Een spaarder wordt elk jaar een beetje armer

Spaargeld wordt elk jaar minder waard. En toch blijven Nederlanders sparen. Voor 1 januari uitgeven beperkt de schade.

Veel levert het niet meer op. „Ik betaal eigenlijk meer belasting over mijn spaargeld dan dat ik rente krijg.” Toch laat Shila (60) het op een spaarrekening staan. Ze heeft 42.000 euro. Binnenkort komt daar 90.000 euro bij, geld dat ze nu nog belegt. Haar pensioen nadert en dan kan ze het geld goed gebruiken om de pensioenpot aan te vullen. „Mijn huis is niet op te eten. Ik hou liever iets achter de hand.”

Shila, die niet met haar volledige naam in de krant over haar spaargeld wil vertellen, is een van de vele Nederlanders die spaart. Het totale spaarvermogen is in Nederland „gigantisch hoog”, zegt Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Op spaarrekeningen in Nederland stond in augustus ruim 329 miljard euro, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het grootste deel van dat spaargeld, 281 miljard euro, staat op spaarrekeningen waar het geld vrij opneembaar is. Het overige spaargeld staat op deposito’s, spaarrekeningen met een vaste looptijd.

329 miljard euro spaargeld is per huishouden ruim 43.000 euro. Al is het in werkelijkheid niet zo gelijkelijk verdeeld. Ruim 20 procent van de huishoudens heeft bijvoorbeeld helemaal geen buffer, blijkt uit onderzoek van het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud). En nog eens 20 procent heeft maar een kleine buffer: minder dan 2.000 euro.

Toch is Nederland een land van spaarders en verzekeraars. Er wordt meer gespaard dan in de rest van Europa, zegt hoogleraar Van Raaij. Terwijl in Nederland 80 procent van de inwoners een spaarrekening hebben, is dat in de rest van Europa gemiddeld 44 procent, blijkt uit recent onderzoek van ING. De bank liet 5.500 mensen uit elf verschillende Europese landen ondervragen over spaargedrag en het nemen van financiële beslissingen. Volgens het onderzoek kijken Nederlanders op financieel gebied liever naar de lange dan naar de korte termijn. Van Raaij: „Nederlanders hebben altijd veel gespaard. We nemen liever het zekere voor het onzekere.”

In crisistijden als deze neemt de drang tot sparen toe, zegt hij. Mensen zijn pessimistisch over de toekomst en onzeker over mogelijke bezuinigingen of werkeloosheid. Van Raaij ziet sparen dan ook als een vorm van „onzekerheidsreductie”.

Hoewel het hebben van een financiële buffer altijd handig is, is véél sparen dat juist niet. „Eigenlijk is sparen in deze tijd irrationeel. Mensen verliezen er geld op. Maar ze kennen weinig alternatieven.”

Fictief rendement

Hans Oudshoorn is nog wel wat stelliger over de nadelen van sparen. Dat is „langzaam arm worden”, en een soort „schijnveiligheid”. Oudshoorn is medeauteur van het boek Beleggen voor dummies en beleggingstrainer bij vermogensbank Alex. Hij vindt dat spaarders te veel belasting betalen over hun gespaarde vermogen.

Spaarders krijgen een paar procent rente over het geld op hun rekening. Hoeveel, hangt af van de bank – en dus ook van de economische situatie. De spaarrentes zijn op dit moment relatief laag: de meeste spaarders krijgen zo’n 1 tot 2 procent rente.

Maar over hun eigen vermogen – daar vallen bijvoorbeeld ook beleggingen onder – betalen spaarders ook belasting; de vermogensrendementsheffing. Dat wordt elk jaar op 1 januari berekend. Tot 21.139 euro is eigen vermogen belastingvrij, bij fiscale partners is dat het dubbele. Samen mogen stellen dus ruim 42.000 euro belastingvrij sparen. Vanaf dat bedrag rekent de Belastingdienst met een fictief rendement van 4 procent. De fiscus gaat er dus vanuit dat een spaarder jaarlijks 4 procent rente over zijn eigen vermogen ontvangt, ongeacht of een spaarder dat rendement daadwerkelijk krijgt van de bank. Over het fictieve rendement rekent de Belastingdienst 30 procent belasting. Over het belastbaar vermogen betaalt een spaarder daarom 1,2 procent belasting.

Stel: iemand heeft 60.000 euro op zijn spaarrekening staan. Zijn partner heeft ook wat spaargeld: 30.000 euro. Ze zijn niet alleen partners in de liefde maar ook fiscaal. Dan is van hun gezamenlijke spaargeld 42.278 euro belastingvrij. De fiscus gaat ervan uit dat het stel over de overige 47.722 euro van hun vermogen een rendement behalen van 4 procent, 1908,88 euro. Hierover moeten ze dan 30 procent belasting betalen. Dat is 572,66 euro. Over het totale vermogen betalen ze 0,6 procent belasting. Hoe meer spaargeld iemand heeft, hoe meer belasting die procentueel over het hele vermogen betaalt.

Door een inflatie die schommelt tussen de 2 en 3 procent, lage spaarrentes én een belastingheffing van 1,2 procent, wordt het geld dat mensen op hun spaarrekening laten staan elk jaar minder waard. „Je hebt al minstens 3 procent rente op je spaarrekening nodig om het bij te houden”, zegt Marcel Piket, hoofdredacteur van tijdschrift FiscAlert. Zolang de bank een rente geeft die lager is dan 3 of 4 procent, verliest een spaarder dus elk jaar een beetje geld.

Een beetje slimmigheid

Die fictieve rente waarmee de fiscus rekent, zal wel niet snel lager worden, zegt zowel Oudshoorn als Piket. De economie is er bij gebaat als mensen het geld niet op hun spaarrekening laten staan. De politiek ziet daarom liever dat mensen het geld uitgeven aan een nieuwe auto, of investeren in een beginnende onderneming.

Voorkomen dat het spaargeld elk jaar iets minder waard wordt, vraagt om een beetje slimmigheid. Geef het geld inderdaad uit, voor die ene grote aankoop, maar dan wel voor 1 januari: dat is het moment dat de fiscus het totaal aan vermogen berekent. Of speel zelf eens voor bank, of plaats een deel van je geld op een deposito. Want niet iedereen wil of durft te beleggen: dat brengt een groter risico met zich mee.

Een financiële buffer hebben is altijd belangrijk, benadrukt Piket. En iedereen moet voor zichzelf uitmaken hoeveel hij of zij achter de hand wil houden. Het maakt nogal uit of je aan het sparen bent voor noodzakelijke uitgaven of niet: voor een nieuwe cv-ketel, bijvoorbeeld. Maar met aardig wat spaargeld op de rekening loont het om na te denken over alternatieven.

Piket: „Mensen sparen altijd voor later. Als het eenmaal later is, bedenken ze zich: het is eigenlijk veel leuker om het bijvoorbeeld aan de kinderen te geven, in plaats van via belasting aan de overheid.”

    • Annemarie Sterk