‘Er komen vast wel weer andere tijden’

Hij is de leider van de grootste oppositiepartij, toch is Emile Roemer afgelopen tijd niet erg zichtbaar geweest in Den Haag. Volgens de SP-leider blijft het „knokken” tegen het beeld dat de SP zich afzijdig houdt in het parlement.

SP-fractievoorzitter Emile Roemer :”Wij moeten uitgaan van onze eigen kracht, zodat mensen zien: dát is een sterke partij op links.” Foto Merlijn Doomernik

Lodewijk Asscher wel, Emile Roemer niet. De verbazing staat op het gezicht van de SP-leider te lezen als ineens PvdA-minister Asscher van Sociale Zaken wordt aangekondigd als spreker op de manifestatie van de FNV in de Utrechtse Jaarbeurs.

In de week die aan het protest voorafging, had Emile Roemer meermalen met FNV-voorzitter Ton Heerts proberen te regelen dat hij op het podium een woordje kon richten tot de duizenden aanwezigen. Het lukte niet. Geen politici, kreeg hij steeds te horen. Achteraf vergoelijkt hij: „Ach, ik geloof niet dat Asscher nou zo blij was dat-ie er stond.” De minister werd uitgefloten, Emile Roemer deelde handtekeningen uit. Groepen joelende schoonmaakdames wilden met hem op de foto.

Roemer kwam „met een ongelofelijk lekker gevoel thuis” van de manifestatie, vertelt hij een paar dagen later in zijn werkkamer. „Je wordt op handen gedragen daar.”

Waarom kon u dat podium niet even op?

„De vakbond wilde voorkomen te veel aan één partij gelinkt te worden. Dat idee leeft sterk bij een deel van de vakbond, dat dat niet zou moeten gebeuren.”

U ziet er niets groters in? Geen afwijzing van de FNV?

„Ik heb een paar keer tegen Ton Heerts gezegd dat als de rest niet wil komen, je niet degenen moet straffen die wél willen. De SP en GroenLinks waren er en had je dus zo even het woord kunnen geven. Maar kom, daarover ga ik geen stampij lopen maken. De mensen daar hebben toch wel gezien dat wij er waren.”

Emile Roemer is sinds dit najaar leider van de grootste oppositiepartij in de Tweede Kamer. De PVV van Geert Wilders zette een Kamerlid uit de fractie, waarna de SP met vijftien zetels als grootste overbleef.

Toch is Roemer afgelopen tijd niet erg zichtbaar geweest in Den Haag. Dit najaar wekte hij irritatie en onbegrip bij andere partijen, toen hij tijdens de Algemene Beschouwingen, het belangrijkste debat van het jaar, het vertrouwen in het kabinet opzegde. Samen met de PVV van Wilders, nog vóór überhaupt een debat had plaatsgevonden. Hoe moesten andere partijen de SP nou nog serieus nemen?

In het jaar waarin het kabinet gedwongen werd om akkoord na akkoord met de oppositie af te sluiten, deed de SP aan geen van die onderhandelingen mee. Het recentste voorbeeld: de nog lopende gesprekken over de hervormingen in de pensioensector. Verantwoordelijk ministers Dijsselbloem en Asscher nodigden Roemer niet eens meer uit om aan te schuiven.

Begrijpt u waarom ze u niet vragen?

„Ja. Het was alleen wel zo aardig geweest als ze het me even hadden laten weten. Maar ik praat niet mee over een voorstel dat op voorhand tussen de 2,5 en 3 miljard euro moet opleveren. Een plan waarvan we weten dat het jongeren van nu in de problemen gaat brengen.”

D66 komt nu bijvoorbeeld op voor een pensioenregeling voor zelfstandigen. Dat had u toch ook kunnen doen?

„Ja, en jongeren die ook een fatsoenlijk pensioen willen in de problemen brengen door hun pensioenopbouw flink te verlagen? Moet ik daar een handtekening onder zetten? Stel dat ik straks een linkse meerderheid heb in de Kamer, moet ik dan ook de VVD gaan verwijten dat ze niet met ons meedoen? Dan kan de VVD toch ook aanschuiven en een kwartje binnenhalen voor een topondernemer, Shell ofzo.

