Een dinobult, dat is pas sexy

De vondst van een gefossiliseerde vleeskam geeft een heel ander beeld van hoe dinosaurussen eruit zagen.

Edmontosaurus gold als het muurbloempje uit zijn familie. Zijn kop was opvallend kaal en plat vergeleken met de buitenissige kammen die zijn naaste verwanten droegen. Maar uit de vondst van een ‘fossiele mummie’ in Canada blijkt nu dat er weldegelijk een kam op de kop van Edmontosaurus prijkte – niet van bot, maar van vlees (Current Biology, 12 december).

Edmontosaurus was een plantenetende hadrosauriër, of eendensnaveldino, die zo’n 70 miljoen jaar geleden in Noord-Amerika leefde. De meeste eendensnaveldino’s droegen opvallende benen kammen op hun kop, in vorm variërend van helmen, schoenlepels en lange snorkels.

Maar de golvende en rimpelige vleeskam van Edmontosaurus was van zacht en soepel weefsel, vergelijkbaar met de kam van een haan of lellen van een kalkoen. Waarschijnlijk pronkte het dier ermee om indruk te maken op het andere geslacht.

„Dit is een belangrijke vondst”, zegt Terry Gates, paleontoloog bij de North Carolina State University. „Deze ontdekking laat zien dat hadrosauriërs, en misschien veel andere dino’s, flamboyante ornamenten droegen die geen sporen in hun botten hebben achtergelaten.”

Het fossiel van de Canadese Edmontosaurus met kam is compleet versteend, maar wordt toch mummie genoemd omdat de afdruk van huid bewaard is gebleven. Dat is opmerkelijk: de zachte huid rot normaal gesproken snel weg. „Maar op één of andere manier fossiliseert de bestendige huid van hadrosauriërs goed”, schrijft Phil Bell van de University of New England, eerste auteur van het artikel, in een e-mail.

Bell en zijn collega’s vonden alleen de kop van het dier, in een zwerfkei. De Edmontosaurus ligt in typische sterfhouding, met zijn kop in zijn nek gevouwen. Van de schedel zelf is weinig over: ter hoogte van de oogkassen is hij doorkliefd. In de huidafdruk zijn de kleinste details te ontwaren, zoals de grote, veelhoekige schubben in de nek die naar de kop toe steeds kleiner worden. Zelfs de rimpels in de huid zijn versteend. En veel belangrijker nog: de vleeskam zelf.

Paleontologen hebben uiteenlopende verklaringen bedacht waarom eendensnaveldino’s zulke opvallende kammen droegen. Omdat de benen kammen meestal verbonden waren met de neusholte, dachten sommigen dat ze een rol speelden bij het ruiken, of dat er luchtzakken aan verbonden waren om mee te pronken.

Maar de kam van Edmontosaurus zat recht bovenop zijn kop, ver van zijn neusholte. Bell denkt daarom dat de kammen evolueerden omdat vrouwtjes ze aantrekkelijk vonden. En niet alleen bij Edmontosaurus, maar bij alle eendensnaveldino’s.

Bell hoopt dat er nog veel meer slurven, kwabben en kammen in het dinorijk zullen opduiken: „Of we het leuk vinden of niet, ons beeld van deze dieren verandert voortdurend. Soms is dat moeilijk om te accepteren, maar elke ontdekking brengt ons dichter bij een beter beeld van hoe deze dieren eruitzagen en zich gedroegen. ”