8 procent is het de vader die het vaakst voorleest. Het is een van de vele onderzoeken die de boodschap kracht bijzetten in het huidige Jaar van het Voorlezen, de actie van de leescoalitie die bestaat uit leesbevorderaars, bibliotheken en boekpromotors. Voorlezen verbetert de woordenschat, zo is bewezen, en geeft kinderen een voorsprong in hun taalontwikkeling.

En, niet onbelangrijk: voorlezen is leuk voor kind én ouder. Maak er dus geen haastklus van, tussen avondmaal en journaal. Rust is belangrijk, zegt Mascha de Vries van uitgeverij Rubinstein, marktleider op het gebied van Nederlandse luisterboeken. Een goede voorleesstem klinkt volgens haar „zelfverzekerd” en „ligt comfortabel in het gehoor”.

Dat is te leren. „Job Cohen, die veel Nederlandse klassiekers voor ons heeft voorgelezen, heeft veel ervaring als voorlezer. Hij leest zijn zieke vrouw veel voor, omdat zij de boeken waar ze dol op was niet meer zelf kan lezen. Hij bezit bovendien de kunst van het voordragen. Hij spreekt niet staccato, maar weet je echt mee te nemen in het verhaal.”

Dat mannen thuis niet vaak voorlezen, wil niet zeggen dat ze het niet kunnen. Prominente beroepsvoorlezers zijn veelal mannen, van Job Cohen tot Jan Donkers, van Gijs Scholten van Aschat tot Arthur Japin.

Japin is volgens Mascha de Vries een voorbeeld van een schrijver die uitstekend voorleest. „Hij heeft veel ervaring met voordragen, doordat hij vaak lezingen geeft. Dat geldt niet voor alle schrijvers.”

Een schrijver die zijn eigen tekst voorleest, heeft het voordeel dat hij precies weet waar de klemtoon moet liggen en waar er ingewikkelde komma’s in de tekst staan. Van acteurs kun je leren dat je naturel moet voorlezen – monotoon is natuurlijk niet goed, maar overacteren is ook een afrader. De Vries: „Overtuigingskracht is het belangrijkst. Een goede voorlezer klinkt gewoon aangenaam en gooit het beeld van wat je hoort niet overhoop. Je moet eigenlijk geen mening hebben over de stem.”

Zoals ook een kind zou moeten vergeten wie hem voorleest, of dat nu zijn moeder of vader is.