„Het idéé dat mensen aan tafel gaan zitten om andermans beleid uit te voeren. Dat zoiets logisch is, dat frame willen sommigen hier graag in stand houden. Inmiddels zegt zowat iedere gerespecteerde econoom dat het beter is om te gaan investeren dan om te blijven bezuinigen. Maar nee, met dit kabinet kun je alleen meepraten over 6 miljard euro extra bezuinigen. Doe het even lekker zelf. Ik teken niet voor averechts beleid. Dat is toch logisch, dat moet je niet eens hóéven uitleggen.”

Zo geeft u anderen de kans om te zeggen dat de SP zich altijd overal buiten houdt.

„Dat frame wordt veel gepapegaaid, ja. Maar het is grote onzin. Alsof je met honderdvijftig man in een kabinet moet gaan zitten. Als je niet in de coalitie zit, dan zou je er niet toe doen? Als onze taak zie ik het nu om politiek en media te bestoken met ervaringen van mensen die door hun hoeven zakken. Problemen op de agenda krijgen. Mensen die hun tandartsrekening niet meer kunnen betalen, of de zorgverzekering iedere maand.”

„Wij zijn een andere partij dan de meeste anderen. Wat wij hier in het parlement doen, moet op basis van de echte werkelijkheid zijn, niet de papieren werkelijkheid. Ik hoor vaak dat ‘mensen kunnen hun hypotheek niet meer betalen’ als standaardzinnetje hier in het parlement. Ga eens met mensen die financiële problemen zitten praten, zeg ik. Dan loop je daarna wel drie keer zo hard, hoor.”

Om uw ideeën uit te voeren, zult u toch in gesprek moeten met andere partijen?

„Zeker, maar daar zijn nu de verhoudingen niet naar. Nu zijn er andere mogelijkheden, met middenpartijen die zoveel op elkaar lijken dat het weinig verschil maakt of de één of de ander aanschuift. Ik zeg het maar even oneerbiedig. Daarom moeten wij ervoor zorgen dat wij een grote factor van betekenis worden.”

De SGP heeft drie zetels en doet wel mee. Je hoeft geen grote partij te zijn.

„Wij hebben een uitgesproken visie over waar we heen willen met de samenleving. We willen het echt voor mensen opnemen als het gaat om huurkosten, zorg, onderwijs, een sterke publieke sector. Als je duidelijk je eigen lijn wilt binnenhalen, moet je wel een grote en sterke partij zijn.”

„Wat wij nu hier te horen krijgen, dat de SP nooit zal kunnen meedoen, dat zeiden ze twintig jaar geleden lokaal in Brabant. We bewezen daar gewoon dat we kunnen meebesturen. Toen zei iedereen; dat kunnen ze alleen in de kleine plaatsen. Onzin, we zitten inmiddels ook in Heerlen en Groningen. Ja, dat lukt dus alleen in de steden, hoor je dan. En sinds 2011 zitten we in twee van de grootste provincies, in Brabant en Zuid-Holland. Wij laten overal zien dat we het kunnen.”

Krijgt u veel kritiek uit uw achterban over dat niet-meedoen?

„Nul. Daarom zeg ik, die vierkante kilometer hier is zó anders dan de werkelijkheid erbuiten.”

In Den Haag blijft het „knokken” tegen het beeld dat de SP zich afzijdig houdt in het parlement, zegt Roemer. Raar eigenlijk, dat D66 meer credits krijgt dan de SP over de flexibilisering van de arbeidsmarkt, zegt hij: „Zij zitten wel aan tafel, maar hebben alleen binnengehaald dat mensen in de WW een half jaar eerder passend werk moeten accepteren. Terwijl veel méér voorstellen uit het sociaal akkoord rechtstreeks uit een plan van de SP komen.”

