Demmink heeft zijn agenda gevonden

Rechters buigen zich over beschuldigingen van pedofilie aan het adres van oud-topambtenaar Joris Demmink.

„Allemaal lariekoek”, noemt de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid Joris Demmink het. Aantijgingen aan zijn adres over pedofilie zijn „totaal uit de duim gezogen. Onzin”. Demmink zegt het tegen twee rijksrechercheurs die hem op maandag 31 oktober 2011 op zijn werkkamer op het departement spreken over beschuldigingen dat de secretaris-generaal halverwege de jaren negentig in Turkije zou hebben deelgenomen aan seksfeestjes met minderjarige straatjongens. De publicist Micha Kat, die de justitie ambtenaar al vele jaren afschildert als het brein achter een kolossaal ‘sadistisch pedofiel complot’, is volgens Demmink zelfs „zo langzamerhand knettergek geworden”.

Het staat in het vertrouwelijke proces-verbaal dat de rijksrecherche twee jaar terug opmaakte. Na een zogeheten ‘oriënterend onderzoek’ – codenaam Zürich – concludeerde het OM dat de beschuldigingen van onder meer een Turks jongetje over misbruik door Demmink „niet consistent en gedetailleerd genoeg” waren. Dat was eveneens de mening van de zedenrechercheurs van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken. Ook ander onderzoek leverde geen belastend materiaal op en dus besloot het OM vorig jaar dat er geen strafrechtelijk onderzoek hoefde te komen naar strafbare seksuele gedragingen door Demmink.

Inmiddels, een jaar na zijn pensionering, is er een gerede kans dat er alsnog een strafrechtelijk onderzoek tegen de 66-jarige Demmink wordt geopend over geruchten die al zo’n vijftien jaar de ronde doen. Maandag buigt gerechtshof in Arnhem zich over een verzoek van twee Turkse mannen – Mustafa en Osman – die zeggen op hun twaalfde respectievelijk veertiende jaar in Turkije te zijn verkracht door Demmink. Hun advocaat Adèle van der Plas wil dat het hof het OM opdracht geeft tot vervolging van Demmink.

De raadsheren van het hof zullen zich vooral buigen over de agenda’s van Demmink. Heeft Demmink een alibi, zoals hij beweert? De topambtenaar zegt dat hij in 1986 Turkije voor het laatst bezocht. Hij was er toen op dienstreis als voorzitter van de Nationale Veiligheidscommissie Burgerluchtvaart. Het probleem is, vertelt Demmink, dat hij niet via zijn oude agenda’s kan aantonen waar hij was op dagen dat hij beschuldigd wordt van deelname aan pedofielenparty’s. „Ons computersysteem wist alle agenda’s na vijf jaar. Mijn secretaresse is gestopt met het bijhouden van papieren agenda’s”, vertelt Demmink.

Hij belooft thuis nog eens te zoeken naar privé agenda’s. Tevergeefs, zegt hij in een nieuw gesprek met de rijksrecherche op 7 december 2011. „Ik heb thuis nog gekeken maar ik heb niks gevonden.” Hij heeft er ook een goede verklaring voor. „Mijn werkster is nogal van het opruimen.”

Deze zomer kreeg het OM de beschikking over resultaten van een onderzoek dat Turkse collega’s deden na een aangifte tegen Demmink in Turkije. De Turkse officier van justitie Selim Altay zou hebben vastgesteld dat de topambtenaar op 20 juli 1996 wel in Turkije was. Dat kan niet kloppen, vertelde Demminks’ advocaat Harro Knijff in september bij de rechtbank Utrecht. „Zijn eigen agenda laat zien dat hij op de datum van 20 juli 1996 in Nederland aanwezig was en enkele dagen daarna in Brussel.” Maar die agenda kon Demmink in 2011 toch al niet meer vinden? Knijff kan het verklaren. „Demmink heeft zijn privé agenda's inmiddels gevonden en ik heb de agenda van 1996 ingezien.”

Het OM moet nu uitzoeken of de Turkse bevindingen kloppen. Maandag zal duidelijk worden of justitie bereid is tot het doen van onderzoek in Turkije. Tot nu toe was dit niet het geval. Advocaat Van der Plas meent dat „het nu onvermijdelijk is dat het OM via een rechtshulpverzoek of via eigen navorsingen in Turkije de reisbewegingen van Demmink nader onderzoekt”. De topambtenaar reisde overigens tussen 1993 en 2011 met een diplomatiek paspoort. Mogelijk zijn z’n precieze reisbewegingen hierdoor moeilijker te achterhalen. De rijksrecherche heeft in 2011 ook onderzoek gedaan in het zogeheten Justitieel Financieel Informatiesysteem (Jufis) dat alle declaraties bevat van medewerkers van het ministerie van justitie sinds 1995. Er zijn van Demmink geen reizen gevonden tussen 1995 en 1997 naar Turkije. Demmink kreeg zijn diplomatieke paspoort naar eigen zeggen toen hij directeur-generaal internationale aangelegenheden werd.

De zitting in Arnhem wordt achter gesloten deuren gehouden. Een dag later beginnen in Utrecht openbare zittingen waarin op verzoek van de stichting De Roestige Spijker – die ijvert voor de berechting van Demmink – getuigen worden gehoord over vermeende seksuele misdragingen van Demmink. Onder hen is één Nederlandse man – Bart – die zegt dat hij als vijftienjarige jongen betaalde seks had met Demmink.

Volgens zijn advocaat Martin de Witte is de man van plan schadevergoeding te eisen. Ook in het kader van die procedure wachten Demmink – die niet aan dit artikel wilde meewerken – naar alle waarschijnlijkheid openbare getuigenverhoren. „Er zijn getuigen van de seks die kunnen worden gehoord”, zegt De Witte. Volgens de advocaat van De Roestige Spijker, Matthijs Kaaks, is Bart vijftien jaar geleden ook gehoord door de politie in het zogeheten Rolodex-onderzoek. Dit onderzoek richtte zich op pedofiele contacten van hooggeplaatste leden van het OM. Het onderzoek werd wegens het uitlekken ervan voortijdig gestaakt.

Kaaks wil voor de rechtbank in Utrecht rechercheurs horen die deel uitmaakten van dit Rolodex-team. En hij overweegt ook de officier van justitie als getuige op te roepen die destijds de criminele inlichtingen voor het team regelde. Die man was de afgelopen drie jaar staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en was op het departement de buurman van Demmink: Fred Teeven.

    • Marcel Haenen