Ander, kleiner voorbeeld: het einde aan het verbod op godslastering, vorige week aangenomen door de senaat. Initiatief van D66 én de SP. „Van onze Jan de Wit. Maar dat zeggen ze er niet bij op het journaal. Natuurlijk denk ik dan wel eens, is dat nou zo moeilijk om er even bij te vertellen?”

Hoe verloopt uw contact met PvdA-leider Samsom momenteel?

„Dat is minimaal. Laat ik voorop stellen: ik heb vanaf dat ik fractievoorzitter ben, veel tijd en energie gestoken in een goede samenwerking met links. Met Job Cohen is dat heel goed gegaan. Wij wilden laten zien hoe Nederland eruit kan zien met een linkse samenwerking. Maar Samsom, Dijsselbloem en Timmermans hebben daar duidelijk geen behoefte aan. Dat moeten ze zelf weten. Als zij liever met de VVD in zee gaan, dan de samenwerking op links zoeken, is dat hun keuze, niet de mijne. Er komen vast wel weer andere tijden.”

U noemt Lodewijk Asscher niet. Zou het met hem beter samenwerken zijn?

„Die kans bestaat. Maar die anderen zetten de toon. Daarom is het nu van groot belang dat wij laten zien wat wíj doen. Niet achter dingen aan blijven rennen als die op dit moment even niet relevant zijn. Laat ze maar even. Wij moeten uitgaan van onze eigen kracht, zodat mensen zien: dát is een sterke partij op links. Dan kunnen ze straks niet meer om ons heen.”

En in de tussentijd zoekt de PvdA het maar even uit in deze coalitie?

„Dat is wel erg kort door de bocht, maar zo zit het wel ongeveer. Wij zijn nu duidelijk de oppositiepartij, vertolken het verhaal van de straat, het gevoel van de samenleving. Of het nou de winkelier is of de schilder, de moeder met kleine kinderen in betalingsproblemen of de gemeenten die in financiële moeilijkheden komen, wij nemen het voor hen op.”

Dat zou Geert Wilders precies zo zeggen. Hij komt op voor dezelfde mensen.

„Nauwelijks. Er is een aantal onderwerpen waarop wij elkaar vinden, in de zorg. Maar als het gaat over aanpakken van de topsalarissen in de zorg, doet hij niet mee. Anderen houden dat beeld in stand.”

Ook over Europa en de immigratie van Bulgaren en Roemenen denken jullie toch hetzelfde?

„We komen tot onze standpunten vanuit een heel andere argumentatie. Als ik vind dat er werkvergunningen moeten komen voor mensen uit Oost-Europa, dan is dat omdat ik dat sociaal en economisch gezien verstandig vind. Er is in Europa een rondtrekkend circus van mensen die proberen de armoede te ontvluchten en daarbij voortdurend uitgebuit worden. Wilders zegt in wezen alleen maar dat hij een hek om het land wil bouwen: het land uit allemaal en bekijk het maar. Dat is een totaal andere insteek. Waarom zitten de SGP en D66 met elkaar aan tafel? Dat zijn ook fundamenteel andere partijen, waarom krijgen zij die vraag niet? Zijn die partijen nou ook hetzelfde? Natuurlijk niet. Ik scheer geen mensen over één kam zoals de PVV, en ik wil daar ook niet mee vergeleken worden.”

Snapt u niet waarom dat gebeurt? U steunde de PVV als enige, samen met de Partij voor de Dieren, toen Wilders het vertrouwen in het kabinet opzegde.

„Ja, natuurlijk hebben wij daarmee lopen stoeien. Daar is volgens mij ook niks mis mee. We hebben in de fractie besproken wat voor ons het meest geloofwaardig was. We moesten op dat moment kiezen tussen twee kwaden. Maar je moet uiteindelijk wel stemmen, je kunt je niet onthouden.”

„Kijk, mensen hebben gewoon weinig vertrouwen in de politiek. De kans is groot dat wij daarin worden meegezogen. Dus wij moeten elke dag bewijzen dat wij de partij zijn die het anders doet. Daarbij ís onze sociaal-economische visie fundamenteel anders dan het neoliberale beleid dat dit kabinet uitvoert. Ik heb er nogal wat over gelezen afgelopen zomer, en dit kabinetsbeleid is gewoon Paars 3. Onder het mom van de eigen verantwoordelijkheid van mensen de zorg afbreken. De sociale voorzieningen en volkshuisvesting uitkleden, onder het kopje moderniseren.

„Als ik Halbe Zijlstra van de VVD nu hoor over zijn visie op de samenleving, is dat bijna één op één Frits Bolkestein in de jaren negentig. Die zei: zíj krijgen de minister-president, wij het beleid. Nu kan Zijlstra zeggen: zij de minister van Financiën, wij het beleid. En bij de PvdA trappen ze er gewoon weer in. Dat snapt hun achterban natuurlijk niet.”

Elke partijleider leeft met de fouten uit zijn vorige campagne, en met de drang om die goed te maken. Emile Roemer moet bij volgende parlementsverkiezingen de stemmen winnen die vorig jaar september uitbleven en grotendeels naar de PvdA gingen. Het aantal zetels van de SP bleef op vijftien staan, maar dat voelde als flink verlies voor iemand die maanden als premierskandidaat door het leven ging.

Hij „heeft heus wel wat geleerd” van dat het misging vorig jaar, zegt Roemer. „We dachten, wie geschoren wordt moet stilzitten. We hadden natuurlijk júist in de aanval moeten gaan.” Hij onderhoudt nu „korte lijntjes” met werknemers én werkgevers. „Laatst op een SP-dag voor het midden- en kleinbedrijf zei de voorzitter van MKB-Nederland dat de SP dé partij is voor het mkb. Ik was blij verrast dat hij dat zo ruiterlijk toegaf.”

Roemer wil meer kiezers aan zich binden door het fundament van zijn partij verder uit te bouwen. In de afgelopen twee jaar kwamen er zeventig lokale SP-afdelingen bij. Dat is een flinke groei op nu in totaal ruim tweehonderd afdelingen. Alle afdelingen krijgen intensieve scholing – bekend is van de SP dat elke afdeling eerst de zaken intern op orde moet hebben, voordat aan gemeenteraadsverkiezingen meedoen een optie wordt.

Op het partijbureau in Amersfoort nodigt de partij geregeld externe deskundigen uit om avondjes te komen praten over economie, defensie of cultuur. Welke economen er dan bijvoorbeeld langskomen, heeft Roemer afgesproken om niet bekend te maken. „Ze hoeven ook helemaal niet aan de partij gebonden te zijn, het gaat ons om de input die zij kunnen leveren.”

Volgens bureau Ipsos Synovate profiteert u in peilingen minder van de impopulariteit van het kabinet dan Wilders.

„Dat is één van de vier grote bureaus. Daar staan we altijd lager dan bij de andere drie. We staan overal op winst, bij de één wat meer dan bij de ander. Maar sinds vorig jaar denk ik: laat die peilingen ook maar. Mijn graadmeter is wat er op straat gebeurt. En ik geloof toch echt niet dat ik daar last heb van een gebrek sympathie.”

In Alphen aan den Rijn waren onlangs gemeenteraadsverkiezingen. U voorspelde vijf zetels, het werden er drie.

„Een te optimistische afdeling. En het waren herindelingsverkiezingen, dus de opkomst was ook lager dan verwacht. We hebben winst geboekt, maar die viel lager uit dan ik had gehoopt. Het was wel weer een wijze les voor ons. De sympathie van mensen hebben is één, ervoor zorgen dat ze ook dat bolletje echt rood kleuren is twee. Daar moeten we voor knokken. Wij moeten elke stem verdienen, daar is niks mis mee.”

Zegt u eigenlijk, wacht maar tot de gemeenteraadsverkiezingen in maart, dan doen wij er weer toe?

„Dat moeten we zien te bewijzen. Wij zijn ervan overtuigd dat we in de samenleving nu in een failliet systeem werken. Solidariteit en kleinschaligheid moeten weer meer voorop staan. En wij moeten mensen elke dag overtuigen dat wij daar een rol in kunnen spelen.”

    • Annemarie Kas